Orgels in Nederland

Introductie

Het orgel is een niet meer weg te denken muziekinstrument in kerkenKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis). Nederland kent dan ook een groot aantal orgels, zowel historische als moderne. Een deel van de historische orgels is onderdeel van een rijksmonumentMonument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. (Wikipedia).

1. De ontwerpers van de zuidelijke orgels streefden eerder naar een grote breedtewerking in het frontontwerp dan naar grote hoogte, zoals bij het orgel in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem (zie afbeelding 8). Het uit Averbode afkomstige orgel van de St.-Lambertuskerk te Helmond (1772) is hiervan een goed voorbeeld.
2.Het orgel van de Nicolaikerk te Utrecht (1479) werd in 1886 gedemonteerd en opgeslagen in het Rijksmuseum. Sinds 1956 hangt de orgelkas in de Koorkerk van Middelburg. Het binnenwerk wordt in afwachting van een restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. elders bewaard.
3. Het koororgel van de Grote Kerk van Alkmaar (1511).
4. Dwarsdoorsnede van een orgel. Met toestemming van Flentrop Orgelbouw B.V. te Zaandam overgenomen uit Flor Peeters & Maarten Albert Vente, De orgelkunst in de Nederlanden, Van de 16de tot de 18de eeuw, Amerongen, 1984.
5. De klavieren van het Timpe-orgel (1830) in de Nieuwe Kerk te Groningen. De drie handklavieren hebben ondertoetsen met ivoorbeleg en boventoetsen van ebbenhout. Rechts is een deel van de registerknoppen te zien. (Foto: Wim Diepenhorst)
6. Vergeleken met de veel bravere ontwerpen van zijn tijdgenoten toont de orgelmaker F.C. Smits I bij dit orgel in de St.-Lambertuskerk in Rosmalen (Smits, 1850) een grote inventiviteit in ontwerp en detaillering van de orgelkas en de indeling van de frontpijpen. Opvallend zijn hier de geornamenteerde frontpijpen en de toepassing van zogenaamde spiegelvelden met daarin staande en hangende pijpen.
7. Het Hagerbeer-orgel in de Pieterskerk te Leiden (1645), van onderaf gefotografeerd. Hagerbeer maakte gebruik van een ouder rugwerk, waarvan op deze foto het fraaie soffiet, dus het ondervlak, goed te zien is.
8. Waarschijnlijk het meest beroemde orgelfront ter wereld: het Müller-orgel (1738) in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem.
9. Een balg in geopende toestandDe (conserverings)toestand van een voorwerp wordt bepaald door de mate waarin de originele onderdelen bewaard zijn en door de fysieke staat ervan.. De vouwen van de balg zijn met leer aan elkaar verbonden. Onder de rechthoekige balg bevindt zich een schuine schepbalg, waarmee de bovenliggende balg gevuld wordt. Rechts naast de balg is een deel van het windkanaal te zien, waarmee de wind naar de windlade getransporteerd wordt. (Foto: Wim Diepenhorst)
10. Een geopende ventielkast. Normaal is de ventielkast afgesloten met een voorslag, zoals rechts naast het geopende deel te zien is. De ventielen bevinden zich, naast elkaar, bovenin de ventielkast, tegen de onderzijde van het cancelraam. Het linkerventiel is geopend. Onder de ventielkast zijn de dunne abstractenEen abstract is een fijn houten latje, doorgaans uit naaldhout dat via tuimelaars en winkelhaken de beweging overbrengt van de toets naar het ventiel in de windlade. Aan elk uiteinde van de abstract zijn messingdraden gewikkeld of vastgehaakt om de verschillende onderdelen te kunnen verbinden of er is metalen schroefdraad aangehecht met een lederen stelmoer om het systeem af te stellen. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) te zien waarmee toetsen en ventielen aan elkaar verbonden zijn. (Foto: Wim Diepenhorst)
11. Het orgel van de Hervormde Kerk van Oosthuizen werd altijd gedateerd op 1521. Bij recent onderzoek is echter gebleken dat het instrument omstreeks 1680 werd samengesteld uit oudere onderdelen. Het orgel is gestemd in middentoonstemming. (Foto: Wim Diepenhorst)
12. Doorsnede van een windlade. Met toestemming van Flentrop Orgelbouw B.V. te Zaandam overgenomen uit Flor Peeters & Maarten Albert Vente, De orgelkunst in de Nederlanden, Van de 16de tot de 18de eeuw, Amerongen, 1984.
13. Deze bijzonder rijk geornamenteerde orgelkas van het orgel in de St.-Jan van ’s-Hertogenbosch (1622) werd vervaardigd door Franchois Symons en Georg Schysler in slechts twee jaar tijd.

Kerkorgels zijn altijd mee gewijzigd met de veranderende muzieksmaak. Dat heeft tot gevolg gehad dat vrijwel geen enkel orgel in zijn originele gedaante bewaard is gebleven. Enige decennia geleden was het gebruikelijk om altijd de oorspronkelijke aanleg te reconstrueren en daarmee de vermeende oorspronkelijke klank. Het is echter vooral de klankgeving die het meest ongrijpbare aspect van het restaurerenIn goede staat brengen van min of meer bouwvallig geworden gebouwen, uitgaande boven normaal onderhoud. Over de juiste betekenis van het woord zijn in de loop der tijden uiteenlopende interpretaties gegeven. In 1619 spreekt het bestek van het steenhouwwerk voor de herbouw van de door brand beschadigde kerk te Goes over ‘restauratie’. In XIX had het woord meestal de betekenis van terugbrengen in de (vermeende) oorspr. vorm ( reconstructie). Dat hield in dat vaak verdwenen of nooit gebouwde elementen werden toegevoegd. De vele werken van Viollet-le-Duc in Frankrijk getuigen van deze opvatting. Zelfs de afbouw van de dom van Keulen is in deze gedachtewereld te plaatsen. Voorb. in Nederland: de westtorens van de Munsterkerk te Roermond, het wijzigen van de barokke bekroningen van de St.-Servaas in Maastricht en het aanbrengen van balustraden rond het dak van de Grote Kerk te Haarlem, die er vroeger nooit geweest waren. Men veronderstelde dat deze elementen ooit bedoeld geweest zouden zijn.In XXa werden deze invloeden wat milder onder invloed van de in 1916 door de Nederlandsche Oudheidkundige Bond opgestelde ‘Grondbeginselen’. Men hechtte meer waarde aan het handhaven van authentieke materialen, maar verving die ook gemakkelijk door soortgelijke nieuwe en bracht oudere elementen naar gevonden aanwijzingen terug. Metselwerk werd binnen en buiten ontpleisterd om het ‘edele’ materiaal te tonen. Houtwerk werd van kleur en verf ontdaan. Dit alles onder invloed van het ‘eerlijke ambachtelijke bouwen’, zoals dat door Berlage en Kropholler werd gepropageerd. Hierbij ging men voorbij aan het feit dat materialen vroeger meestal door kleur of pleister aan het oog onttrokken werden. Na 1945 kreeg restaureren steeds meer de betekenis van consolideren van de laatst aangetroffen toestand, het instandhouden van het gebouw zoals het door voorgaande generaties aan ons is overgeleverd. Constructiefouten zullen moeten worden weggenomen en verminkingen kunnen zo nodig worden hersteld, na verkregen toestemming op grond van de Monumentenwet.Voorafgaande aan een restauratie zal een diepgaand onderzoek naar de bouwtechnische en bouwhistorische gegevens moeten plaatsvinden. Op de uitkomsten van dit onderzoek zal een restauratieplan moeten worden gebaseerd. Fantasieën moeten worden vermeden. Moderne toevoegingen zijn mogelijk als zij het gebouw niet schaden. (Haslinghuis) vormt. En dus is het terugbrengen van de originele klank en daarmee het uitwissen van latere veranderingen voor een belangrijk deel subjectief en speculatief. Daarom is tegenwoordig juist het conserveren van de gegroeide toestandDe (conserverings)toestand van een voorwerp wordt bepaald door de mate waarin de originele onderdelen bewaard zijn en door de fysieke staat ervan. het uitgangspunt in het restauratiebeleid van de Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedBetreft de zorg voor wat ons als samenleving rest uit het verleden. Het is dus breder dan de term 'monument', die in hoofdzaak voor gebouwen gebruikt wordt, maar omvat ook archeologisch erfgoed en 'immaterieel' erfgoed, zoals gebruiken, kennis etc. Het is het geheel van verhalen, plekken, gebouwen en objecten die binnen een groep van generatie op generatie wordt overgedragen. (RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed.). De belangrijkste reden hiervoor is dat door het reconstrueren altijd informatie en historisch materiaal verloren gaat.

In de afgelopen vijftig jaar is er veel kennis opgedaan bij het restaurerenIn goede staat brengen van min of meer bouwvallig geworden gebouwen, uitgaande boven normaal onderhoud. Over de juiste betekenis van het woord zijn in de loop der tijden uiteenlopende interpretaties gegeven. In 1619 spreekt het bestek van het steenhouwwerk voor de herbouw van de door brand beschadigde kerk te Goes over ‘restauratie’. In XIX had het woord meestal de betekenis van terugbrengen in de (vermeende) oorspr. vorm ( reconstructie). Dat hield in dat vaak verdwenen of nooit gebouwde elementen werden toegevoegd. De vele werken van Viollet-le-Duc in Frankrijk getuigen van deze opvatting. Zelfs de afbouw van de dom van Keulen is in deze gedachtewereld te plaatsen. Voorb. in Nederland: de westtorens van de Munsterkerk te Roermond, het wijzigen van de barokke bekroningen van de St.-Servaas in Maastricht en het aanbrengen van balustraden rond het dak van de Grote Kerk te Haarlem, die er vroeger nooit geweest waren. Men veronderstelde dat deze elementen ooit bedoeld geweest zouden zijn.In XXa werden deze invloeden wat milder onder invloed van de in 1916 door de Nederlandsche Oudheidkundige Bond opgestelde ‘Grondbeginselen’. Men hechtte meer waarde aan het handhaven van authentieke materialen, maar verving die ook gemakkelijk door soortgelijke nieuwe en bracht oudere elementen naar gevonden aanwijzingen terug. Metselwerk werd binnen en buiten ontpleisterd om het ‘edele’ materiaal te tonen. Houtwerk werd van kleur en verf ontdaan. Dit alles onder invloed van het ‘eerlijke ambachtelijke bouwen’, zoals dat door Berlage en Kropholler werd gepropageerd. Hierbij ging men voorbij aan het feit dat materialen vroeger meestal door kleur of pleister aan het oog onttrokken werden. Na 1945 kreeg restaureren steeds meer de betekenis van consolideren van de laatst aangetroffen toestand, het instandhouden van het gebouw zoals het door voorgaande generaties aan ons is overgeleverd. Constructiefouten zullen moeten worden weggenomen en verminkingen kunnen zo nodig worden hersteld, na verkregen toestemming op grond van de Monumentenwet.Voorafgaande aan een restauratie zal een diepgaand onderzoek naar de bouwtechnische en bouwhistorische gegevens moeten plaatsvinden. Op de uitkomsten van dit onderzoek zal een restauratieplan moeten worden gebaseerd. Fantasieën moeten worden vermeden. Moderne toevoegingen zijn mogelijk als zij het gebouw niet schaden. (Haslinghuis) van kerkorgels en is er mede door toedoen van de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. veel onderzoek gedaan. De goede samenwerking tussen orgelmakers, orgeladviseurs en de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. heeft bijgedragen tot het hoge niveau waarop in Nederland wordt gerestaureerd.

Historie

De houten omtimmering, oftewel de orgelkas, van een van de oudste nog bestaande orgels ter wereld bevindt zich in de Koorkerk te Middelburg. Het zeer waardevolle binnenwerk van dit instrument wordt op een andere plaats bewaard. Het werd oorspronkelijk gebouwd voor de Nicolaikerk in Utrecht door Peter Gerritsz in 1479 (zie afbeelding 2). Dit zeer oude orgel markeert het begin van de lange Nederlandse orgelhistorie.

Middeleeuwen

De verre voorvader van het orgel zoals we dat nu kennen, is het waterorgel, of hydraulis, en werd in 757 in het westen van Europa geïntroduceerd. Het was een geschenk van de Byzantijnse keizer Constantijn V aan de Frankische koning Pepijn de Korte. Het week aanzienlijk af van het latere orgel, maar de meeste ingrediënten waren aanwezig. Het voornaamste verschil was dat de benodigde luchtdruk met behulp van waterdruk werd opgewekt in plaats van met balgen, zoals bij het latere orgel. Om het waterorgel te kunnen kopiëren werd een Venetiaanse monnik gevraagd om overal broeders te instrueren in de orgelbouwkunst.

Snel daarna waren in meerdere kloosters dergelijke orgels te vinden. Al in de elfde eeuw was het orgel in West-Europa een bekend verschijnsel. Het waterorgel maakte langzamerhand plaats voor een orgel dat door middel van balgen van lucht werd voorzien. Vier eeuwen daarna, in de tijd van het Utrechtse Nicolai-orgel, was het instrument eigenlijk al volledig ontwikkeld. In grote lijnen zijn orgels sindsdien hetzelfde gebleven.

Zestiende eeuw

Het was op vijftiende-eeuwse orgels nog niet mogelijk om uit verschillende soorten klanken, registers, te kiezen. Maar in de zestiende eeuw ontwikkelden orgelmakers twee systemen om dat wel te kunnen en die registers naar eigen inzicht te combineren. In die tijd ontstonden ook orgelregisters die andere instrumenten imiteren, zoals fluit, gemshoorn en trompet. De Nederlandse orgelmakers waren in de zestiende eeuw de meest moderne en toonaangevende in Europa. Van één van hen, Jan van Covelens, is een klein orgel bewaard gebleven in de Grote Kerk van Alkmaar, het koororgel uit 1511 (zie afbeelding 3). Zijn opvolger Hendrik Niehoff bouwde behalve in Nederland ook in Noord-Duitsland enkele orgels, die daar een inspiratiebron bleken voor de plaatselijke orgelmakers.

Zeventiende eeuw

In de zeventiende eeuw komt de orgelbouw in het noorden onder invloed van de Reformatie. Orgelmakers kregen overal de opdrachtEen opdracht of instructie bestaat uit een richtlijn opgesteld voor een uit te voeren handeling. Wanneer men instructies geeft, wordt informatie over een bepaalde actie overgebracht. Dit kan zijn hoe, wanneer, of en op welke manier de actie plaats moet vinden. Instructies of opdrachten kunnen op allerlei uiteenlopende manieren aan de ontvanger overgebracht worden. Ze zitten bijvoorbeeld bij een nieuw gekocht product, meestal in papieren vorm. Dit wordt ook wel een handleiding genoemd. Instructies kunnen ook bestaan uit directe communicatie tussen mensen of dieren. Als iemand bijvoorbeeld Af! tegen zijn hond roept, is de hond geïnstrueerd dat hij moet gaan liggen. Klikt iemand op het printerpictogram in een tekstverwerker, dan wordt het programma geïnstrueerd het document af te drukken. Instructies kunnen ook onderdeel zijn van een werkinstructie. nieuwe orgels te bouwen en bestaande orgels te vergroten en ze beter geschikt te maken voor de nieuwe eredienst. Eerst moest de organist de kerkgangers beter bekend maken met de Geneefse psalmmelodieën en later was het orgel begeleidingsinstrument bij de gemeentezang. In de katholieke liturgie had het orgel altijd in afwisseling met de koorzang geklonken; er werd niet samen met het orgel gezongen. In sommige steden was het dan ook nog tot laat in de zeventiende eeuw verboden om de gemeentezang met orgel te begeleiden. Er bestond een theologische discussie over de vraag of het toegestaan was muziekinstrumenten in de kerk te gebruiken. De orgels waren echter al in de kerk aanwezig en bovendien vaak eigendom van het stadsbestuur. In Amsterdam duurde het bijvoorbeeld tot 1680 voordat de psalmen op het orgel begeleid werden. Een belangrijk voorbeeld van een orgel uit deze periode bevindt zich in de Pieterskerk in Leiden (zie afbeelding 7).

Achttiende eeuw

Aan het eind van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw wordt de invloed van Duitse orgelmakers boven de grote rivieren steeds groter. Zij introduceren nieuwe registers en andere, meer op samenspel met andere instrumenten gerichte stemmingen. In de traditionele Nederlandse orgelbouw was de middentoonstemming tot in de achttiende eeuw gebruikelijk. Deze stemming is nu nog maar bij een enkel orgel te beluisteren, zoals in Oosthuizen (zie afbeelding 11) en bij het koororgel in de Grote Kerk in Alkmaar. In het noordwesten was vooral de invloed van de Duitse orgelmaker Christian Müller merkbaar. Zijn orgel in de St.-Bavo in Haarlem is wereldberoemd (zie afbeelding 8).

In het oosten en zuiden van het land was de invloed van buitenaf al langere tijd merkbaar. Orgelmakers uit het Rijnland, Vlaanderen en Wallonië creëerden daar een uitermate divers en boeiend orgellandschap, dat helaas tot ver in de twintigste eeuw veel minder aandacht kreeg dan dat van het noorden. De geweldige orgelkas van de St.-Jan in ’s-Hertogenbosch bijvoorbeeld is een van de mooiste ter wereld (zie afbeelding 13). De oostelijke en zuidelijke orgels onderscheiden zich sterk van de orgels in het westen van het land door niet alleen hun klank, maar ook hun uiterlijk. Een fraai voorbeeld is het orgel van Helmond, overigens oorspronkelijk afkomstig uit Averbode in het huidige België (zie afbeelding 1).

Negentiende eeuw

In de negentiende eeuw werd de orgelbouw in het noorden en midden van het land beheerst door grotere familiebedrijven, zoals de firmaVennootschappen van twee of meer personen die onder een gemeenschappelijke naam zaken doen. (AAT-Ned) Bätz-Witte en de orgelmakers Van Dam en Van Oeckelen. In het zuiden zijn dan de belangrijkste bouwers de orgelmakers Van Hirtum, Pereboom & Leyser, Vollebregt en Smits. Vooral de orgelmakers Smits legden in hun kasontwerpen een voor de negentiende eeuw uitzonderlijke creativiteit aan de dag (zie afbeelding 6).

Twintigste eeuw

In de eerste decennia van de twintigste eeuw leggen de meeste orgelmakers zich toe op assembleren en blijft slechts een enkeling trouw aan het ambacht. Pas na de Tweede Wereldoorlog wordt het traditionele ambacht herontdekt en nemen de meeste orgelmakers afstand van de in de vroege twintigste eeuw geïntroduceerde elektropneumatiek. Orgels worden weer geheel mechanisch, en door de ervaringen met het restaurerenIn goede staat brengen van min of meer bouwvallig geworden gebouwen, uitgaande boven normaal onderhoud. Over de juiste betekenis van het woord zijn in de loop der tijden uiteenlopende interpretaties gegeven. In 1619 spreekt het bestek van het steenhouwwerk voor de herbouw van de door brand beschadigde kerk te Goes over ‘restauratie’. In XIX had het woord meestal de betekenis van terugbrengen in de (vermeende) oorspr. vorm ( reconstructie). Dat hield in dat vaak verdwenen of nooit gebouwde elementen werden toegevoegd. De vele werken van Viollet-le-Duc in Frankrijk getuigen van deze opvatting. Zelfs de afbouw van de dom van Keulen is in deze gedachtewereld te plaatsen. Voorb. in Nederland: de westtorens van de Munsterkerk te Roermond, het wijzigen van de barokke bekroningen van de St.-Servaas in Maastricht en het aanbrengen van balustraden rond het dak van de Grote Kerk te Haarlem, die er vroeger nooit geweest waren. Men veronderstelde dat deze elementen ooit bedoeld geweest zouden zijn.In XXa werden deze invloeden wat milder onder invloed van de in 1916 door de Nederlandsche Oudheidkundige Bond opgestelde ‘Grondbeginselen’. Men hechtte meer waarde aan het handhaven van authentieke materialen, maar verving die ook gemakkelijk door soortgelijke nieuwe en bracht oudere elementen naar gevonden aanwijzingen terug. Metselwerk werd binnen en buiten ontpleisterd om het ‘edele’ materiaal te tonen. Houtwerk werd van kleur en verf ontdaan. Dit alles onder invloed van het ‘eerlijke ambachtelijke bouwen’, zoals dat door Berlage en Kropholler werd gepropageerd. Hierbij ging men voorbij aan het feit dat materialen vroeger meestal door kleur of pleister aan het oog onttrokken werden. Na 1945 kreeg restaureren steeds meer de betekenis van consolideren van de laatst aangetroffen toestand, het instandhouden van het gebouw zoals het door voorgaande generaties aan ons is overgeleverd. Constructiefouten zullen moeten worden weggenomen en verminkingen kunnen zo nodig worden hersteld, na verkregen toestemming op grond van de Monumentenwet.Voorafgaande aan een restauratie zal een diepgaand onderzoek naar de bouwtechnische en bouwhistorische gegevens moeten plaatsvinden. Op de uitkomsten van dit onderzoek zal een restauratieplan moeten worden gebaseerd. Fantasieën moeten worden vermeden. Moderne toevoegingen zijn mogelijk als zij het gebouw niet schaden. (Haslinghuis) van oude orgels keert men weer terug naar het gebruik van traditionele techniekenEen techniek is een werkwijze die men volgt bij het uitvoeren van een werk. Onder de techniek waarmee een kunstwerk tot stand komt, verstaat met de gebruikte techniek zoals de aquareltechniek of de film.", "Wordt gebruikt voor de manier waarop een handeling wordt uitgevoerd of de methode waarmee dat gebeurt. Gebruik 'procédés' wanneer er in het algemeen wordt verwezen naar de verrichtingen die worden uitgevoerd of de procedures die worden gevolgd teneinde een bepaald resultaat te bereiken, en ook voor werkingen of veranderingen die plaats vinden in materialen of objecten. (AAT-Ned)" ) en materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Werking

Het orgel is een blaasinstrument dat geluid voortbrengt door middel van orgelpijpen, waardoor lucht wordt geblazen. Om de lucht in de pijp te krijgen en zo de pijp ‘tot spreken te brengen’ moet een ventiel worden geopend (zie afbeelding 12). Dit gebeurt door het indrukkenNULL van een toets die middels de tractuur met het ventiel is verbonden. In de traditionele orgelbouw is deze tractuur geheel mechanisch. In het begin van de twintigste eeuw is deze verbinding ook via pneumatiek en elektriciteit gerealiseerd. De hedendaagse orgelbouw gebruikt weer de traditionele manier.

De zichtbare pijpen van een orgel, de frontpijpen (zie afbeelding 4), vormen maar een klein deel van het pijpwerk. De meeste pijpen staan binnenin het orgel op een langwerpige lade, de zogenaamde windlade (zie afbeelding 12). De ventielen bevinden zich aan de onderzijde van de windlade in een afgesloten ruimte, de ventielkast, die lucht met verhoogde drukDruk is de kracht die op een voorwerp werkt en die het probeert te vervormen. De druk wordt gemeten als de kracht gedeeld door het oppervlak waarop hij werkt. bevat, oftewel wind (zie afbeelding 10). Deze wind wordt geleverd vanuit een blaasbalg (zie afbeelding 9). De balgen bevinden zich soms in een aparte balgenkamer of balghuis. Een medewerker van de organist, de balgentreder, voorzag vroeger met zijn voeten de balg van lucht. Tegenwoordig wordt de lucht voor de balgen meestal geleverd door een elektrische windmachine. Boven de ventielen bevindt zich het cancelraam. Dit raam is ingedeeld in evenveel vakjes, cancellen, als er toetsen zijn. Aan de bovenzijde zijn de cancellen afgesloten, afgezien van gaten waarboven de pijpen zijn geplaatst. Aan de onderzijde is het cancelraam ook dicht, behalve ter plaatse van de ventielen. De ventielen sluiten met behulp van een ventielveer deze ventielopeningen af.

Wanneer het ventiel wordt geopend stroomt de orgelwind in het cancel en via het gat in de bovenzijde van de lade in de orgelpijp, die dan tot spreken komt. Op één cancel staan meerdere pijpen die bij dezelfde toets horen, maar die elk een ander soort geluid geven. Zij horen bij de verschillende registers. De pijpen behorende bij één toets staan in de breedte van de windlade opgesteld, de pijpen behorende bij één register in de lengte. Om nu verschillende soorten pijpen per toon te kunnen kiezen, te kunnen registreren, wordt tussen pijp en de bovenafdichting van het cancelraam een verschuifbare lat aangebracht, de sleep, verbonden met de registerknop, die in de buurt van het klavier uit de orgelkas steekt. In de sleep zitten gaten die bij gesloten registers niet corresponderen met de gaten in de bovenzijde van het cancelraam. Pas wanneer de organist aan de registerknop trekt, oftewel het register opent, correspondeert het gat in de sleep met het gat aan de bovenzijde van de windlade en kan de wind de pijp tot spreken brengen. De organist kan zo verschillende registers kiezen en combineren. De pijpen staan in een rooster om te voorkomen dat ze omvallen.

Veel orgels hebben meerdere klavieren; de grootste zelfs vier handklavieren, manualen, en meestal een voetklavier, het pedaal. Over het algemeen heeft ieder klavier een eigen windlade. De naam van elke ‘afdeling’ in het orgel verwijst naar de ligging van de windladen, maar wordt ook gebruikt om de functie van de klavieren aan te duiden. Zo bevindt het hoofdwerk zich boven de organist. Het bovenwerk ligt boven het hoofdwerk, het borstwerk onder het hoofdwerk en het rugwerk in een aparte orgelkas achter de rug van de organist.

De klavieren bevinden zich tot in de achttiende eeuw voornamelijk aan de voor- of achterzijde van de orgelkas, soms aan het gezicht onttrokken door het rugwerk. In de negentiende eeuw werden ook veel orgels gebouwd met zijkantbespeling, zodat de organist zicht had op wat er in de kerk gebeurde (zie afbeelding 5).

Bescherming

Orgels kunnen alleen worden beschermd als onderdeel van een rijksmonumentMonument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. (Wikipedia). Op de website van de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. is een lijst gepubliceerd van orgels die deel uitmaken van een rijksmonumentMonument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. (Wikipedia) en die naar het oordeel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (voor deze de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed.) monumentale waarde hebben. Wanneer een orgel dat deel uitmaakt van een rijksmonumentMonument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. (Wikipedia) nog niet op deze lijst genoemd is en het naar het oordeel van de eigenaar monumentale waarde heeft, kan deze een gemotiveerd verzoek indienen tot vermelding van het orgel op de lijst. Alleen voor een orgel dat naar het oordeel van de minister voldoende monumentale waarde heeft – en dus op deze lijst vermeld wordt – kan subsidie worden verstrekt voor de instandhouding (onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. of restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken.). Zie ook de paragraaf Subsidie.

De monumentale waarde van orgels wordt niet alleen bepaald door ouderdom of zeldzaamheid, maar ook door artistieke componenten: de schoonheid van de klank en de orgelkas. Daarnaast spelen bouwtechnische en cultuurhistorische aspecten een belangrijke rol: specifieke technische karakteristieken kenmerkend voor een bepaalde bouwer of bouwperiode, de architectonische opzet en de aansluiting bij het kerkgebouw, een specifiek klankconcept dat afwijkt van het gangbare of de toepassing van ongebruikelijke materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Ook de relatie van het orgel met een componist of architect, de ontstaansgeschiedenis of de gebruiksfunctie kunnen bepalend zijn voor de monumentale waarde.

Onderhoud

Orgels zijn slijtage- en storingsgevoelige instrumenten. Om dure restauraties te voorkomen is jaarlijks onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. nodig. Onder onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. wordt door de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. verstaan: het stemmen van het orgel en alle noodzakelijke reparaties die door de stemmer met het gebruikelijke gereedschap ter plekke kunnen worden uitgevoerd. Orgelonderhoud is een specialistische bezigheid en hoort daarom alleen te worden uitgevoerd door voldoende gekwalificeerde orgelmakers met ervaring. Onzorgvuldig onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. kan veel schadeSchade is de ongewenste verandering waardoor een object aan waarde verliest. Schade is vooral het gevolg van materiële veranderingen in het object, maar kan ook veroorzaakt worden door veranderingen in de bewaaromstandigheden of door het verlies van een immateriële eigenschap. tot gevolg hebben. Bij het jaarlijks onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. zal het orgel worden gecontroleerd en bijgestemd. Stemmen kan eenvoudig leiden tot schadeSchade is de ongewenste verandering waardoor een object aan waarde verliest. Schade is vooral het gevolg van materiële veranderingen in het object, maar kan ook veroorzaakt worden door veranderingen in de bewaaromstandigheden of door het verlies van een immateriële eigenschap. aan de pijpen. Daarom is het beter het orgel hoogstens eenmaal in de drie tot vijf jaar een generale stembeurt te geven. Over het algemeen is dit ook niet vaker nodig.

Door de klimaatgevoeligheid van het orgel moet de mechaniek regelmatig worden bijgeregeld. Dit kan het beste gebeuren door één persoon, die tevens het orgel beheert en voorkomt dat er door onzorgvuldig gebruik schadeSchade is de ongewenste verandering waardoor een object aan waarde verliest. Schade is vooral het gevolg van materiële veranderingen in het object, maar kan ook veroorzaakt worden door veranderingen in de bewaaromstandigheden of door het verlies van een immateriële eigenschap. ontstaat. Voor een doelmatig onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. is het aan te bevelen optredende storingen en stemmingsproblemen bij te houden in een logboek, dat door de orgelmaker bij het jaarlijks onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. kan worden geraadpleegd.

RestauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken.

Onder restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. wordt verstaan: werkzaamheden die het normale onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. te boven gaan en noodzakelijk zijn voor het herstel of de conservering van een monument. Uitgangspunt bij iedere restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. is voor de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. het conserveren van de bestaande, historisch gegroeide situatie. Soms is dit bij orgels maar ten dele realiseerbaar. In later tijd uitgevoerde wijzigingenWordt gebruikt voor een verandering aan een object of structuur. Verwijst vooral naar het fysieke bewijs van de verandering. In de architectuur wordt 'toevoeging' gebruikt wanneer de verandering een volumevergroting teweegbrengt, en 'wijziging' wanneer dit niet het geval is. (AAT-Ned) aan het orgel kunnen het voortbestaan van het instrument bedreigen of de monumentale waarde van het instrument aantasten. Wanneer dit aantoonbaar het geval is, kan worden overwogen om wijzigingenWordt gebruikt voor een verandering aan een object of structuur. Verwijst vooral naar het fysieke bewijs van de verandering. In de architectuur wordt 'toevoeging' gebruikt wanneer de verandering een volumevergroting teweegbrengt, en 'wijziging' wanneer dit niet het geval is. (AAT-Ned) ongedaan te maken en verdwenen onderdelen te reconstrueren.

Vanwege de zeer specialistische kennis die bij orgelrestauraties vereist is, beveelt de RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed. aan om de restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. te laten begeleiden door een ervaren orgeladviseur. De adviseur doet het bouwhistorisch onderzoek en maakt een restauratierapport dat als basis kan dienen voor de offertes van de orgelmakers.

Subsidie

De kosten van onderhoudHet onderhoud van een gebouw of voorwerp is de combinatie van administratieve en technische handelingen die erop zijn gericht om het in een staat te behouden waarin het naar wens kan functioneren. of restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. van een orgel dat onderdeel van een rijksmonumentMonument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. (Wikipedia) is en van monumentale waarde, zijn in beginsel subsidiabel. Subsidie voor restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. kan worden aangevraagd bij de provincie. Actuele informatie over de subsidiemogelijkheden op rijksniveau vindt u hier: https://www.cultureelerfgoed.nl/domeinen/monumenten/subsidies.

Beheer

AkoestiekGeluidskwaliteit van een ruimte met betrekking tot de geluidsterugkaatsing. De akoestiek in een kerk werd verbeterd door middel van klankpotten. Als de akoestiek goed is voor muziek, zal zij in het algemeen niet goed zijn voor het gesproken woord en omgekeerd. In de protestantse periode werd de verstaanbaarheid van het gesproken woord op de preekstoel verbeterd door een groot klankbord erboven. nagalm. (Haslinghuis)

Het is vooral de klank die de monumentale waarde van het orgel bepaalt. Het is daarom belangrijk dat voorzichtig omgesprongen wordt met de akoestiekGeluidskwaliteit van een ruimte met betrekking tot de geluidsterugkaatsing. De akoestiek in een kerk werd verbeterd door middel van klankpotten. Als de akoestiek goed is voor muziek, zal zij in het algemeen niet goed zijn voor het gesproken woord en omgekeerd. In de protestantse periode werd de verstaanbaarheid van het gesproken woord op de preekstoel verbeterd door een groot klankbord erboven. nagalm. (Haslinghuis) van het gebouw waarin het orgel zich bevindt. Bij het intoneren van de orgelpijpen zal de orgelmaker de klank van de pijp optimaal afstemmen op de akoestiekGeluidskwaliteit van een ruimte met betrekking tot de geluidsterugkaatsing. De akoestiek in een kerk werd verbeterd door middel van klankpotten. Als de akoestiek goed is voor muziek, zal zij in het algemeen niet goed zijn voor het gesproken woord en omgekeerd. In de protestantse periode werd de verstaanbaarheid van het gesproken woord op de preekstoel verbeterd door een groot klankbord erboven. nagalm. (Haslinghuis) van het gebouw. Iedere wijziging van de akoestiekGeluidskwaliteit van een ruimte met betrekking tot de geluidsterugkaatsing. De akoestiek in een kerk werd verbeterd door middel van klankpotten. Als de akoestiek goed is voor muziek, zal zij in het algemeen niet goed zijn voor het gesproken woord en omgekeerd. In de protestantse periode werd de verstaanbaarheid van het gesproken woord op de preekstoel verbeterd door een groot klankbord erboven. nagalm. (Haslinghuis), bijvoorbeeld het aanbrengen van gordijnen of nieuw meubilairMeubilair is een verzamelnaam voor allerhande meubels die worden gebruikt in en om het huis, een kasteel of een kerk. (Wikipedia) en het opnieuw pleisteren van murenZware rechtopstaande afsluitende afscheidingen van steenachtig materiaal die meestal een dragende functie hebben. Gebruik 'wanden' voor lichte afscheidingen die geen dragende functie hebben. (AAT-Ned), heeft dus rechtstreeks invloed op de klank van het orgel. Hiermee wordt dan mogelijk de monumentale waarde van het orgel aangetast. Het is daarom aan te bevelen bij wijzigingenWordt gebruikt voor een verandering aan een object of structuur. Verwijst vooral naar het fysieke bewijs van de verandering. In de architectuur wordt 'toevoeging' gebruikt wanneer de verandering een volumevergroting teweegbrengt, en 'wijziging' wanneer dit niet het geval is. (AAT-Ned) aan het interieur naast bouwkundig advies ook akoestisch advies in te winnen.

Kerkrestauratie

Wanneer het interieur van een kerk wordt gerestaureerd, zal het orgel moeten worden ingepakt om het te beschermen tegen inval van stof en gruis. Het inpakken van het orgel dient te gebeuren in overleg met een orgelmaker om te voorkomen dat schadeSchade is de ongewenste verandering waardoor een object aan waarde verliest. Schade is vooral het gevolg van materiële veranderingen in het object, maar kan ook veroorzaakt worden door veranderingen in de bewaaromstandigheden of door het verlies van een immateriële eigenschap. aan het instrument ontstaat. Wanneer het orgel tegelijk met de kerk wordt gerestaureerd, is het aan te bevelen om het gerestaureerde binnenwerk niet eerder terug te plaatsenConcentratie van bebouwing. dan nadat de kerkrestauratie is afgerond.

Klimaatbeheersing

Orgels zijn voor het overgrote deel uit hout vervaardigd en daarom zeer gevoelig voor de klimatologische omstandigheden in het gebouw waarin ze zich bevinden. Grote schommelingen in de relatieve luchtvochtigheid moeten daarom worden voorkomen, evenals langdurige droogte. Vooral windladen en balgen kunnen bij langdurige droogte of grote schommelingen in de relatieve luchtvochtigheid scheurenEen scheur is een barst of een uiteenrijting in een flexibel materiaal waarbij geen materiaal verloren gaat en waarbij weinig vervorming optreedt. Een scheur is een vorm van mechanische schade, veroorzaakt door het met kracht uit elkaar trekken van een flexibel materiaal zoals papier of textiel.", "Langwerpige, smalle beschadiging.") en zo volledig lek raken. Door die lekkages raakt het orgel onbruikbaar en restauratieHerstellen, in goede staat brengen, het (zie) restaureren. (Haslinghuis) Restauratie is de behandeling van een voorwerp waarbij er materiaal aan wordt toegevoegd om het weer origineel te laten lijken qua uiterlijk of constructie. Men doet dit om de leesbaarheid te verbeteren, de esthetische beleving te bevorderen of het gebruik mogelijk te maken. van onderdelen is zeer kostbaar. Ook de mechaniek bestaat voor het grootste deel uit hout. Door slechte klimatologische omstandigheden raakt de mechaniek geheel ontregeld en kan het orgel onbespeelbaar worden.

Als algemene aandachtspunten gelden:

  • De relatieve luchtvochtigheid dient bij voorkeur niet onder de 40% of boven de 80% te komen. Indien de relatieve luchtvochtigheid langdurig onder de 40% blijft, zal er uitdrogingsschade optreden in het instrument.
  • Het is belangrijk om de relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur te meten en te registreren. Het verdient aanbeveling om behalve bij het orgel ook op andere plaatsenConcentratie van bebouwing. in het gebouw te meten.
  • De omgevingstemperatuur in en nabij het orgel mag niet boven de 21° C komen. Het is aan te bevelen om de verwarmings- en bevochtigingsinstallaties hygrostatisch te beveiligen.
  • Het inwendige van het orgel kan sterk verontreinigd raken door het op grote schaal brandenWordt gebruikt voor gebeurtenissen waarbij iets geheel of gedeeltelijk door brand wordt verwoest, zowel toevallig als opzettelijk. Gebruik 'verbranden' voor het proces van iets veranderen, verwonden of verwoesten door brand of hitte. van paraffine bevattende kaarsen. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de klank van het instrument, en reinigenBij het schoonmaken van een voorwerp haalt men er ongewenst materiaal vanaf, dat meestal geen deel uitmaakt van het originele voorwerp. Dit materiaal kan schadelijk zijn, zoals zout op ceramiek, of ontsierend, of het kan de informatie die het voorwerp in zich heeft 'onleesbaar' maken. In het laatste geval kan reiniging opheldering verschaffen over vorm of details.", "Het vuil wegnemen van of uit. (Van Dale)") is een kostbare zaakEen zaak is een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object.

Meer informatie

Zie ook deze artikelen


    Hoort bij deze thema's


    Specialist(en)


    Contact