Peter Struycken en Ad Dekkers: verschil tussen versies

k
k
Regel 25: Regel 25:
 
|Afbeelding (extern)=[[Bestand:AB12375.jpg|400px|rechts|thumb|P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm|alt=P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm]]
 
|Afbeelding (extern)=[[Bestand:AB12375.jpg|400px|rechts|thumb|P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm|alt=P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm]]
 
|Gerelateerd=Albert Plasschaert,Ferdinand Erfmann,Josef Ongenae,Nalatenschap Dolf Henkes,Nalatenschap Johan Antoni de Jonge,Nalatenschap Leo Gestel,Nalatenschap Ru Paré,Nalatenschap Theo van Doesburg,Schenking Jan Lavies,Schenking Lucebert
 
|Gerelateerd=Albert Plasschaert,Ferdinand Erfmann,Josef Ongenae,Nalatenschap Dolf Henkes,Nalatenschap Johan Antoni de Jonge,Nalatenschap Leo Gestel,Nalatenschap Ru Paré,Nalatenschap Theo van Doesburg,Schenking Jan Lavies,Schenking Lucebert
|Lid van=Thema/Rijkscollectie/Deelcollecties,Thema/Rijkscollectie RCE
+
|Lid van=Thema/Rijkscollectie RCE,Thema/Nalatenschappen legaten schenkingen
 
}}
 
}}

Versie van 10 nov 2020 om 13:08

Introductie

P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm
P. Struycken, Zonder titel (1963), gouacheverf en potlood op kalkeer papier, 29,1 x 41,5 cm

Peter Struycken

Van Peter Struycken (1939) heeft de Rijksdienst 1030 schetsen en voorstudies in beheer. De vroegste werken dateren uit 1963. Ze zijn gemaakt na Struyckens overgang van figuratieve naar abstracte kunst. Het zijn schetsen van experimenten met de verdeling van vierkanten. Die verdelingen leidden tot assenstelsels die hij gebruikte als basis voor zijn eerste zogenoemde Wetmatige Bewegingen: veranderingen van grootte en de begrenzing van een vorm over het vlak volgens een vooropgezet systeem. Dit deed hij door een vlak te verdelen in kleinere vlakken waarin elke deel een variatie was op het voorafgaande. Zo kreeg hij evenwijdige of convergerende banen.

Behalve in de vorm paste hij ook in de kleurKleur is de gewaarwording van licht die verschilt van wit licht zoals dat wordt uitgezonden door een natuurlijke lichtbron. Het gekleurde licht kan van een lamp komen of gereflecteerd door een voorwerp. Kleur kan worden gemeten in een aantal systemen, zoals CIE, Munsell, Natural Colour System, die alle een verschillende methode hebben om een kleur aan te duiden.Een kleur is de sensatie die veroorzaakt wordt door licht van een bepaalde golflengte. Geel en groen bijvoorbeeld zijn verschillende kleuren. Het Munsell kleursysteem en dergelijke systemen hebben dit als uitgangspunt. (Conservation Dictionary)", "Kleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door de verschillende golflengtes waaruit dat licht is samengesteld. ", "Verwijst naar pigment in een bindmiddel, bijvoorbeeld inkt, water of olie. De term wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar media in de Aziatische kunst (bijvoorbeeld 'inkt en kleur op papier'). (AAT-Ned)") wetmatigheid toe. In zijn gouaches is te zien dat hij veel experimenteerde om de juiste kleurstellingen te krijgen. In 1967 veranderde hij zijn werkwijze. Toen werd het uitgangspunt een vierkant dat horizontaal of verticaal wordt versmald of ingekort.

Struycken zette verschillende van deze basisstructuren verschoven, gedraaid of gespiegeld over elkaar heen. Hij deed dit met willekeurige uitsneden en gebruikte daarbij allerlei kleuren. Zo ontstonden ingewikkelde composities waarin het basisvierkant met moeite te herkennen viel. Hij gebruikte bij de voorstudies vaak kalkeerpapier als drager, bij de uiteindelijke werken meestal acrylaatIn de organische chemie is een acrylaat of propenoaat een ester of zout van acrylzuur. Acrylaten bevatten een vinylgroep, die gebonden is aan het koolstofatoom uit de carbonylgroep. Acrylaten en methacrylaten doen dienst als monomeren in de plasticindustrie, waarbij ze zeer snel polymeriseren. (Wikipedia). De volgende fase in zijn werk is het gebruik van de computer. Als gastdocent aan de Universiteit van Utrecht werkte hij met reeksen kleine elementen die hij in verhoudingen over het vlak verdeelde. In de schenking zijn dan ook vele computeruitdraaien die hij met zwarte viltstift ‘inkleurde’.

Ad Dekkers

Ad Dekkers (1938-1974) was een geloofsgenoot en vriend van Struycken. Van hem heeft de Rijksdienst ongeveer 2200 werken in beheer. Het gaat om (vaak driedimensionale) werken op papier, karton en hout. Sommige daarvan zijn volledig uitgewerkt en andere verkeren nog in het schetsstadium. Soms staan op de achterzijde uitwerkingsopmerkingen als ‘uitvoeren’ of ‘nog een keer proberen’. Ze laten vaak Dekkers precisie zien. Dekkers experimenteerde vanaf 1965 vooral met cirkels, vierkanten en driehoeken, waarvan hij reliëfs in oplage maakte. Hij liet ze gietenHet smelten (in verband met glas ook het fuseren) en in een vorm gieten van materialen, bijvoorbeeld metaal of glas. in een mal, zodat ze goedkoop in meervoud konden worden geproduceerd. Zo wilde hij dure kunst binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. ieders bereik brengen.

Over deze deelcollectie

Depotschatten

Ad Dekkers, Voorstudie voor Verschoven achthoeken, 1960-1974.

Herkomst

Toen de Rijksdienst in 1984 een werk van Struycken uit 1964 kocht, besloot deze de collectie in zijn geheel bij de Rijksdienst onder te brengen. Tot dat moment was de collectie sinds 1969 in beheer bij het Kunsthistorisch Instituut in Utrecht. De erven Dekkers schonken in 1999 voorstudies en schetsen aan Instituut Collectie Nederland, een van de voorgangers van de Rijksdienst.

Relatie met andere collecties

Het werk van Struycken en Ad Dekkers vormt een aanvulling op deelcollecties geometrisch-abstracte kunst. Hiertoe behoort ook werk van Theo van Doesburg, Ger Gerrits en Cesar Domela Nieuwenhuis.