Solitaire boom met cultuurhistorische waarde (cultuurhistorisch beheer)

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 24 aug 2023 om 03:03
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Uitgegroeide knoteik in het midden van een weiland. Ernaast stroomt een beekje en in de achtergrond staan koeien..
Afb 1. Prachtige uitgegroeide knoteik in het Maasheggengebied bij Oeffelt.
Ruine van de Walrickskapel met ernaast een boom. In de achtergrond een grasveld met bomen eromheen en in de voorgrond ook een klein stuk gras omgeven door een heg.
Afb 2. De ruïne van de Walrickskapel ('koortskapel')bij Overasselt (Gelderland).Naast de kapel staat een eik('koortsboom'), waarin allerlei lappen hangen. Voorherstel van koortslijdende verwanten knopen pelgrimsreepjes stof in de boom. Heelbekend is de legende uit 727van Sint Walrick en het ontstaan van het koorts afbinden. Omdat de onderste takken te hoog hangen om er nog goed bij te kunnen, hangen er ook lappen in de nabij staande vlier.
Een uitgeholde eik in een grasveld. Achter het grasveld staan woonhuizen.
Afb 3. Bij het kasteel de Doornenburg (Gelderland) staat deze “oudste eik van Nederland”. Op een schilderij van de Duitse schilder Carl Hilgers, dat hij in 1851 maakte, is nog iets te zien van de vele eikenbomen, die het kasteel tot in de 19e eeuw hebben omringd. Hiervan is deze eik, plaatselijk ook bekend als de Uiverboom (uiver = ooievaar), als enige overgebleven.
Een grenslinde met een naambordje waarop een verhaaltje over de boom staat.
Afb 4 Grenslinden als deze zijn uniek voor Nederland. Bij nieuwe aanplant is ook gekeken naar bijvoorbeeld oude grenzen van Ambachtsheerlijkheden
Monumentale Linde (volop ib bloei) in Den Haag.
Afb 5. Monumentale Linde (plantjaar 1880). Omwille van deze boom is de definitieve ligging van de Koningstunnel in Den Haag gewijzigd.
Een grenslinde op een vliedberg tegen een strakblauwe lucht.
Afb 6. Een grenslinde bovenop een vliedberg. Hoewel bomen op dit soort archeologische monumenten vaak worden verwijderd, mag deze landschapsbepalende boom vooralsnog blijven staan.

Definitie, ouderdom en verspreiding

Bomen kunnen veel informatie geven over de geschiedenis van het landschap, ook solitaire bomen. Een alleenstaande boom in een veenweidegebied kan aangeven waar vroeger een geriefbosje heeft gelegen of waar ooit een boerderij heeft gestaan. Ook zijn dankzij fragmenten van bomenrijen soms nog tracés van verdwenen wegen, sloten heggen en houtwallen zichtbaar.

Alleenstaande fruitbomen kunnen een herinnering zijn aan een uitgestrekte hoogstamboomgaard. Op oude kaarten is een nu versnipperd maar ooit aaneengesloten netwerk van landschapselementen vaak nog zichtbaar.

In dit hoofdstuk gaat het echter niet om dergelijke resten of relicten van landschapselementen die elders in dit handboek besproken worden. Het gaat hier over alleenstaande bomen die op zích cultuurhistorische waarde hebben omdat ze een historische locatie aangeven, ter herdenking zijn geplant of herinneren aan een historisch gebruik van het landschap. De plaats waar de boom staat is daarbij vaak belangrijker dan de boom zelf. Een solitaire boom met cultuurhistorische waarde hoeft dan ook niet oud te zijn.

Bomen met cultuurhistorische waarde zijn vaak verbonden aan elementen als wegen, water - gangen, dijken, kapellen, huisplaatsen, landhuizen, markengrenzen en dergelijke.

Aantastingen en bedreigingen

Bomen kunnen direct bedreigd worden, doordat ze gekapt worden, ongezond zijn of doordat ze gevaar op kunnen leveren. Verder kan vandalisme een rol spelen, bemesting en het spuiten met bestrijdingsmiddelen. Het verkeerd snoeien of op een verkeerd moment snoeien van een boom kan ook een aanslag op de gezondheid van de boom zijn, zie de ‘beheeropties’. Ook door wegaanleg, uitbreidingsplannen, landinrichting en bebouwing verdwijnen bomen. Daarnaast verdwijnen bomen uiteraard door ouderdom, waarbij er door het beheer van de directe omgeving geen natuurlijke verjonging mogelijk was.

De bomen zelf hebben hoogstens nog wel een beschermde status (al komt dit maar zeer weinig voor, zeker gezien het enorme aantal solitaire bomen), maar dat geldt niet voor de omgeving van de standplaats. Te gemakkelijk worden ingrepen verricht in de omgeving van de boom, zonder dat er rekening mee wordt gehouden dat dit door bijvoorbeeld veranderingen in het grondwaterpeil nadelige gevolgen voor de boom kan hebben. Zo kan het leggen van leidingen in een berm waarin ook een oude beuk staat tot veranderingen in groeiomstandigheden leiden waaraan de oudere boom zich niet meer aan kan passen. Andere ingrepen in de omgeving kunnen het kappen van omringende bomen zijn, waardoor de boom zelf ineens in veel meer zon komt te staan, wat tot verbrandingsverschijnselen kan leiden. Ook hiervoor zijn beuken extra gevoelig. Hetzelfde kan gebeuren bij het te abrupt opsnoeien van de stam. Overrijden van de wortels met zwaar materieel is nadelig en kan door bodemverdichting sterfte veroorzaken. Hetzelfde kan gebeuren door bestrating of asfaltering.

Beheeropties

Behoud en consolidatie

De boom moet minstens eenmaal per jaar geïnspecteerd worden op ziekten, dood hout en beschadigingen. Snoeiwerk wordt daarna verricht wanneer er sprake is van plakoksels, te zwaar wordende horizontale takken, of dubbele en elkaar beconcurrerende kronen. Bij de inspectie moet ook gelet worden op zaken als diepploegen aan de voet van de boom, mogelijke vraatschade door paarden en het verbranden van snoeihout dichtbij de boom.

Het afzagen van takken moet op zo’n manier gebeuren dat de snoeiwond zo klein mogelijk is. Dit kan door goed haaks op de lengte van de tak te zagen en de aanzet van de tak (de ‘takkenkraag’) te laten zitten. Snoei ook niet te veel takken in een keer van de boom af: geef de boom de kans om vitaal te blijven om zich zo te kunnen wapenen tegen ziekten. Verwijder nooit meer dan een derde van de kroon in één keer. Zaag eerst de takken af die de grootste problemen veroorzaken, wacht met andere en minder dikke takken tot een volgend seizoen. Sommige soorten verdragen geen snoei meer wanneer de sapstroom al op gang is gekomen. Wanneer dat het geval is, is afhankelijk van de strengheid van de winter en de standplaats. Voor de zekerheid kan men die soorten beter niet meer snoeien na 1 januari. Dit geld onder andere voor berken, notenbomen en esdoorns. Prunusachtigen, die gevoelig zijn voor loodglansziekte, moeten in het najaar gesnoeid worden.

De flora- en faunawet verbiedt verstoring van nesten en nestlocaties. Snoei bomen dus niet in het broedseizoen. Als begin van het broedseizoen wordt vaak 1 april gehanteerd. Voor sommige in bomen broedende soorten begint dit echter al eerder, bijvoorbeeld voor uilen. Wordt hout afgezaagd omdat er sprake is van ziekteverschijnselen, dan moet dit afgevoerd worden om te voorkomen dat ze een bron van besmetting gaan vormen.

Restauratie

Bij restauratie en reconstructie gaat het om het opvullen van een gat dat ontstaan is door het verwijderen van een eerder op die plek staande boom. Vervang de oude boom dan door een boom van dezelfde soort, liefst afkomstig uit de eigen streek om zo de traditie voort te zetten.

De beste periodes voor het verrichten van nieuwe aanplant is het najaar, nadat de bomen hun blad hebben verloren. Ook mogelijk, maar minder gunstig is het vroege voorjaar: februari of maart. Het planten moet plaatsvinden op vorstvrije dagen. Het plantgoed hoort tijdens het vervoer en een eventueel kort durende opslag beschermd te worden tegen uitdroging van de wortels. Dat kan door de wortels in te pakken met een natte jute of plastic zak of door liggend plantgoed te bedekken met bijvoorbeeld een zeil. Het plantgoed dagenlang met wortels in water zetten is geen goede methode.

Voor de boom wordt een plantgat gegraven van 80 x 80 x 80 centimeter of zelfs 1 kubieke meter. Het plantgat moet zo ruim zijn dat de wortels er wijd in kunnen worden uitgespreid. Aan de windzijde, op ongeveer 15 centimeter van de boom, wordt een boompaal geplaatst waaraan de jonge aanplant met een brede band wordt bevestigd. Die paal wordt gezet voor de boom in het gat staat, om beschadiging van de wortels te voorkomen. Nog beter,en zeer gebruikelijk, is het zetten van twee boompalen.

Is de kroon niet overal even goed ontwikkeld, zet dan het deel met de kleinste takken aan de licht - zijde; het zuiden of westen.

Verschillende rassen kunnen grote bomen worden en daarom moeten ze ver genoeg uit elkaar staan. Zes meter bij bomen met een relatief smalle kroon zoals berken en elzen, acht tot tien meter bij bredere bomen zoals lindes, appels, pruimen en tien tot twaalf meter bij soorten als noten - bomen, essen, eiken en beuken.

Reconstructie

Bestaat de mogelijkheid om in een gebied waar bijna alle bomen verdwenen zijn nieuwe bomen aan te gaan planten, probeer dan aan de hand van oude kaarten vast te stellen waar ooit grote solitaire bomen hebben gestaan. Op topografische kaarten zijn de zwaardere solitaire bomen ingetekend! Onderzoek ook welke functie die bomen kunnen hebben gehad. Gaven ze de plaats van een veerpont aan, of bijvoorbeeld een wegkruis? Betrek ook de oude inwoners van het gebied bij de plannen. Zoek naar plaatsen waar bomen kunnen hebben gestaan, zoals kruisingen van wegen of dijken, buitenplaatsen, kerken of kapellen, wegkruisen, opritten naar een veer, coupures in dijken, dorpspleinen.

Behoud door ontwikkeling

Er is veel belangstelling voor bomen, zeker wanneer die iets vertellen over de geschiedenis van een streek of dorp. Elementen als solitaire bomen lenen zich dan ook goed voor wandelingen, met informatie over de bomen in een routebeschrijving of op bordjes bij de bomen zelf. De bomen zijn ook goede kapstokken voor educatieve projecten over de geschiedenis van de eigen streek of over de natuur.

Een voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

“Particuliere eigenaren zien vaak de waarde van zo'n boom niet”

Lucien Calle en Rudie Geus werken bij Landschapsbeheer Zeeland. Ze zijn daar onder andere betrokken bij het project ‘Grenslindes’. Die bomen stonden vroeger in de zak van Zuid-Beveland op veel hoeken van oude grenzen van polders, waterschappen en gemeenten. Nu staan er nog zo'n 200, er zijn exemplaren bij van 250 jaar oud.

Wie is de eigenaar van de grenslindes?

Dat varieert heel erg. Soms waterschappen, maar ook vaak Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten, daarnaast zijn er particuliere eigenaren. De meeste bomen zijn eigendom van natuurmonumenten en het waterschap Zeeuwse Eilanden.

Wie financiert het project?

Het project is opgezet dankzij een heel stel verschillende subsidieregelingen, onder andere met geld van de Nationale Postcode Loterij, de WCL en de Gemeente Borssele en Goes.

Wie nam het initiatief?

Landschapsbeheer Zeeland.

Wat troffen jullie aan?

Nogal wat bomen die minder vitaal waren door bijvoorbeeld vraat aan de bast of achterstallig onderhoud. Soms was er zelfs sprake van gevaarlijke situaties: takbreuk, instabiliteit.

Hoe kwam de historische informatie boven tafel?

Er was al een onderzoek verricht en een inventarisatie gedaan.

Zijn er nog andere partijen bij betrokken?

Een Rotaryclub stelde geld beschikbaar, met name voor het planten van níeuwe grensbomen. Dat komt bijvoorbeeld voor nadat oude bomen zijn verdwenen bij de verbreding van een weg. Handhaving staat voorop, maar als dat niet lukt is herplant op ongeveer dezelfde plek een optie. De gemeente waarin de boom staat doet ook soms mee.

Wat is er gedaan in het kader van het project?

Noodzakelijk snoeiwerk aan bomen is verricht. Voor verdwenen bomen zijn nieuwe geplant. Soms is er een korf om de boom geplaatst.

Heb je een advies voor de omgang met solitaire bomen met cultuurhistorische waarde?

  • Zoek een goede snoeier. Er zijn veel ondeskundige en onzorgvuldige. Particuliere eigenaren zien ook vaak het belang niet van zo'n boom.
  • Voer regelmatig controles uit, kijk dan ook of er niet aan de bast gevreten wordt, en of koeien die beschutting zoeken onder de boom de oppervlakkige wortels niet stuktrappen.
  • Pak dit niet op eigen houtje aan, zoek contact met bijvoorbeeld landschaps - beheer.

Nader signalement

Hieronder volgen definities van een aantal bijzondere bomen met cultuurhistorische waarde.

Bijzondere bomen

Dorpsboom

Een dorpsboom is een boom waarop allerlei (al dan niet officiële) berichten werden aangeplakt. Als de boom ook rechtsboom wordt genoemd werd eronder ook recht gesproken. Het gaat dan vaak om lindenbomen.

Etagelinde

In etages geknipte en geleide lindebomen stonden vaak in het hart van een dorp of aan de rand ervan. Ze staan nu bijvoorbeeld nog in Vortem-Mullum en Sambeek (hier gaat het om de oudste boom van Nederland). Ze speelden een belangrijke rol bij dorpsfeesten en in religies.

Grensboom

Een grensboom geeft de grens uit tussen bijvoorbeeld twee gemeenten of marken. In Beilen staat een grenseik van ruim 350 jaar oud. Deze bomen staan ook vaak op eigendom- of perceelgrenzen.

Herdenkingsbomen

Herdenkingsbomen zijn geplant ter herinnering aan persoonlijke of nationale gebeurtenissen. Bekend zijn de bomen die zijn geplant ter gelegenheid van de troonsbestijging van de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix. Ook worden bomen geplant ter gelegenheid van de geboorte van prinsen of prinsessen. Vaak worden voor deze gelegenheid linden gebruikt: die symboliseren vruchtbaarheid en liefde. Aan de bomen worden niet zelden gebeurtenissen gekoppeld die veel ouder zijn dan de boom die (nu) op die plaats staat. Mogelijk stond er eerder een soortgelijke boom op dezelfde plaats? Van de Lodewijkslinde in Vorden wordt beweerd dat die schaduw heeft geboden aan de zonnekoning Lodewijk de XIV. Ook rond de bevrijding in 1945 en bij regeringsjubilea zijn herdenkingsbomen geplant.

Kapelboom

Een kapelboom staat in Limburg boven een kleine wegkapel of een wegkruis Vaak zijn het groepjes van drie bomen, die verwijzen naar de Heilige Drievuldigheid. Een veel gebruikte soort is de linde. De gemeente Beesel heeft zelfs een aparte werkgroep opgericht voor deze kruisen, kapellen en bomen.

Kindertjesboom

Een kindertjesboom is een boom die kinderen produceert. De boom moet daarvoor wel een holle stam hebben, waarin het kind door de trotse ouders aangetroffen kan worden. In Wapenveld staat een mooi exemplaar. In het huidige Utrecht-Noord stond op een plaats van een verdwenen klooster een boom die ‘monnikenboom’ werd genoemd en die ook een kindertjesboom was.

Klooster of Apostellinde

De klooster- of apostellinde in Ter Apel is eeuwenoud, hoe oud precies is niet bekend, gedacht wordt aan 5 á 6 eeuwen.

Kroezeboom

De Kroezeboom (kruisboom) bij Tubbergen was in de 17e eeuw de plaats waar katholieke kerkdiensten werden gehouden. Het gaat hier om een eik van mogelijk meer dan 500 jaar oud. Het is niet uitgesloten dat het ooit een boom was die de grens van een marke aangaf. Andere kroezenbomen markeren het hoogste punt van een dorpses en zijn richtpunt bij het bepalen van de individuele kavels.

Lapjesboom

Een lapjesboom is een boom waarin men lapjes hangt om genezing van een ziekte of een aandoening (bijvoorbeeld koorts) te bereiken. De lapjes of koortsboom bij Overasselt staat bij de ruïne van een kapel. In legenden komt die boom al honderden jaren eerder voor, al kan daar sprake zijn van aanpassing van het verhaal aan een algemeen bekend persoon (Karel de Grote), zoals ook veel meer recente zaken in het landschap ten onrechte aan Napoleon worden toegeschreven. De boom is nu zo’n honderd jaar oud, maar de aanwezigheid van een genezende boom op die plek is veel ouder dan de stichting van de kapel, die dateert uit de 15e eeuw. Een in 1994 omgekapte lindenboom in Tilburg is al vermeld in 1598 en volgens sommigen was de boom nog veel ouder: linden kunnen een zeer hoge leeftijd bereiken.

Markerings- of bakenboom

Markerings of bakenbomen geven een belangrijke plek in het landschap aan, bijvoorbeeld een grens Een dijklinde kan aangeven op welke plaats een weg naar de dijk toeloopt., Een mooi exemplaar staat in Tull en ’t Waal (gemeente Houten). Ook op dijken van Zuid-Beveland komen er verschillende voor. Een boom kan ook de oversteekplaats van een veer over de rivier aangeven of een baken zijn voor de scheepvaart. Op kruispunten in de Noordoostpolder zijn solitaire bomen geplant om automobilisten te waarschuwen en zo ‘polderblindheid’ te voorkomen. In Groningen zijn de bergplaatsen van balken en schotten die coupures in de dijk moeten dichten bij hoog water gemarkeerd door bomen in een verder boomarm landschap.

Spijkerboom

Een spijkerboom is een boom waarin men spijkers slaat om genezing van een kwaal te bewerkstellen. De spijker imiteert de huiduitslag die de zieke heeft, met het slaan van de spijker wil men die kwaal overbrengen op de boom. Ook bij kiespijn en liesbreuken schijnt het slaan van een spijker in zo’n boom verlichting te brengen. Een spijkerboom is nu bijvoorbeeld nog bekend uit het Drentse Yde.

Tiendboom

Een tiendboom markeert de grens van een stuk land waarover een tiende van de opbrengst aan de pachtheer moest worden betaald.

Veel gebruikte bomen bij de hierboven genoemde functies zijn de zomereik en de linde. Op kerkhoven staat vaak de taxus, als symbool van het eeuwig leven. Deze soort kan meer dan duizend jaar oud worden.

Ecologische waarden en potenties

Doordat de boom een extra cultuurhistorische waarde heeft wordt hij gespaard op momenten dat in de omgeving veel andere bomen worden weggehaald of afgezet. Daardoor is deze oude solitaire boom nogal eens het enige ‘oude hout’ in een gebied. Dat vergroot de ecologische waarde, want allerlei vogelsoorten hebben voor hun voedsel of voor nestgelegenheid een oude boom nodig.

Doordat vooral eiken en linden gebruikt worden voor dit soort doeleinden is de natuurwaarde extra groot: het zijn inheemse bomen met een grote rijkdom aan bijbehorende organismen die zich gespecialiseerd hebben op deze boomsoorten. Zo kunnen zich uitgebreide gemeenschappen van korstmossen op oude stammen bevinden.

Literatuur

  • Maes, N.C.M. (1996), Bomen en monumenten. RDMZ / Sdu, Den Haag (RV Bijdrage 16).
  • Moens, F. en R. de Weerd (red.) (2001), Bomen en mensen. Een oeroude relatie. Utrecht/Amsterdam.
  • Schuyf, J. (1995), Heidens Nederland; zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden. Matrijs, Utrecht.
  • Veer, A.A. de (1985), Geografie van de opvallende boom in het agrarische landschap van Nederland. Diss. Rijksuniversiteit Groningen.

Sites

U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 jun 2024 om 20:05.