bouwkeramiek

< Begrip

In ruime zin alle aardewerk dat bij bouwwerken wordt toegepast. In engere zin alleen de producten die ook wel in constructies, maar vooral voor in- en uitwendige versiering worden gebruikt. Tegels en plastische keramiek nemen daarbij een belangrijke plaats in.Het gebruik van aardewerk is reeds zeer oud. In Egypte werden geglazuurde tegels als wandbekleding gebruikt. Babyloniërs en Perzen versierden poorten en andere gebouwen in VI-IV v.C. met polychroom geglazuurde reliëfbekledingen (Istarpoort te Babylon). De Grieken en Romeinen gebruikten alleen ongeglazuurd (zie) terracotta voor sierlijsten, banden en bekronende elementen, die deel uitmaakten van de daken. Bij de Grieken werd het vermoedelijk vaak beschilderd. Bij de Etrusken was het gebruik van bouwkeramiek zeer uitvoerig. In het islamitische Perzië en omringende landen werden in XII-XVII moskeeën e.d. vaak in ruwe baksteen opgetrokken en vervolgens in- en uitwendig bekleed met polychroom gedecoreerde tegels. Die waren deels rechthoekig, maar vaak ook ster- en kruisvormig in elkaar passend. Ook komen mozaïeken van aardewerk voor. In Spanje dateert de toepassing van bouwkeramiek vooral uit de periode tijdens en kort na de Moorse overheersing (Alhambra te Granada). In Italië werden in de renaissance door de grote rijkdom aan natuursteen weinig keramische producten toegepast. De sierpanelen van de familie Della Robbia en de reliëfbekledingen van ongeglazuurde terracotta nemen toch een belangrijke plaats in.In de West-Europese landen vonden (zie) tegels sinds XII toepassing als vloerbedekking en later als wandbekleding. De cisterciënzers werkten in Frankrijk sedert XIII met tinglazuur. Utrechtse tegelfabricage met o.a. tinglazuur is bekend sedert c. 1300. Hierop sluit in de M.e. aan het gebruik van gekleurd geglazuurde en vaak in patronen verwerkte daktegels. In de Nederlanden is die traditie reeds vroeg verdwenen, maar zij bleef vooral in Bourgondië en Zuid-Duitsland nog lang bestaan. Daarnaast komen ook m.e. voorbeelden en van gebakken reliëfstenen voor, vooral in Noord-Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken. Een aparte plaats nemen de vooral in XVI en XVII vervaardigde gestempelde haardstenen in en ook de dikwijls decoratieve tegels voor gemetselde kachelovens ( (kachel).Omstreeks 1590 komt in de Noordelijke Nederlanden een productie van decoratieve wandtegels op. Sedert XIXb nam het gebruik van tegels sterk toe om praktische en esthetische redenen. Zij zijn gemakkelijk schoon te houden en kunnen een waterdichte bekleding vormen. De Jugendstil paste graag geglazuurde bakstenen en decoratieve tegeltableaus toe, ook in gevelwerk. Vooral in XIXb werd veel gebruik gemaakt van plastische decoratieve elementen van terracotta (consoles enz.). De jongere bouwkunst (Amsterdamse School) kent diverse toepassingen van keramische kunstwerken in de bouw. (Haslinghuis)


Thesaurus: bouwkeramiek

Pagina's met dit begrip


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 jun 2023 om 08:34.