Hallehuis - Midden- en Noord-Drents hallehuis

Introductie

De Drentse boerderijen vallen grotendeels onder de hallehuisgroep. Dit artikel behandelt de boerderijen in het midden en noorden van de provincie. In de Kop van Drenthe zijn overeenkomsten met de boerderijen in Groningen en Friesland.

Boerderij met rieten dak
Boerderij met langwerpig woongedeelte in Orvelte. Foto: beeldbank RCE, G.J. Dukker, 1961 CC BY-SA 3.0
boerderij met houten schuur
Boerderij met houten achterbaander in Orvelte. Foto: beeldbank RCE, fotograaf en jaartal onbekend CC BY-SA 3.0
Boerderij en lang gras
Hallehuis-boerderij met dwarsdeel in Zuidvelde in het noorden van Drenthe. Foto: beeldbank RCE, G.Th. Delemarre, 1964 CC BY-SA 3.0
Boerderij met boogdeur en schoorstenen
Boerderij met Friese en Groningse stijlkenmerken in Roden. Foto: beeldbank RCE, L.M. Tangel, 1970 CC BY-SA 3.0

Geologie

De provincie Drenthe bevat vele historische boerderijvormen die vrijwel allemaal varianten zijn van het hallehuis. De provincie bestaat overwegend uit hoger gelegen zand- en heidegronden (in het midden) en lager gelegen veengebieden (in het zuidwesten) en hoogveengebieden (in het noorden, oosten en zuidoosten, de Veenkoloniën). De Drentse boerderijen kennen van oudsher meestal een gemengde bedrijfsvoering. In veel gebieden lag de nadruk op de productie van schapenmest, wol, e.d. waarvan de vele schapenboeren en schaapskooien getuigden.

Middeleeuwen

Het midden en noorden van de provincie was gedurende lange tijd een geïsoleerd en (tot op heden) dunbevolkt gebied. De agrarische producten van Midden- en Noord-Drenthe waren daardoor lange periode op de lokale markten gericht. Pas in de loop van de negentiende eeuw werd het gebied beter bereikbaar voor de buitenwereld, was er sprake van een zekere schaalvergroting in de bedrijfsvoering en werden markten van buiten de regio aangeboord. De trage verandering neemt niet weg dat de Midden-Drentse boerderij een lange ontwikkelingsgeschiedenis kent. Deze langdurige ontwikkeling leidde als gezegd tot verschillende varianten en formaten van het hallehuis, waarin de verschillende activiteiten als woon-, stal-, werk- en oogstruimten onder een dak waren ondergebracht. De kern en vaak het oudste onderdeel van de boerderij is het gebintwerk. In Midden-Drenthe bestaan de meeste boerderijen uit ankerbalkgebinten (dwarsgebinten), maar onderzoek heeft uitgewezen dat ook een langsgebint vanaf de veertiende eeuw voorkwam. Het langsgebint is in feite de voorloper van het ankerbalkgebint. De gebinten verdelen het hallehuis in een brede middenbeuk en twee smallere en lagere zijbeuken en hebben ondanks de vele aanpassingen door de tijd heen min of meer altijd de indeling bepaald. Ook was er destijds nog sprake van een “los hoes”. Vanwege de langzame ontwikkeling op het Midden-Drentse platteland bestonden de boerderijen aldaar tot eind 17e eeuw nog uit natuurlijke materialen.

Huidige boerderijen

De eerste vormen van verstening ontstonden omstreeks 1800. De verstening in de boerderijbouw vond als eerst plaats in het westen en noorden van de provincie en als laatste in het midden en zuidoosten. In Schoonebeek staan nog boerderijen die uit vakwerk en leem bestaan. De meeste historische boerderijen hebben laag aanzettende rieten daken, vaak met een gevlochten nok en een klein driehoekig topje aan de achterzijde. De deeldeuren liggen vaak diep terug in een onderschoer. Een schaapskooi aan de voor- of achterzijde komt veel voor.

Woongedeelte

Opmerkelijke aandacht verdienen de Drentse boerderijen vanwege hun variëteit aan vormen en indelingen, zoals van het woongedeelte. Onderzoek wijst uit dat de indeling van het woongedeelte tamelijk complex was, d.w.z. er was geen sprake van een simpele scheiding tussen twee rechthoekige ruimten. Veel Drentse boerderijen kennen een diep woongedeelte, waarin de keuken en wasruimte e.d. tussen de voorkamer en het bedrijfsgedeelte lagen. Deze ruimten waren vaak twee gebintvakken diep en maakten feitelijk deel uit van het bedrijfsgedeelte. De aanwezigheid van een onderslagbalk maakte voor de keuken een open ruimte zonder gebintstijl mogelijk. Hier spreken we aldus van een gedeeltelijke bewoning in het bedrijfsgedeelte, hetgeen is af te lezen aan de langwerpige zijgevel met grote ramen – aan de straatzijde. Vaak bevindt zich ook de voordeur in de zijgevel en ligt de boerderij met de lengteas evenwijdig of diagonaal aan de openbare weg. De voorkamer werd vaak minder intensief gebruikt, hetgeen bijvoorbeeld af te lezen valt aan de kleine raamopeningen. In de zijbeuken was plaats voor bedsteden. In de loop van de achttiende eeuw zorgden toenemende voorspoed en intensivering van de landbouw voor een uitbreiding van het woongedeelte aan de voorzijde en tevens voor meer opslagbehoefte boven het woongedeelte. Door de toenemende verstening kreeg het voorhuis een grotere afmeting en andere indeling, doordat de gebintconstructie niet meer nodig en leidend was.

Bedrijfsgedeelte

Ook het bedrijfsgedeelte in de Midden-Drentse boerderij kent een dynamische ontwikkelingsgeschiedenis. Naarmate het verschil in bedrijfsvoering toenam, nam vanaf de zeventiende eeuw de functie van de middenlangsdeel af en zocht men naar een efficiëntere indeling van het bedrijfsgedeelte. Zo ontstond in steeds meer boerderijen een dwarsdeel met (verdiept liggende) deeldeur in de zijgevel, een aanzienlijk kleinere dorsruimte binnen een gebintvak en stal-, opslag- en werkruimten in overige gebintvakken. Sommige grote boerderijen bevatten dan ook een dwarsdeel met twee deeldeuren in de zijgevel. Een andere ontwikkeling was de toename van de veestapel, waardoor in het hoofdgebouw zelf gebrek aan ruimte ontstond voor hooiopslag. Vanaf de zeventiende eeuw ontstonden daardoor in toenemende mate vrijstaande hooischuren op het erf.

Afwijkende boerderijtypen

Bovenstaande algemene kenmerken gelden aldus voor de boerderijen in het midden van Drenthe. Aan de randen van de provincie, grenzend aan de buurprovincies en aan Duitsland, komen afwijkende boerderijtypen voor. In het westen en noorden van Drenthe vinden we voorbeelden van de Friese variant en in het oosten en zuidoosten komen de grootse en langwerpige veenkoloniale boerderijen voor, evenals in het aangrenzende hoogveengebied in Groningen. Aparte aandacht verdienen bovendien de modelboerderijen uit het begin van de twintigste eeuw, waarvan sommige in het zuidwesten van de provincie staan. Vanwege de eigen ontwikkelingsgeschiedenis en kenmerken worden de boerderijen in Zuidwest-Drenthe in een hieronder volgende beschrijving behandeld.

Zie ook

Hoort bij deze thema's

Specialist(en)

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 19 jan 2024 om 16:31.