Waarderen van erfgoed - co-waarderen

Introductie

Erfgoed maken we samen. Erfgoedorganisaties en musea zijn bezig met de vraag hoe zij zich nog beter kunnen verhouden tot de samenleving en hun taak om erfgoed te behouden. Binnen en buiten erfgoedorganisaties is veel kennis aanwezig. Om te bepalen wat dat erfgoed is kunnen naast de professionals ook anderen een rol vervullen. Groepen, gemeenschappen en individuen met verschillende achtergronden en overtuigingen bepalen samen en gelijkwaardig met erfgoedprofessionals wat erfgoed is, waarom iets wel of niet getoond of bewaard zou moeten worden, en welke verhalen daarbij verteld worden.

Een groot aantal vrouwen zijn twee aan twee in gesprek, zittend aan tafeltjes
Verhalencafé tijdens internationale vrouwendag in Museum Rotterdam. Beeld: Museum Rotterdam.
Een model waarin de drie varianten van mate van zeggenschap onderscheiden worden. De varianten zijn: 'De erfgoedinstelling', 'Beide partijen' en 'De groep/gemeenschap'
Model 'Zeggenschap bij co-waarderen'. Beeld: Co-cultuur/Leonie Wingen.
Vier jongeren kijken naar een schilderij in het Van Gogh Museum
Beeldbrekers bekijken samen schilderijen in het Van Gogh Museum, Amsterdam. Beeld: Beeldbrekers/ Dion Bierdrager.
Negen mensen zijn in overleg zittend aan een lange tafel. In de ruimte staan theaterpoppen en hangt een digitaal scherm
Participatief waarderingstraject van de collectie van figurentheater DEMAAN in Mechelen. Beeld: CEMPER
Twee senioren vrouwen zitten aan tafel en lachen. Voor hen staat een archeologisch kommetje
Twee dames halen lachend herinneringen op tijdens het waarderingsproject Helmond in 100 stukskes. Beeld: Laura Maessen.
Een meisje schrijft op een groot vel papier dat op tafel ligt. Een groep andere deelnemers kijkt mee
Emotienetwerken tijdens jubileum seminar 20 jaar Imagine IC, Amsterdam. Beeld: Paco Núñez voor Imagine IC.

Wat is co-waarderen?

Co-waarderen is een traject of continu proces waarin niet-beroepsmatig betrokkenen sámen met erfgoedinstellingen/overheden een onderbouwde visie geven op de waarde van een object of collectie. Hierbij kunnen verschillende betekenissen en waarden worden toegekend. Co-waarderen kan deel uitmaken van besluitvormingsprocessen over collectievorming, samenstellen van tentoonstellingen, en het vastleggen en delen van verhalen.

De term co-waarderen richt zich op waarderingstrajecten waarbij erfgoedinstellingen op basis van gelijkwaardigheid samenwerken met groepen, gemeenschappen of individuen die daarbij een vorm van inspraak hebben op te maken keuzes. Dit gaat dus een stap verder dan mensen laten deelnemen in het traject zonder een vorm van zeggenschap. Ook het hoofdzakelijk faciliteren van het waarderingsproces door een erfgoedinstelling zonder vorm van actieve betrokkenheid valt niet onder de term co-waarderen. Het gaat om deelhebben en het samen werken aan waarderen.

Meer over de termen erfgoedparticipatie, erfgoedgemeenschap en participatie is te vinden in het onderzoeksrapport ‘Voor ons kan erfgoed alles zijn. Drie erfgoedbegrippen zijn nader bekeken’ door Wim Burggraaff (2022).

Waarom co-waarderen?

Door samen te praten over wat erfgoed betekent kunnen verschillende perspectieven betrokken worden bij het waarderen. Daardoor wordt de besluitvorming democratischer. Deze manier van werken genereert meer kennis en zorgt voor een meer diverse collectie. Bovendien ontstaat bij het betrekken van groepen of gemeenschappen in het traject meer draagvlak voor behoud en bescherming van het erfgoed. De legitimatie en daarmee ook een grondslag voor financiering wordt vergroot. Co-waarderen kan een gevoel van erkenning bij gemeenschappen vergroten, wat de binding met erfgoedinstellingen ten goede komt.

Op het platform Faro van de RCE is meer te vinden over het nut van co-waarderen, zie de blogs:

Hoe co-waarderen?

Er is niet één manier om samen met burgers, erfgoedgemeenschappen en de samenleving erfgoed te waarderen. Hoe je dat duurzaam en effectief kunt aanpakken is voor de ene professional nog een zoektocht, anderen hebben daar al ervaring mee. Om van elkaar te leren zijn erfgoedprofessionals uit Nederland en Vlaanderen in een reeks online bijeenkomsten in 2022 bij elkaar gekomen. Dit ‘Lerend netwerk co-waarderen in en rond musea’ heeft drie handige tools opgeleverd.

Competentieprofiel

Een groep erfgoedwerkers vroegen (aanstaande) deelnemers aan co-waarderentrajecten naar hun wensen en concrete ervaringen. Die gesprekken resulteerden in een overzicht van acht competentieclusters die in een co-waarderentraject niet mogen ontbreken. Het profiel is te gebruiken voor: Het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan. Het organiseren van evaluatie en intervisie. Het samenstellen van een complementair team voor een traject van co-waarderen. Het aanwerven van freelancers of projectmedewerkers. Het plannen en ontwerpen van opleidingen en trainingen.

Download het competentieprofiel in pdf.

Gespreksstarters

Bij de start van een co-waarderentraject is het belangrijk om ons bewust te zijn van de aannames die mensen hebben bij erfgoed en musea, en dus ook bij waarderen. In het voorjaar van 2022 hebben we enkele aannames van (aanstaande) deelnemers aan co-waarderentrajecten in kaart gebracht. Op dat kleine onderzoek is deze tool gebaseerd.

Met deze tien kaartjes met gespreksstarters kunt u de aannames van de deelnemers in de groep (of in een één op één gesprek) bespreekbaar maken. Betrek hier ook de collega’s bij en zorg dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen aan het gesprek. Door open met elkaar in gesprek te gaan en naar elkaar te luisteren zetten we stappen vooruit.

Download de gespreksstarters in pdf.

Tips en tops uit de praktijk

Een groep erfgoedwerkers beantwoordt vragen over co-waarderen die in het erfgoedveld leven. Ze geven adviezen en voorbeelden vanuit de (eigen) opgedane praktijkervaringen. De uitkomst is een rubriek waarin twaalf verschillende vragen worden beantwoord, aangevuld met nuttige links. In deze opzet wordt niet gestreefd naar volledigheid, maar zijn de antwoorden een eerste aanzet om te komen tot antwoorden op veelgehoorde vragen.Co-waarderen in de erfgoedpraktijk is work in progress.

De ‘Tips en tops uit de praktijk’ rubriek behandelt de volgende vragen:

  1. Hoe start je een co-waarderentraject?
  2. Hoe kom je tot keuzes?
  3. Welke competenties heb je nodig in een co-waarderentraject?
  4. Hoe kom je tot een goede samenstelling van een groep?
  5. Hoe kom je tot de keuze van mate van zeggenschap?
  6. Hoe zorg je voor wederkerigheid in een co-waarderentraject?
  7. Hoe zorg je dat het traject gaat ‘stromen’?
  8. Hoe ga je om met gevoeligheden?
  9. Worden objecten anders door het publiek gewaardeerd dan door erfgoedprofessionals?
  10. Hoe leg je verhalen, meningen of argumenten vast?
  11. Hoe zorg je voor een duurzame samenwerking?
  12. Wanneer is een co-waarderentraject geslaagd?

1. Hoe start je een co-waarderentraject?

Antwoord uit de praktijk

Co-waarderen kan worden toegepast bij het samenstellen van tentoonstellingen, en het verzamelen of ontzamelen van objecten. Bedenk welke behoeften, wensen en doelen er zijn binnen de erfgoedinstelling. De motivatie en het doel van het traject zijn bepalend voor het verder vormgeven van het co-waarderentraject. Formuleer daarom je doel helder en expliciet. Wat is het dat de organisatie met het co-waarderen wil bereiken? Gaat het om het toevoegen van verhalen, andere perspectieven, of ervaringsdeskundigheid? Wil je specifieke kennis ophalen bij een onderbelicht thema of een verzameling? Of wil je een bepaalde gemeenschap bijvoorbeeld mee laten denken of laten beslissen wat je over een bepaald onderwerp gaat verzamelen of presenteren?

Het opstarten van een co-waarderentraject hangt ook samen met de visie van een erfgoedinstelling en de beschikbare middelen. Sluit het aan op het presentatie- of verzamelbeleid? Op welke termijn moet de verzameling gewaardeerd zijn? Wat is haalbaar binnen het beschikbare budget en de personele bezetting? Als co-waarderen een nieuwe aanpak is binnen de organisatie, bekijk dan of er voldoende draagkracht is om het traject te initiëren of wat er voor nodig is om dit mogelijk te maken. Houd ook rekening met je collega’s: zijn zij er klaar voor om in zo’n traject te stappen? Zo nee, wat is daarvoor nodig?

Als het te starten traject wordt geïnitieerd vanuit de behoeften of wensen van de instelling, bedenk dan wie je als deelnemer(s) ziet binnen het co-waarderentraject. Met welke groepen of gemeenschappen heb je al eens eerder samengewerkt? Met welke niet? Durf nieuwe groepen te betrekken. Hoe kun je die bereiken? Hoe eerder je ze betrekt, hoe meer je het traject samen kunt vormgeven. Zorg er wel voor dat de vraag die je stelt aan een gemeenschap met wie je wilt samenwerken ook relevant is voor die gemeenschap. Of onderzoek hoe je het relevant voor hen kunt maken. Doe geen loze beloftes en zorg voor heldere afspraken, al vanaf het begin, zoals over de tijdsinvestering en (vorm van) vergoeding. Specifiek voor een co-waarderentraject is het van belang om (van te voren) vast te stellen wie de beslissingen gaat nemen. Doe jij dat, de groep of gemeenschap waarmee je samenwerkt, of beslis je samen? Bespreek wat er met de resultaten gebeurt en check of iedereen tevreden is met de gemaakte afspraken. Een evaluatie opnemen in de planning, is ook aan te raden. Eventueel kan een terugkommoment aan het projectplan toegevoegd worden. Dit zorgt ervoor dat de betrokkenen elkaar nogmaals ontmoeten, wat bijdraagt aan een meer structurele binding van de betrokkenen met je organisatie.

Praktijkvoorbeeld

“Een museum had een grote collectie hedendaagse Afrikaanse kunst in langdurig bruikleen van een privéverzamelaar. Deze was zeer welkom voor een tijdelijke tentoonstelling, maar wat zou er in de toekomst nog meer mee gedaan kunnen worden? Om antwoord te vinden op deze vraag startte het museum een co-waarderentraject. Ter voorbereiding op het traject maakten de museummedewerkers een projectplan met einddoelstellingen, een tijdspad dat zicht gaf op de tijdsinvestering, een begroting, een overzicht van te gebruiken vergaderruimtes, te maken presentaties en een lijst van partners. De betrokkenen bij dit traject waren experts op het vlak van hedendaagse Afrikaanse kunst, leden van de Raad van Bestuur (om meer gedragenheid te creëren) en museumgidsen (die de feedback van museumbezoekers direct ontvangen). Ze werden van tevoren op de hoogte gebracht van de werkwijze en de beoogde doelstellingen zodat iedereen samen aan de slag kon. Vanaf het begin was duidelijk gecommuniceerd wat de doelstelling was en hoeveel tijd en actie er werd verwacht van de betrokkenen. Er werd geen financiële vergoeding geboden. Transportkosten zijn wel vergoed en er werd voor de lunch gezorgd. Veel van de betrokkenen van destijds houden nog steeds contact en komen naar openingen.”

Links

2. Hoe kom je tot keuzes?

Antwoord uit de praktijk

Een co-waarderentraject is maatwerk; die ene ‘juiste’ aanpak bestaat niet. Die zal organisch groeien. En wees je er bij het opstellen van een projectplan van bewust dat er wellicht ook zaken zijn die je niet van tevoren kunt voorzien. Hou ruimte voor onverwachte wendingen, het is immers een proces dat je samen aangaat.

Te maken keuzes in het vormgeven van een co-waarderentraject zijn afhankelijk van het doel dat je wilt bereiken en de voorwaarden die de organisatie daarbij stelt. Kijk vervolgens naar de specifieke situatie: welke gemeenschap biedt de voorwerpen aan, of gaat het om een bestaande museumcollectie? Om hoeveel voorwerpen gaat het en wiens eigendom betreft het? Om wat voor soort objecten gaat het en in welke staat verkeren deze? Dit alles kan van invloed zijn op de te maken selecties. Bijvoorbeeld over het mogelijk uitsluiten van voorwerpen in slechte staat of wanneer het formaat onhanteerbaar is en niet in het depot past.

Om tot keuzes te komen bij het waarderen moeten het doel en de voorwaarden duidelijk zijn voor alle partijen. Zowel die van de organisatie, maar ook die van de betrokken groepen of individuen. De rol van de organisatie is hierin om een luisterend oor te bieden en door te vragen naar waar hun interesses, kennis en vaardigheden liggen. Wat is hun doel en zijn er van hun kant verwachtingen? Komen die overeen met waar de organisatie op afkoerst? Om het afbreukrisico te verkleinen vraagt dat eerst om aandacht. Ook tijdens het traject kan een begeleider controleren of alles zich naar ieders wens ontwikkelt. Zo niet, koppel dit dan terug naar de organisatie en stel kaders en doelen bij. Soms is de weg er naar toe en het opbouwen van een band van grotere waarde dan het uiteindelijke resultaat van het waarderen. Sta open voor het onverwachte en geef ruimte aan improvisatie. Samenwerken is een kwestie van particiLeren.

Praktijkvoorbeeld

“Vijf musea met kunst en erfgoed collecties hebben het doel gesteld om samen te werken. Een co-waarderentraject is als middel gebruikt om tot die samenwerking te komen. In dit geval werd een algemeen publiek uitgenodigd om met de diverse collecties van de musea een tijdelijke tentoonstelling samen te stellen. Het publiek in de rol van curator. De musea gaven de volgende kaders aan: een eerste selectie van objecten werd door de musea zelf gedaan. Dat leidde tot een verzameling van 300 voorwerpen die via een online platform beschikbaar kwamen voor het publiek.

Voor het samenstellen van de tentoonstellingen kregen de deelnemers te maken met vergelijkbare randvoorwaarden als bij een fysieke tentoonstelling: er moest een aantal objecten gekozen worden binnen een vooraf bepaalde bandbreedte. Deelnemers werd gevraagd een verhaal of rode draad aan te geven en toe te lichten waarom zij tot hun keuze gekomen waren. De kern van het co-waarderentraject was dat werd aangegeven waarom de objecten bij elkaar pasten. Met als vraag: Hoe werken de gekozen objecten het verhaal uit en welke boodschap wil je overbrengen als externe curator? Uiteindelijk zijn zo vijf tijdelijke tentoonstellingen door heel het land gemaakt en in hetzelfde weekend geopend. De co-curatoren waren als vanzelfsprekend uitgenodigd bij de openingen.”

Links

3. Welke competenties heb je nodig in een co-waarderentraject?

Antwoord uit de praktijk

Als procesbegeleider van een co-waarderentraject ben je de verbinder tussen de (eigen) instelling en de groep of gemeenschap waarmee je samenwerkt. Het is van belang dat je goed kunt bemiddelen tussen deze twee partijen en de regie durft te nemen of juist durft los te laten wanneer de situatie daarom vraagt, of wanneer het anders loopt dan verwacht. Zet je sensitiviteit in om ervoor te zorgen dat iedereen zich gehoord voelt en op een eigen manier een bijdrage kan leveren. Luisteren is een werkwoord voor zowel de co-waardeerder als de erfgoedwerker. Dat helpt om er voor te zorgen dat iedereen zijn of haar ei kwijt kan. Denk na of je een veilige werkomgeving biedt voor alle deelnemers en beoordeel het project op mogelijke gevoeligheden.

Ga als procesbegeleider uit van gelijkwaardigheid. Dat kan betekenen dat je juist andere dingen moet dan je wellicht gewend bent om een groep zichzelf gelijkwaardig te laten voelen. Co-waarderen kan niet zonder empathie en respect. Wees bereid om die extra stap te zetten voor de externen waarmee je samenwerkt in een co-waarderentraject.

Als gespreksleider zijn goede sociale vaardigheden en gesprekstechnieken nodig om een open sfeer te creëren, het gesprek op gang te brengen en de groep of gemeenschap enthousiast te houden, te prikkelen en te motiveren. Feeling hebben voor gevoeligheden, groepsdynamiek en flexibiliteit komen goed van pas. Daarbij is het bieden van ruimte voor kritiek nodig, evenals het kunnen bijsturen van het gesprek wanneer het te ver van het onderwerp of doel dreigt af te raken. Wanneer die ruimte ontbreekt kan de motivatie en betrokkenheid bij het project afnemen. In sommige situaties, bijvoorbeeld wanneer de emoties oplopen, zijn ook vaardigheden in bemiddeling of conflicthantering nodig.

Kennis van evaluatietechnieken is nodig om betrokkenen (regelmatig) te bevragen op hoe het traject ervaren wordt. Evaluaties kunnen op zowel groeps- als individueel niveau worden gehouden. Ook kan naast het begeleiden van groepsgesprekken het voeren van individuele gesprekken uit de groep of gemeenschap nodig zijn. Afhankelijk van het project en de groep bieden vaardigheden in interviewtechnieken, persoonlijke begeleiding of coaching een meerwaarde voor de deelnemers aan het co-waarderentraject.

Praktijkvoorbeeld

“Ik heb in het verleden bij een co-waarderengroep gezeten waarbij de vraag van het museum ‘te groot’ was voor de gemeenschap. Na een introductie begon de bijeenkomst met: 'Dus zeggen jullie nu maar wat jullie met dit onderwerp willen doen.’ Deze vraag was te veel omvattend waardoor er geen input uit de groep kwam. De vraag had behapbaarder gemaakt moeten worden door bijvoorbeeld stapsgewijs toe te werken naar een groter vraagstuk. Zo heb ik ervaren dat het belangrijk is om dit soort creatieve processen te begeleiden en in te schatten hoe het zo toegankelijk en duidelijk mogelijk voor de groep gaat zijn.”

Links

4. Hoe kom je tot een goede samenstelling van de co-waarderen groep?

Antwoord uit de praktijk

Misschien heeft een groep jouw museum benaderd? Misschien wil je met een specifieke erfgoedgemeenschap gaan samenwerken? Misschien gaat jouw museum op zoek naar een groep co-waardeerders? Een goede samenstelling van een groep is afhankelijk van het doel en de aard van het traject. Maar denk eerst aan het minimum en maximum aantal deelnemers en streef naar een inclusieve en een representatieve groep. Vergeet de ‘unusual ’-suspects’ niet.

Als je een nieuwe groep wilt samenbrengen voor een co-waarderen traject, zijn er drie stappen die helpen:

  • Stap 1: Start met een vooronderzoek naar de doelgroep(en) die je zou willen bereiken om deel te nemen. Welke potentiële erfgoedgemeenschappen zijn er? Wie zijn de mogelijke stakeholders? Het gezamenlijk maken van een stakeholders-analyse kan helpen. Maak gebruik van actieve netwerken van de mogelijke deelnemers die je erbij wilt betrekken. Vergeet niet je eigen organisatie te betrekken bij het nadenken over de samenstelling van de groep(en). Je collega’s hebben waarschijnlijk ook waardevolle contacten die al (in-)direct betrokken zijn bij het onderwerp. Wees bewust van je eigen ‘bubbel’ en beeldvorming over het onderwerp en de representativiteit van de doelgroepen.
  • Stap 2: Maak na je vooronderzoek diverse afspraken om in gesprek te gaan met een vertegenwoordiger van de beoogde doelgroepen/stakeholders om hen te leren kennen en te achterhalen hoe je meer mensen kunt bereiken. Bijvoorbeeld hoe de doelgroepen graag benaderd willen worden en om te weten te komen waarom ze mee zouden willen doen. Via-via mensen benaderen werkt vaak goed. Kennen stakeholders nog andere mensen die interesse zouden hebben om mee te willen doen? Zo groeit het netwerk vanzelf door.
  • Stap 3: Communiceer op verschillende niveaus om een zo'n divers mogelijke groep mensen bij elkaar te kunnen brengen. Denk aan nieuwsbrieven, je eigen kanalen en website van de organisatie, de social media, maar denk ook breder. Bijvoorbeeld aan het ophangen van briefjes op een prikbord van de bibliotheek of een wijkcentrum.

Praktijkvoorbeeld

“In een co-waarderentraject van de provincie wilden we aangeven welke molens het belangrijkste zijn voor de twintig aanwezigen. We hebben daar een grote publiekscampagne op losgelaten en daar kon iedereen aan meedoen. In eerste instantie was het beter om de veel kleinere groep van het molenaarsgilde direct te benaderen. Zij bezitten de inhoudelijke kennis en praktijkervaring en op basis daarvan konden zij de molens beoordelen en waarderen.”

Links

5. Hoe kom je tot de keuze van mate van zeggenschap?

Antwoord uit de praktijk

Wie bepaalt wat ‘het gewicht’ is van een waardering of de waarde die toegekend wordt aan een object of deelcollectie? En hoe kom je tot de keuze van de mate van zeggenschap? De te maken keuzes hierbij hangen samen met de bereidheid van de organisatie om de zeggenschap (deels) uit handen te geven, het doel van het project en de wens van de co-waardeerders. Als je gaat co-waarderen kun je ervoor kiezen als organisatie om de zeggenschap over het erfgoed zelf te houden, om samen de beslissingen te nemen of om de zeggenschap volledig uit handen te geven aan de co-waardeerders. Bij het gezamenlijk beslissen is het bovendien van belang om van te voren vast te leggen wat te doen wanneer er geen consensus bereikt wordt: wie heeft dan de eindstem? Of hoe wordt het anders opgelost?

Organisatie

Het maken van een keuze over de mate van zeggenschap is afhankelijkheid van de situatie en de vrijheid die de organisatie hierin toelaat. Is de organisatie bijvoorbeeld bereid om volledige zeggenschap over waarderingskeuzes uit handen te geven? Het kan zijn dat de organisatie voorafgaand aan een co-waarderentraject de mate van zeggenschap vaststelt, of dat de organisatie in overleg met de co-waardeerders overeenkomt wie de beslissingen neemt/ nemen. In het laatste geval geeft de organisatie ruimte voor de co-waardeerders om mee te bepalen in welke mate zij zeggenschap zouden willen. De uitkomst zal door de organisatie gedragen moeten worden. Het is belangrijk dat de organisatie op de hoogte is van de voor- en nadelen van co-waarderen en de te verwachte resultaten bij het wel of niet uit handen geven van zeggenschap. Mogelijk is het nodig om hier intern extra aandacht aan te besteden.

Projectdoel

Het maken van een keuze over de verdeling van de zeggenschap hangt ook samen met het projectdoel. Betrek je als organisatie bijvoorbeeld specialistische kennis of een ander perspectief waaraan het in de organisatie ontbreekt, dan kan het goed passen dat zij volledige zeggenschap krijgen. Ga je een collectie ontzamelen en wil de organisatie de eindcontrole behouden over de selectie af te stoten objecten? Dan past het beter om als organisatie de eindstem te behouden bij gedeelde zeggenschap. Welke keuze ook wordt gemaakt, zorg ervoor dat er binnen de co-waarderengroep duidelijkheid bestaat over welke soort van zeggenschap in het project wordt gehanteerd. Communicatie daarover is van groot belang. Leg bijvoorbeeld van te voren afspraken vast met elkaar in een document. Daar kan verderop in het proces en bij nieuwe deelnemers altijd naar terugverwezen worden.

Co-waardeerders

Als de organisatie openstaat om de zeggenschap over het te waarderen erfgoed deels of volledig uit handen te geven, ga dan ook na of de co-waardeerders dit zelf ook zo wensen. Het kan zijn dat een groep zich hierbij onzeker voelt en dat kan vervolgens de keuzes beïnvloeden. In dat geval kan het nodig zijn om te investeren in het ‘erfgoedwijs maken’ van de groep, het geheel aan competenties die mensen in staat stellen om zich kritisch tot erfgoed te verhouden en het gesprek daarover te voeren.

Wat goed kan werken is om gedurende het co-waarderentraject een moment te plannen om de verdeling van zeggenschap te evalueren.

Als je samen met de co-waardeerders gaat bepalen welke mate van zeggenschap de partijen krijgen, kan dat ook met een kleinere groep vertegenwoordigers. Zonodig kan de groep op basis van de resultaten uitgebreid worden. Je kunt ook een beslisboom maken waarin duidelijk staat welke argumenten zwaarder of minder zwaar wegen bij het waarderen. Spreek af en leg heldere criteria vast zodat iedereen dezelfde meetlat gebruikt. Daarmee voorkom je oeverloos polderen en stuur je juist op de doelstellingen die je wilt bereiken. Indien de organisatie meebeslist, leg dan van te voren vast of hoe de organisatie omgaat met de input van de co-waardeerders en vertel hen dit van te voren.

Het is goed de tijd te nemen om het gesprek te voeren over de vraag wie de zeggenschap heeft. Denk ook na over de effecten die het wel of niet uit handen geven van zeggenschap hebben.

Praktijkvoorbeeld

“Het slavernijverleden en de historie van een kunstcollectie in een bekend kunstmuseum werd onder de loep genomen door die vanuit verschillende invalshoeken en perspectieven te belichten. De vorm die hiervoor door de organisatie gekozen werd was om meerdere tekstbordjes, geschreven door verschillende auteurs, bij hetzelfde object te plaatsen. Het ging hierbij om een relatief kleine expertgroep van externe auteurs die uitgenodigd waren om hun visie te geven op de collectie. Zij hadden de zeggenschap over de publieksteksten. Dit is een vorm van co-waarderen waarbij meerstemmigheid het uitgangspunt was. Interessant is dat het resultaat resulteerde in een polemiek die uiteindelijk buiten de wereld van het museum werd uitgevochten.”

Links

6. Hoe zorg je voor wederkerigheid in een co-waarderentraject?

Antwoord uit de praktijk

Het is van belang om in kaart te brengen wat jou en de co-waardeerder motiveert om samen aan het project te werken. Sluit dat aan op wat het project te bieden heeft? Is er sprake van een gedeelde (erfgoed)interesse? Wederkerigheid gaat over horen en gehoord worden en daar een vervolg aan geven in de samenwerking. Het louter bevragen ‘voor de vorm’, zonder dat er iets mee wordt gedaan, werkt niet motiverend en is niet productief. Co-waarderen vraagt om een open grondhouding en oprechte nieuwsgierigheid naar wat de ander te vertellen en in te brengen heeft.

Zorg voor transparantie in wederzijdse verwachtingen en belangen. Door jezelf en de organisatie open te stellen ontstaat er betrokkenheid en vertrouwen in de samenwerking. De motivatie van de co-waardeerder kan zijn ingegeven vanuit een persoonlijk behoefte, terwijl de erfgoedinstelling handelt vanuit een breder belang. Streef naar een win-win situatie, het is een kwestie van goodwill creëren, geven, nemen en met elkaar meebewegen. Dit vereist ook een flexibele houding en ruimte in de planning om in te kunnen spelen op de behoeften of wensen van je partners. Neem de tijd om elkaar te leren kennen. Is er behoefte aan een voorgesprek, een training of kijkje in het depot?

Leer elkaar kennen. Hoe meer je voor elkaar kunt betekenen hoe groter de wederkerigheid in de samenwerking. Het gevolg van een wederkerige samenwerking is dat het gevoel van eigenaarschap wordt vergroot. Dit kan bijdragen aan een duurzame relatie en samenwerking tussen de co-waardeerder en de instelling waarmee die zich verbindt.

Praktijkvoorbeeld

“In een middelgroot museum was vrijwilligersbeleid opgezet waarin de waardering voor de inzet zich uitte in gezamenlijke activiteiten en inhoudelijke bijeenkomsten. Vrijwilligers stopten tijd in het museum en kregen er 'voordelen' voor terug. Deze waardering zorgde voor een wederkerige relatie. Bij een co-waarderentraject kan dit ook toegepast worden. Ik help jou, jij helpt mij.”

Praat met het onderzoeksteam over het idee achter en de werkwijze voor participatief onderzoeken en verzamelen. Het is gestoeld op wederkerigheid. Zo vraagt het museum inbreng van de gesprekspartner. Maar wat wil de gesprekspartner van het museum? Ofwel wat kan het museum bieden in ruil voor tijd en bijdrage van de gesprekspartner?
- Citaat uit Handleiding ‘Collectieverwerving’ door Stadsmuseum Woerden (2022), pagina 6.

Links

7. Hoe zorg je dat het traject gaat ‘stromen’?

Antwoord uit de praktijk

Wanneer je met een groep een co-waarderentraject aangaat, is het belangrijk dat er een goede sfeer is en er een gevoel van veiligheid wordt gecreëerd. Dit helpt mensen om zich vrij te voelen om (persoonlijke) verhalen te delen en te zeggen wat ze denken en vinden. Geef iedereen het vertrouwen dat elke bijdrage welkom is en toon waardering voor ieders inbreng. Het kan helpen om persoonlijke meningen te vertalen naar meer algemene of neutrale waarden.

Als erfgoedprofessional is het goed om je ervan bewust te zijn dat de mensen met wie je samenwerkt mogelijk een andere denkwijze hebben en vanuit andere uitgangspunten redeneren. Persoonlijke belangen kunnen ook een rol spelen. Door je hiervan bewust te zijn en te proberen af te stemmen op de mensen met wie je samenwerkt, zullen de gesprekken soepeler verlopen en kan de samenwerking meer opleveren.

Duidelijke communicatie over de verwachtingen van beide partijen helpt te voorkomen dat mensen teleurgesteld, ontevreden en gedemotiveerd raken of zelfs boos worden. Communiceer daarom goed over de verwachte inzet, wat er met de inbreng gedaan wordt, het resultaat, de zeggenschap en mogelijke vervolgstappen. Blijf tegelijkertijd realistisch in wat haalbaar is in het museum mochten er wilde ideeën komen. Stem duidelijk af wat er wel en niet mogelijk is, en zorg dat deelnemers een beeld hebben van waar het in kan uitmonden.

Om de communicatie met je partners te versoepelen is het verstandig om het praktisch te houden en niet te veel te theoretiseren. Denk ook aan ruimte voor improvisatie in het project en aan de sfeer: zorg voor wat plezier in de bijeenkomsten, het hoeft niet altijd serieus te zijn. Wissel het waarderen ook af met de gelegenheid om onderling bij te praten.

Praktijkvoorbeeld

“In een project waarbij het museum met een groep in gesprek ging over een onderwerp dat gevoelig lag in de groep, merkten we dat de mensen liever anoniem wilden blijven in de verslaglegging. Dat voelde veiliger. In de terugkoppeling na een gesprek is daarom niemand bij naam genoemd in het verslag. In plaats van ‘Piet zei: ik vind die opmerking van Kees raar’, formuleerden we een meer algemene beschrijving, zoals ‘In de groep aanwezigen was enige discussie over …’ Het gevolg was dat mensen vrijer gingen spreken en eerder hun mening of kritiek durfden te uiten, want iedereen weet dat wat hij/zij ook roept, het komt zonder naam in het verslag. Ook merkten we dat het helpt om door te vragen om het gesprek te laten stromen. Wanneer iemand zei ‘ik vind het ding zo lelijk’, dan vroeg ik door naar waarom die persoon dat vond. Zo brachten we samen onder woorden wat het belang van schoonheid is en zodoende verzamelden we argumenten over de esthetische waarde. Door uit te leggen wat ermee bedoeld wordt, gingen we samen dezelfde taal spreken.”

Links

8. Hoe ga je om met gevoeligheden?

Antwoord uit de praktijk

Gevoeligheden kunnen op verschillende manieren een rol spelen. Onderwerpen, verhalen en/of objecten maar ook verschil van mening hierover kunnen emoties oproepen. Bepaalde collecties zullen meer gevoeligheden of emoties oproepen dan andere. Probeer hierop voorbereid te zijn, bespreek het vooraf met collega’s of stakeholders en wees je bewust van wat er speelt in een gemeenschap. Heb aandacht voor emoties en neem de tijd om erover in gesprek te gaan, bijvoorbeeld door te emotienetwerken, een methode om inzicht te verschaffen in uiteenlopende gevoelens omtrent erfgoeditems.

Het is belangrijk een veilige en open sfeer in de groep te creëren, waarbij iedereen zich kwetsbaar durft op te stellen. Daar is vertrouwen voor nodig. Neem hiervoor de tijd, al vanaf de voorbereiding. Het benoemen van een (externe) gespreksleider of moderator, een neutraal persoon die (emotionele) afstand heeft van het onderwerp, kan hier ook bij helpen. De gespreksleider leidt de gesprekken in goede banen, zorgt ervoor dat iedere stem gehoord wordt en grijpt in als spanningen hoog oplopen. Het maken van gespreksregels zoals hoe naar elkaar te luisteren, hoe om te gaan met wat iedereen inbrengt, welke informatie naar buiten mag en ervoor open staan dat iemand zich tussentijds kan afzonderen, zijn erg waardevol.

Om te checken hoe iedereen in het proces staat kun je na afloop van een bijeenkomst de deelnemers van de groep persoonlijk bellen of mailen. Dit kan het gevoel versterken dat iedereen zich gehoord voelt en dat je inzicht hebt in de groepsdynamiek. Deze feedback of nabranders kunnen input geven voor het vervolg van het proces.

Praktijkvoorbeeld

Met het project ‘Roze levensverhalen’ kregen LHBTI-ouderen de kans om hun verhaal te delen. De persoonlijke verhalen worden gebundeld in boeken en komen in de bibliotheek van IHLIA LGBTI Heritage. Voor de ouderen is het een manier van verwerken en om gehoord te worden. Voor LHBTI-jongeren een realisatie dat dingen vroeger niet vanzelfsprekend waren.

“Er worden herinneringen opgehaald, soms pijnlijk en soms van heel ver. En dat heeft tijd nodig.” De ouderen die zich opgeven, worden zorgvuldig gekoppeld aan vrijwilligers die de verhalen opschrijven. Tijdens dit proces wordt gezocht naar overeenkomstige achtergronden. “Voor transgender ouderen proberen we transgender vrijwilligers te vinden. En bij mensen met kleur is de herkenning van achtergrond van belang.” Nadat mensen aan elkaar zijn gekoppeld, vinden gesprekken plaats om uiteindelijk alles op papier te zetten. Over het algemeen duurt het proces een jaar. Het is dan ook belangrijk dat de band tussen vrijwilliger en deelnemer goed is. “Er moet wel veiligheid en vertrouwen zijn om zomaar je levensverhaal te vertellen”. Door te vertellen kunnen ouderen hun gevoelens uiten. Dat is niet voor iedereen even gemakkelijk. “Je merkt dat het een zwaar traject kan zijn.” In een enkel geval haakt een deelnemer af omdat het te heftige emoties oproept. Citaten uit ‘Roze levensverhalen – LHBTI als erfgoed’, door IHLIA LGBTI Heritage.

Links

9. Worden objecten anders door het publiek gewaardeerd dan door erfgoedprofessionals?

Antwoord uit de praktijk

Ja, objecten worden door het publiek anders gewaardeerd dan door erfgoedprofessionals. Publiek reageert en waardeert vanuit de persoonlijke ervaring en zijn daarbij mogelijk geneigd hun eigen emoties te betrekken. Zo zullen verzamelaars en liefhebbers collectiestukken waarderen vanuit hun eigen interesse, terwijl erfgoedprofessionals in principe werken vanuit het verzamelbeleid van de instelling en de objecten plaatsen in de context van de gehele collectie. Ook hebben zij oog voor de maatschappelijke dynamiek rond het erfgoed en zijn ze zich ervan bewust dat betekenisgeving aan en waardering voor het erfgoed niet voor iedereen in de samenleving hetzelfde is, en dat het kan veranderen door actualiteiten of een veranderende tijdsgeest. Erfgoedprofessionals beschikken over erfgoedwijsheid, het geheel aan competenties die mensen in staat stellen om zich kritisch tot erfgoed te verhouden en het gesprek daarover te voeren. (Term geïntroduceerd door de Reinwardt Academie).

Ook benaderen erfgoedprofessionals het waarderen als een proces met een bepaald doel voor ogen. Ze maken daarbij gebruik van methoden en richtlijnen zoals beschreven in de publicaties ‘Op de museale weegschaal’, ‘Significance 2.0’ en de boeken ‘The Participatory Museum’ en ‘The art of Relevance’ van Nina Simon. Voor publiek of andere groepen is het proces minder belangrijk, waardoor zij eerder argumenten aandragen die voortkomen uit persoonlijke ervaring, een gevoelde emotie, een cultureel gebruik, of een eigen (geloofs)overtuiging. Het publiek, of de groep of gemeenschap, waarmee je samen gaat waarderen interpreteert en beredeneert immers vanuit de eigen culturele en sociale achtergrond en kennis. Hierin ligt juist ook de meerwaarde om niet-erfgoedprofessionals te betrekken bij het waarderen. Het uitbreiden van die verschillende perspectieven van waaruit gewaardeerd wordt, levert nieuwe kennis, inzichten en verhalen op voor de erfgoedinstelling.

Bij co-waarderen is het niet van belang dat iedereen dezelfde mening deelt, maar wel dat alle partijen met respect naar elkaar luisteren en elkaars mening respecteren. Het helpt om het waarderingsproces begrijpelijk te maken en inzicht te geven in de gehanteerde waarderingscriteria, of om deze samen vast te stellen.

Praktijkvoorbeeld

“Een stadsbewoner kwam tijdens een bezoek aan het collectielab van Muzee Scheveningen een kanten kapje langsbrengen. Zij gebruikte het niet meer en nam aan dat het bijzonder en leuk zou zijn voor het museum om het kapje te hebben. Dit kapje was goed bewaard gebleven en van haar grootmoeder geweest. Omdat het museum al ‘te veel’ of ‘genoeg’ gelijksoortige kapjes in de collectie heeft met een gelijksoortig verhaal, werd het kapje niet opgenomen in de collectie en geschonken aan een klederdrachtvereniging.”

“Een familie van een particuliere verzamelaar wilde de collectie behouden voor de toekomst en deze overdragen aan een museale instelling. Om de collectie over te kunnen dragen is een zo breed mogelijk spectrum aan visies op de collectie verzameld. Daarmee ontstond een beeld van het belang ervan. Vervolgens zijn waarderingsgesprekken gevoerd met vrienden en familie van de verzamelaar, bestaande uit modeprofessionals, museumprofessionals (inhoudelijk en praktisch) en studenten zonder directe link met het onderwerp. In de gesprekken zelf is bewust alle jargon vermeden en is een open gesprek gevoerd. Als ruggengraat om de bevindingen te ordenen, is de methodiek Op de Museale Weegschaal van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gebruikt.

Doordat met meerdere groepen is gepraat, is een gelaagde waardering ontstaan. Bij elke ondervraagde groep lag het accent van belangrijkste waarde net anders. De vrienden en familie benadrukten het belang van de biografische waarde het meest, de modeprofessionals de historische waarde. Museumprofessionals vinden de maatschappelijke waarde – het belang van de collectie voor de maatschappij en het begrip hiervan – het meest waardevol en de studenten zien veel in de mogelijke educatieve waarde van de collectie. Die laatste waarde, educatie, komt terug bij elke groep. In de gesprekken kwamen ook meerdere onderzoekslijnen naar boven, waarin de collectie een rol kan spelen.”

Links

10. Hoe leg je verhalen, meningen of argumenten vast?

Antwoord uit de praktijk

Het is nodig om de verhalen, meningen of argumenten die opgehaald zijn in een co-waarderentraject vast te leggen om de uitkomsten te borgen. Denk aan hoe je deze met een breder publiek wilt delen en neem de deelnemers mee in dit traject. Afhankelijk van het doel -is het voor intern of extern gebruik?- zijn er verschillende manieren om verhalen, meningen of argumenten vast te leggen. Dit kan schriftelijk, visueel en/of auditief. Je kunt er daarbij ook voor kiezen om tijdens een waarderingssessie naast een mondelinge inbreng, een schriftelijke neerslag van de deelnemers te vragen.

Vraag voor de start toestemming aan de deelnemers en leg vooraf goed uit wat je met hun verhalen, meningen of argumenten wilt doen. Zorg dat je blijft afstemmen met de deelnemers over de output en check of wat is vastgelegd klopt. Voeg de uitkomsten ook toe aan je collectie-informatiesysteem. Bijvoorbeeld door middel van het toevoegen van documentatie in de vorm van bijlagen. Je kunt daarbij gebruik maken van trefwoorden en zoektermen.

Waarderingen, meningen en argumenten veranderen door de tijd, evenals de maatschappelijke context. Het is daarom goed om te noteren van wie het verhaal afkomstig is, de meningen en argumenten, de context (zoals doel van het traject, locatie, waarderingscriteria e.d.) en de datum. Noteer daarbij ook of er toestemming voor gebruik moet worden gevraagd voor toekomstig gebruik en of de content wel of niet geanonimiseerd moet worden bij gebruik.

Praktijkvoorbeeld

“In een middelgroot museum hebben we een logboek bijgehouden met verslagen per sessie, waarbij meerdere perspectieven zijn opgeschreven. Elke keer schreef een ander het op, waardoor invalshoeken toch net wat anders verwoord werden. Dat maakte het verhaal uiteindelijk diverser. Dit kon worden vastgelegd op posters, of worden gepubliceerd op andere manieren voor interne of externe doeleinden. In ons museum zijn de posters in de kantoorruimtes opgehangen. Ook hebben we deze teksten in de opstelling opgenomen en een kleine digitale tentoonstelling gemaakt.”

Links

11. Hoe zorg je voor een duurzame samenwerking?

Antwoord uit de praktijk

Het is belangrijk dat de samenwerking is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, begrip en gelijkwaardigheid. Het gaat om de juiste intentie. Wanneer de erfgoedinstelling alleen gericht is op het samenwerken als doel van het project en niet als middel om samen iets te bereiken, dan zal ook het contact vermoedelijk niet leiden tot een langdurige verbinding. Een open communicatie, een aangename werksfeer, maar tegelijk ook een concrete planning met een goede voorbereiding geven goede garanties op een succesvolle samenwerking. En een eerste succesvolle samenwerking maakt de weg vrij naar een duurzame samenwerking. Sta daarom vanaf het begin stil bij manieren waarop je samenwerkingsverbanden voor een vervolg kunt vormgeven. Bijvoorbeeld door dit af te tasten bij de betrokkenen. Besteed evenveel zorg aan de relaties als aan de collectie.

Het is belangrijk om voldoende tijd (en middelen) vrij te maken om tot een gedragen resultaat te komen. Binnen het kader van een co-waarderentraject kunnen op die manier de fundamenten worden gelegd voor een duurzaam netwerk dat op de lange termijn ook waardevol kan zijn. Deze contacten blijven immers van belang als referentie en als potentiële partners voor nieuwe initiatieven. Dit zorgt voor een structurele inbedding waarbij de eigen medewerkers voldoende tijd, geld en mogelijkheden krijgen om langdurig de contacten met de deelnemers aan te gaan en te onderhouden. Dan is de kans groot dat de mensen zich ook daarna met de erfgoedinstelling willen verbinden.

Zorg dat de visie van de erfgoedinstelling op participatie en co-waarderen ook in het beleid en de strategie wordt opgenomen. Wanneer het museum het samenwerken met groepen, gemeenschappen en andere partijen omarmt, kun je beter aan duurzame relaties bouwen dan wanneer de organisatie af en toe op projectbasis een samenwerking aangaat. Besteed tijd aan het uitdragen van de visie zodat deze gedragen wordt door het management en andere medewerkers.

Praktijkvoorbeeld

“In een middelgroot museum hebben we een co-waarderentraject georganiseerd. Van de directie kregen we voldoende tijd en middelen voor het hele project, zowel voor het co-waarderen alsook voor het verankeren van de samenwerking. We maakten tijd vrij voor de deelnemers, namen samen koffie of thee en vroegen naar hun welzijn. Door het 'leuk' en het thema dichtbij de deelnemer te houden, bouwden we een duurzamere relatie op. Het verbond mensen aan de organisatie zodat ze vaker terugkomen en vaker met je willen samenwerken. Na afloop van het co-waarderentraject zijn we op zoek gegaan naar een blijvende vorm van samenwerking door een ‘adviesgroep’ samen te brengen die we op geregelde basis vragen om input te geven. Duurzaamheid zit hem vooral in het netwerk dat gelegd is zonder dat je specifiek een project met elkaar doet.”

Links

12. Wanneer is een co-waarderentraject geslaagd?

Antwoord uit de praktijk

Het succes van een co-waarderentraject kan op verschillende manieren gemeten worden. Voor het opstarten van een co-waarderentraject is er altijd een aanleiding en een vraagstelling. Bepaal aan het begin wat de doelen zijn en wat succes voor jou en de groep inhoudt. Denk goed na over wat je wilt meten en zichtbaar maken als indicatoren van een succesvol traject. Denk daarbij niet alleen aan bijvoorbeeld het verzamelen van een bepaald aantal objecten of verhalen, maar ook aan de samenwerking an sich. Het kan bijvoorbeeld een doel zijn om een relatie op te bouwen met een nieuwe groep of gemeenschap waarin het co-waarderentraject een goede stap is. En wat vindt de groep belangrijk om te bereiken met het project? Ook dat kun je opnemen in de doelstellingen. Voor de organisatoren en voor de deelnemers is een traject geslaagd wanneer er voor beide partijen een meerwaarde is.

Voor de start van het project zijn de doelstellingen en te behalen resultaten geformuleerd. Het behalen van de doelstellingen is voor de organisatie succesvol, maar het verloop van het traject is bij co-waarderen ook van belang. Het kan zijn dat bijvoorbeeld een bepaald doel behaald wordt, maar dat er een onprettige sfeer in de groep heerste of deelnemers toch andere verwachtingen hadden van het traject. Evaluaties zijn nuttig om inzicht te krijgen in de meningen van de individuen over of een project wat hen betreft wel of niet geslaagd is. Een co-waarderentraject is immers pas geslaagd als niet alleen de organisatie, maar ook de samenwerkende partij(en) het geslaagd vinden. Een belangrijk indicator voor het meten van het succes is hoe waardevol zij het traject hebben gevonden. Andere indicatoren zijn of ze het gevoel hebben dat hun deelname als waardevol door de organisatie werd beschouwd, er naar ze geluisterd werd, of ze zich welkom/thuis voelden bij de erfgoedinstelling, en of ze bijvoorbeeld ook willen meedoen aan nieuwe projecten.

Op organisatieniveau kun je ook spreken van een behaald succes wanneer het belang van een co-waarderentraject wordt ingezien en gedragen door de gehele organisatie. Of wanneer je de resultaten duurzaam kunt maken en je er van kunt blijven leren.

Praktijkvoorbeeld

“Bij een stadsmuseum verzamelden we erfgoed samen met een gemeenschap om als erfgoed van de stad te borgen. Het beoogde resultaat was niet alleen een x-aantal verzamelde objecten en verhalen, maar ook een actief betrokken erfgoedgemeenschap. Dit is gelukt door het bewustzijn van erfgoed bij de te vergroten, inzicht te geven in hoe we erfgoed beheren en behouden en door gezamenlijk het erfgoed te waarderen. Maar ook doordat tijdens het co-waarderentraject veel ruimte en tijd was ingebouwd om met elkaar in gesprek te gaan, gezamenlijk te lunchen en naar elkaar te luisteren. De groep voelde zich gewaardeerd en serieus genomen in hun kennis en ervaring. En enkele deelnemers aan het project hebben zich daarna zelfs aangemeld als vrijwilliger bij het museum. Belangrijk voor het slagen van het project was de gedeelde interesse in erfgoed: zowel het museum als de gemeenschap vond het belangrijk dat objecten en verhalen uit de gemeenschap zijn aangewezen en verzameld als erfgoed van de stad.”

Links


Met dank aan de leden en organisatoren van de werkgroepen Co-waarderen (het vervolg op de Dialoog participatief waarderen, juli 2021). Het netwerk Co-waarderen is een initiatief van Geertje Huisman, specialist roerend erfgoed (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), Anne-Cathérine Olbrechts, adviseur behoud en beheer (FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed), Jacqueline van Leeuwen, coördinator vorming en advies (FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed), Lorna Cruickshanks, freelance specialist museums and participation (Lorna Cruickshanks) en Leonie Wingen, freelance specialist erfgoedparticipatie (Co-Cultuur).

Zie ook

Hoort bij deze thema's

Specialist(en)

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 18 mei 2024 om 03:01.