Boezemland (cultuurhistorisch beheer)

Foto met gezich tussen de twee bladen van het stoomgemaal Hertog Reijnout door, in de polder Arkemheen bij Nijkerk.
Afb. 1. Blik vanaf de scherpraderen van het stoomgemaal Hertog Reijnout, in de polder Arkemheen bij Nijkerk, “het enige nog werkende gemaal met buitenschepraderen”.
Luchtfoto van de Zouweboezem bij Ameide, met veel water en in de achtergrond de river de Lek.
Afb. 2. De Zouweboezem bij Ameide, nu een waardevol natuurgebied in beheer bij het Zuid-Hollands Landschap, maar tussen 1370 en 1373 gegraven om het overtollige water op te vangen uit de polders in de Vijfheerenlanden.
Foto van de bekende molendriegang van de Schermer bij Schermerhorn, met drie molens schuin achter elkaar.
Afb. 3. De bekende molendriegang van de Schermer bij Schermerhorn. Hier werd in drie stappen het water uit de diepe droogmakerij op de boezem (de ringvaart) gebracht.
Luchtfoto van de Stolwijkse boezem, met duidelijk zichtbaar de boezem en parrallel daaraan afwateringssloten.
Afb. 4. De Stolwijkse boezem is vanaf ongeveer 1476 tot 1880 onafgebroken in gebruik geweest als tijdelijke wateropslagplaats voor de Krimpenerwaard. Vanaf hier kon het water vervolgens op de Hollandse IJssel worden gebracht. In 1880 werd de functie overgenomen door het stoomgemaal Verdoold.
Foto van de 18e-eeuwse wipwatermolen ‘De Bachtenaar’ bij Stolwijk in de Krimpenerwaard met op de voorgrond een vliet met een dijkje en schapen.
Afb. 5. De 18e-eeuwse wipwatermolen ‘De Bachtenaar’ bij Stolwijk in de Krimpenerwaard.
Foto van het boezemgemaal Spaarndam, uit 1845.
Afb. 6. Bij boezems horen gemalen, zoals dit boezemgemaal Spaarndam. Het is in 1845 in gebruik genomen. Het gemaal voert het overtollige water uit Rijnland af naar het boezemkanaal, dat via de boezemsluis in de Spaarndammerdijk in verbinding staat met het IJ. Het IJ maakt via zijkanaal C onderdeel uit van het Noordzeekanaal.

Definitie, ouderdom en verspreiding

Boezemland is land dat tijdelijk onder water kan worden gezet, dus land met een waterbergende functie. Toen door inklinking en oxidatie van ontgonnen laagveengebieden de natuurlijke waterafvoer op rivieren en andere wateren niet langer mogelijk was, waren andere maatregelen nodig. Het water moest nu weggepompt worden: mechanische afvoer. Een complicatie bij het wegpompen van het water was, dat dit niet lukte wanneer de waterstand in de rivier te hoog was. Dit kwam steeds vaker voor doordat rivieren vanaf ongeveer 1200 steeds meer werden ingesloten door dijken. De oorzaak van het hoge waterpeil kon liggen in de toestroom zijn van extreem veel smeltwater uit de bovenloop, of in grote hoeveelheden neerslag in de ontginning zelf. In het westen van het land speelde ook de invloed van de zee een rol. Wanneer het water in de rivier hoog stond moest het weggepompte water tijdelijk worden opgeslagen. Daarvoor werden boezems (wateren of waterwegen) of boezemlanden (land dat onder water kon worden gezet) ingericht. Als boezemland werden laaggelegen stukken weiland gebruikt.

De ouderdom van deze elementen wordt mede bepaald door lokale omstandigheden. Het is waarschijnlijk dat het aanleggen van boezems samenhangt met de introductie van de molenbemaling. Op veel plaatsen in Noord- en Zuid-Holland gebeurde dat laatste tussen 1400 en 1500. Een ontwikkeling die daarna in veel polders voorkwam was de splitsing in een hoge en een lage boezem, waardoor in twee trappen een grotere hoogte kon worden overbrugd. Dankzij krachtiger molens en andere technische vooruitgang werden boezems later op veel plaatsen overbodig. Elektrische gemalen konden het water in vrijwel alle omstandigheden direct uitslaan op de rivier.

Boezemlanden komen hoofdzakelijk voor in het rivierengebied en het laagveengebied (inclusief de droogmakerijen). Boezems kunnen ook een functie hebben bij het inlaten van water in droge perioden.

Aantastingen en bedreigingen

Een belangrijke bedreiging voor het voortbestaan van boezemlanden is het verlies van hun oorspronkelijke functie. De infrastructuur die hoort bij het onder water kunnen zetten van het land en het weer afvoeren van het water gaat daarna vaak verloren. Zo werden molens afgebroken en aan- en afvoerwaterlopen verlandden. Ook kan de boezem zelf zijn geschiktheid voor het bergen van water verliezen, bijvoorbeeld door verwaarlozing van de kaden rond de boezem, of vertrapping door vee.

Andere aantastingen zijn het gevolg van de aanleg van nieuwe infrastructuur. Ook té intensieve recreatie vormt een bedreiging van de boezemlanden. Raakt de zode beschadigd, dan krijgen ver - storingkruiden een kans en kunnen er - doordat er nieuwe grondlagen aan de oppervlakte komen - meer voedingsstoffen vrijkomen, wat ten kost van de schrale vegetatie van het boezem gaat.

Dat de teloorgang van boezemlanden serieuze vormen aanneemt kunnen we bijvoorbeeld zien aan de totale oppervlakte boezemlanden in Friesland: die liep in ongeveer honderd jaar terug van 100.000 naar minder dan 300 hectare.

Beheeropties

Behoud en consolidatie

De hele structuur van een boezemland blijft alleen intact wanneer die nog zo nu en dan wordt gebruikt. Dat betekent onderhoud aan oevers, sluizen en molens. Ook voor de natuurwaarden is het wenselijk dat het land nog steeds periodiek onder water wordt gezet. Een alternatief is het toepassen van een maaibeheer dat gericht is op verschraling, oftewel maaien en afvoeren. Het onder water zetten gebeurt het liefst aan het einde van de winter, zodat de natuurlijke fluctuatie in het waterpeil wordt geïmiteerd. Als dit tot en met maart of april wordt gedaan profiteren ook de terugkerende (weide-)vogels.

Na het droogvallen kan het land beweid worden, liefst met schapen, of gemaaid, wanneer er een interessante vegetatie voorkomt die gediend is bij verschraling. Eventueel kan ook het botanisch meest interessante deel verschraald worden door maaien en afvoeren, terwijl de rest wordt begraasd. Het inrichten van een stortplaats op of bij het boezemland - bijvoorbeeld tussen wat struiken of onder bomen - verkleint de problemen van het afvoeren van het maaiafval. Die stortplaats kan ook ingericht worden als broeihoop.

Restauratie

Gezien de uitgebreide infrastructuur die hoort bij boezemlanden is restauratie van het complete systeem alleen zinvol wanneer niet al te veel delen van het systeem zijn aangetast. Een aanvoer - systeem voor water moet aanwezig zijn, een laaggelegen land met een kade of dijk er omheen en de mogelijkheid om het water weer af te voeren.

Reconstructie

Een reconstructie van een verdwenen boezemland ligt niet erg voor de hand, al wordt dit in het kader van de toenemende waterproblematiek steeds interessanter. In dit geval is bestudering van het oude stelsel en de ligging en vorm van de oude elementen het uitgangspunt.

Behoud door ontwikkeling

Op veel plaatsen, en met name in het rivierengebied wordt gezocht naar meer mogelijkheden voor wateropvang. Het gaat daarbij zowel om het vasthouden van regenwater als om de noodopvang van rivierwater. Het regenwater kan dan later in het jaar benut worden voor bijvoorbeeld de landbouw. Het rivierwater kan worden afgevoerd nadat het rivierpeil is gedaald. Voormalige boezem - landen kunnen hier goed voor gebruikt worden, omdat ze laag zijn gelegen en vaak in de buurt van de rivieren of daarmee verbonden watergangen.

De voormalige boezemlanden kunnen daarnaast worden gebruikt voor recreatie, bijvoorbeeld als natuurijsbaan. Verder bieden boezemlanden goede aanknopingspunten voor natuurontwikkeling. Het Wetterskip Fryslân gebruikt die mogelijkheid in de Lemsterpolders.

Een voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

“Neem emotionele bezwaren ook serieus”

De Hunze stroomt door Noordoost Drenthe naar het Zuidlaardermeer, tussen de Hondsrug en de Groningse veenkoloniën. Emiel Galetzka van het Waterschap Hunze en Aa’s vertelt over een plan om een deel van de aanliggende landerijen opnieuw een waterbergingsfunctie te geven.

Om welk element gaat het?

Het gaat om het gebied Tusschenwater ten oosten van Zuidlaren. Het is een gebied dat deel uitmaakt van een groter ontwikkelingsplan in het Hunzedal en rond het Zuidlaardermeer. Het profiteert van kwelwater van de Hunzerug en er liggen nog oude meanders en dijken van de Hunze. Vroeger, voor de inpoldering, fungeerde het gebied ook als boezemland voor overtollig water.

Wie is eigenaar en beheerder?

De meeste grond is in bezit van het Waterleidingbedrijf Groningen, dat vlakbij een pompstation heeft. Delen zijn ook nog in bezit van boeren. Na realisering van het plan zal het Drents Landschap de beheerder worden.

Welke partijen nemen deel aan de planvorming?

De hierboven genoemde partijen, de provincie Drenthe, de gemeente Tynaarlo en het Waterschap Hunze en Aa’s.

Waar komt de financiering vandaan?

Er zijn veel potjes waaruit geld komt. Het gaat onder andere om Europese gelden (POP en Leader+), landelijke (ministeries van LNV en VROM, in het kader van de vitalisering van het platteland en ‘Nederland leeft met water’) en daarnaast is er financiering door de projectpartijen.

Wat is de uitgangspositie?

De Hunze is in de loop der jaren steeds krapper bedijkt. De dijken liggen nu pal langs het water. De aanliggende landen, zoals het Tusschenwater liggen soms wel een meter lager dan de Hunze, door inklinking en oxidatie van het veen. Die landen worden nu zelfs helemaal onafhankelijk van de Hunze afgewaterd.

Wat gaat er nu gebeuren?

De dijken worden weer verder van de Hunze afgelegd, waardoor bij hoog water het water weer over de traditionele boezemlanden kan stromen. Op 300 tot 1000 meter van de rivier komt de nieuwe dijk.

Wat kun je zeggen over de historische en de nieuwe functie?

De boezem had uiteraard een functie voor water - opslag. Het gebied was vooral in gebruik bij de landbouw en dankt daar z’n huidige gebruik aan. Ook is het waterwingebied. In het verleden zal door het extensievere landgebruik het gebied ook een natuurfunctie hebben gehad. Nu draait het opnieuw om natuur, waterberging, waterwinning, en bovendien komen er extensieve vormen van recreatie.

Wat is er allemaal gedaan tot nu toe?

Het plan is afkomstig uit de Hunzevisie die ongeveer tien jaar geleden werd opgesteld. Nu is het al verankerd in het provinciaal beleid, zoals het Provinciaal Omgevings Plan (POP) en het natuurgebiedsplan en recent is het landelijk beleid ‘Meer ruimte voor water’ ook een stimulans voor uitvoering geworden. Het meeste land was al in bezit van het Waterleidingsbedrijf Groningen. Boeren die er ook zaten zijn uitgekocht en er is op grote schaal land geruild.

Wat gaat er verder gebeuren?

Na aanleg van een nieuwe dijk wordt aan de westkant van de Hunze de bestaande dijk over enkele kilometers lengte verwijderd. Is de grondverwerving ook aan de andere kant rond, dan volgt de oostelijke dijk. Er komen fietsroutes in het gebied en mogelijkheden om te kanoën.

Wie was de trekker?

Het Drents Landschap. Later zijn ook het Waterschap, het Waterleidingbedrijf, de provincie en de gemeente Tynaarlo erin gestapt.

Waren er onverwachte ontwikkelingen?

Een meevaller was dat het Waterbedrijf al zoveel grond in bezit had. Ook bleek een aantal boeren vrijwillig mee te werken aan het plan, door verkoop van grond en bedrijfsverplaatsing. Een tegenvaller was dat de verwerving van het overige boerenland zo traag verliep.

Hoe zit het met de vergunningen?

Het is een groot en ingewikkeld project, er zijn dus allerlei zaken zoals aanleg - vergunningen, bouwvergunningen en een bestemmingsplanwijziging nodig. Het gebied is in het kader van het verdrag van Malta archeologisch onderzocht en met de Flora en Fauna wet wordt uiteraard ook rekening gehouden. In de Hunze zijn resten van zogenaamde Lenten gevonden: oude stenen aanlegsteigers of kaden. Ook zijn er op kruispunten met wegen doorwaadbare plaatsen of voorden geweest. In de jaren zestig van de twintigste eeuw is de Hunze gekanaliseerd.

Zijn er nieuwe inzichten?

De verweving met ‘Nederland leeft met water’ konden we tien jaar geleden niet voorzien. Het wordt mede daardoor ook steeds duidelijker dat we naar meervoudig gebruik van een gebied moeten kijken en ons niet moeten focussen op één functie.

Heb je aanbevelingen?

  • Zoek samenwerking met zoveel mogelijk partijen.
  • Maak je plannen vroegtijdig bekend. Maar ook weer niet zo vroeg dat je geen informatie kunt geven. Leg geen dichtgetimmerd plan aan de streek voor.
  • Je kunt wel eerst een optimaal plan opstellen, maar stel je open voor discussie en wees bereid om je plan daardoor aan te passen.
  • Bagatelliseer emotionele bezwaren niet, maar neem die serieus.

Knelpunten in de praktijk

De kade rond een boezem kan door verwaarlozing of slecht beheer ‘lek’ raken waardoor overlast ontstaan voor aangrenzende (agrarische) gebieden. Ook worden in veel gebieden kaden bovendien bedreigd door muskusratten.

Nader signalement

Boezemlanden zijn een hulpmiddel voor de afwatering van laaggelegen gebieden. Hoe die afwatering gebeurt is afhankelijk van lokale omstandigheden. Veel van de boezemlanden zijn honderden jaren lang in gebruik gebleven, omdat zij nu eenmaal op plaatsen lagen waar de omstandigheden geschikt waren: vlakbij een meer of grotere waterafvoerende rivieren en aan het uiteinde (doorgaans het westelijke) van door de ontginning aangelegde weteringen.

Boezems konden hun functie verliezen doordat het afwateringspunt werd verlegd. Door het gebruik van motoren (eerst stoom, daarna diesel en elektra) werd het mogelijk uit te wateren op plaatsen waar dat voordien technisch niet mogelijk was en op momenten dat het buitenwater hoog stond.

Boezemlanden ontlenen hun waarde mede aan het systeem waarvan ze deel uit maken, een stelsel met molens, soms zowel boven- als ondermolens (een molengang), kaden, watergangen en sluisjes.

Ecologische waarden en potenties

Voormalige boezemlanden liggen lager dan de omgeving en zijn daardoor ook drassiger. Hun natuurwaarde wijkt daardoor enigszins af van ‘normale' weilanden. Doordat het land natter is warmt het in het voorjaar later op, waardoor het groeiseizoen van de vegetatie ook later is. Dat is in feite een vorm van verschraling: er komt minder voedsel beschikbaar voor de planten. Dat leidt tot een toename van de kruidensoorten die een voorkeur hebben voor meer voedselarme omstandig - heden. De bijzondere vegetatie trekt andere insecten aan, zoals vlinders en sprinkhanen.

Deze situatie blijft het best in stand wanneer de boezem nog steeds regelmatig onder water wordt gezet. Voor allerlei vogelsoorten is een stuk land dat in het voorjaar en najaar dras is gezet erg interessant. Het kan een belangrijke pleisterplaats worden voor vertrekkende en terugkerende steltlopers, die zich in grote aantallen in deze gebieden kunnen verzamelen in het voorjaar voordat ze zich verspreiden over hun broedgebieden.

Lees verder

Literatuur

  • Barends, S. e.a. (red.) (2000), Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Matrijs, Utrecht. (8e druk)
  • Borger, G.J. en S. Bruines (1994), Binnewaeters gewelt. 450 jaar boezembeheer in Hollands Noorderkwartier. Edam.
  • Ven, G.P. van de (1993), Leefbaar Laagland. Geschiedenis van de waterbeheersing en landaanwinning in Nederland. Utrecht.

Websites en organisaties

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 aug 2023 om 02:02.