Arnhem - Wekeromseweg 6-8 - Bio Herstellingsoord

(532181) monumentenregisterComplexnummer: 532181

Introductie

Herstellingsoord bestaande uit hoofdgebouw, ketelhuis, sportgebouw, acht verblijfpaviljoens, drie sculpturen, fietsenstalling en trafohuis. Op het terrein tevens een mytylschool.

Frontaal overzicht van de hoofdingang. Het is een laag symmetrisch gebouw met witte muren en een dubbele rode voordeur in het midden. Boven de ingangspartij een kleurig tegeltableau met abstracte clowns en circusdieren. Op de voorgrond een parkeerplaats met plantsoenen en links een paar auto's.
Afb. 1. Overzicht gedeelte voorgevel hoofdgebouw, met tegeltableau van Karel Appel. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.
Het paviljoen heeft een schuin dak, hoger aan de achterkant. Aan de achterzijde bevindt zich een grote raampartij over heel de breedte van de achtergevel. Tussen twee scheidingsmuurtjes en onder een luifel ligt een terras met een tuintafel en -stoelen.
Afb. 2. Achtergevel en linker zijgevel paviljoen. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.
Een halfronde gevel van het ketelhuis is zichtbaar. Op het gebouw een kegelvormig metalen dak. Naar de centrale ingang loopt een pad van betonklinkers.
Afb. 3. Ketelhuis. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.
Ingangspartij met blauw geglazuurde muur en rode deur, daarboven de uitkijktoren met een aantal plateaus en trappen. Op de voorgrond een hogere witte muur met trap naar het dak boven de ingangspartij.
Afb. 4. Ingangspartij sportzaal met uitkijktoren. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.
De vis van de zijkant bekeken. Deze staat op een lage betonnen sokkel, is hoekig en grijs met gekraste hoekige decoratie in blauw, geel en rood op de zijflanken.
Afb. 5. Gebeeldhouwde vis, sculptuur door Aart van den IJssel. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.
Geabstraheerd werk op een stenen sokkel, met op de voorgrond in de compositie een witte olifant met rode ogen.
Afb. 6. Beeldhouwwerk door Rudi Rooijackers. Foto: A.J. van der Wal. Bron: Beeldbank RCE. Datum: juli 2001. Licentie: CC BY-SA 3.0.

Kenmerken

  • Datering: 1957-1962
  • Architect: Dr. Jacobus Johannes Pieter Oud, Ir. Hendrik Emile (Hans) Oud
  • Bouwstijl: Functionalisme
  • Rijksmonument sinds: 10 juni 2015

Complexonderdelen

Geschiedenis

Het Bio Herstellingsoord is opgericht op initiatief van de Bond van Nederlandse Bioscoopdirecteuren. Deze Bond had in 1927 de Stichting Bio-Vacantieoord opgericht op initiatief van bioscoopexploitant Abraham Tuschinski en diens zwager Gerschtanowitz. De naam Bio is afgeleid van bioscoop. De aanleiding hiervoor was de groeiende vraag van goede doelen in de jaren 1920 om voor de deur te mogen collecteren. Omdat het als onmogelijk werd ervaren om te bepalen wie wel en niet kon collecteren werd een eigen stichting opgericht. Het doel was het realiseren van een vakantieoord voor arme, zwakke volkskinderen: de zogenaamde bleekneusjes. Het geld werd ingezameld via collectes in de bioscopen. Het eerste vakantieoord opende in 1933 en lag op het terrein van het voormalige landhuis Russenduin in Bergen aan Zee.

In de jaren 1950 werd Bio door de overheid gevraagd om behalve de bleekneusjes, ook de nazorg van poliopatiëntjes op zich te nemen. De stichting bleek over voldoende financiële middelen te beschikken voor een tweede vakantieoord en kocht daartoe een stuk grond in Arnhem aan. Tijdens de planvorming veranderde meerdere keren de doelgroep. Uiteindelijk werd het complex in gebruik genomen als revalidatiecentrum voor kinderen met een lichamelijke beperking. De kinderen leerden er door middel van therapie en hulpmiddelen omgaan met hun beperking.

De functies werden verdeeld over verschillende gebouwen op het terrein om te voorkomen dat een kind zich ongelukkig zou voelen in een groot gebouw dat al snel massaal en onpersoonlijk is. In de kleine paviljoens konden de kinderen enigszins in gezinsverband wonen. Men verwachtte dat de geestelijke aandacht hun herstel zou stimuleren. Bovendien konden de kinderen ervaren dat ze niet alleen zijn en elkaar helpen. Vooruitstrevend was dat in elk paviljoen zowel zes jongens als zes meisjes woonden. De keuze voor paviljoens kwam ook voort uit de wens tot flexibiliteit (paviljoens zouden makkelijker aan te passen zijn aan nieuwe inzichten en behoeften) en bij het bestrijden van epidemieën.

Ontwerp

Oud omschreef het ontwerp als een synthese tussen wat hij bij De Stijl zocht en hetgeen hij later geleerd had. Oud wilde laten zien hoe hij het modernisme verder ontwikkeld had. Verwijzingen naar De Stijl zijn onder meer het gebruik van primaire kleuren, de witte gevels en de eenvoudige geometrische volumes. De toepassing van de duurzame wit geglazuurde baksteen presenteerde Oud als het resultaat van een persoonlijke zoektocht in zijn oeuvre naar het ideale bouwmateriaal. Hij omschreef het Bio Herstellingsoord als poëtisch functionalistisch. De opzet van het complex en het uiterlijk en de vorm van de onderdelen zijn bepaald door hun functie en de betekenis die ze hebben meegekregen. De verblijfpaviljoens zijn in symbolisch opzicht een uitdrukking van de huiselijkheid en de structuur van een kleinschalige leefgemeenschap. Ook de hiërarchie en de functie komen erin tot uitdrukking: het dominerende hoofdgebouw door zijn situering en omvang; het centrale ketelhuis; de secundaire locatie van het sportgebouw; en de kinderpaviljoens als zelfstandig volume maar georiënteerd op de centrale voorzieningen.

Een verschil met het vooroorlogse werk van Oud is de ornamentiek, die eerder juist ontbrak, en zijn hernieuwde belangstelling voor de beeldende kunst. De decoraties sluiten nauw aan bij de functie en de vormentaal van het gebouw.

Het oorspronkelijke ontwerp van Oud bevatte vijf paviljoens aan weerszijden van de gebouwen langs de centrale as. De voorste drie daarvan zijn in 1959 gerealiseerd. De twee paviljoens links achter zijn in een latere fase alsnog toegevoegd; de twee rechts achter zijn nooit gebouwd. De kapel is vanwege bezuinigingen nooit gerealiseerd. De centrale as zou worden afgesloten door een gebouw met medische voorzieningen, maar vanwege bezuinigingen is dit komen te vervallen en zijn die functies in het hoofdgebouw ondergebracht. De mytylschool werd in 1960 tijdelijk ondergebracht in een van de verblijfpaviljoens. In 1964 is achter de linker serie verblijfpaviljoens de definitieve school gebouwd, naar ontwerp van ir. H.E. Oud en bestemd voor zowel de kinderen van het Bio Herstellingsoord als niet-inwonende gehandicapte kinderen uit de omgeving.

De situering van de zijvleugels van het hoofdgebouw langs de Wekeromseweg maakte het mogelijk om het terrein af te schermen van de weg, zodat het veilig en rustig was. Oud gaf het complex door de toepassing van wit geglazuurde steen en primaire kleuren een rustige en heldere uitstraling, met de bedoeling een opgewekte omgeving voor de kinderen te creëren. De beeldende kunst versterkte die opzet.

Opvallend aan het sportgebouw is de uitkijktoren met het uiterlijk van een duiktoren. Vanaf dit punt konden bezoekers tijdens een rondleiding het hele terrein overzien. Dit was belangrijk, omdat de Stichting Bio afhankelijk was van vrijwillige particuliere bijdragen.

Exterieur

Het Bio Herstellingsoord is opgezet als een paviljoenstelsel: de verschillende functies zijn in aparte gebouwen ondergebracht. Langs een centrale as liggen achtereenvolgens: het hoofdgebouw met twee zijvleugels en twee bluswatervijvers; een rond ketelhuis als dominerend middelpunt; en een L-vormig sportgebouw met een uitkijktoren om de centrale as te benadrukken en af te ronden. Aan weerszijden van deze gebouwen zijn in totaal acht identieke, schuin geplaatste verblijfpaviljoens gesitueerd. Rechts van de hoofdingang van het terrein staat een fietsenstalling annex autogarage; links staat een trafohuis. Aan de achterzijde van het terrein, in het verlengde van de linker serie verblijfpaviljoens staat sinds 1964 de mytylschool.

Het complexterrein heeft een zeer open karakter. De twee zijvleugels van het hoofdgebouw schermen de rest van het terrein af van de Wekeromseweg. In een ring om de gebouwen aan de centrale as is een geasfalteerde weg gesitueerd. Rond de centrale gebouwen zijn veelal gazons met enkele bomen aangelegd, tegenwoordig met speel- en sportvoorzieningen. Tussen de paviljoens staan bosschages. Tegen enkele gebouwen zijn bakstenen bloembakken, tuinmuurtjes en banken aangemetseld. Het complex is omgeven door bos, met aan de voorzijde de door beuken begeleide Wekeromseweg.

Bij de keuze voor dit terrein door de Stichting Bio-vacantieoord speelden twee factoren een rol. Om gezondheidsredenen ging de voorkeur uit naar een situering in het bos: de luwte van de bomen bood bescherming tegen de wind. De nabijheid van de stad garandeerde de bereikbaarheid en de aanwezigheid van medische voorzieningen.

Bij de opzet van het complex is gebruik gemaakt van de reeds aanwezige wegenstructuur van de Wekeromseweg en Maarsbergseweg en van de terrein"inrichting": de gebouwen kwamen op een reeds aanwezige open plek in het bos. De verblijfpaviljoens werden met de woonruimtes naar de zon gericht. Ze zijn gelijkmatig en daardoor praktisch en economisch afgestemd op de gemeenschappelijke voorzieningen. De mytylschool heeft een eigen toegang via de Maarsbergseweg.

Bij de verschillende gebouwen zijn opvallend de spaarzaam, maar zorgvuldig aangebrachte primaire kleuren, bijvoorbeeld in het schilderwerk van de deuren, gootlijsten en ventilatieroosters. Decoratie in geometrische vormen en primaire kleuren, zoals de blokjes en de balken tegen de gevels en enkele kleine pergola’s. De gevels zijn van wit geglazuurde handvormsteen van de firma Tiglia Tegelen met snijvoeg. Venster(stroken) en glaspuien met ijzeren ramen van de firma De Vries Robbé. Betonnen latei boven de vensters. IJzeren deuren. In de paviljoens zijn blokjes in primaire kleuren tegen de wanden van de woonruimtes aangebracht.

Opvallend aan het sportgebouw is de uitkijktoren met het uiterlijk van een duiktoren. Vanaf dit punt konden bezoekers tijdens een rondleiding het hele terrein overzien. Dit was belangrijk, omdat de Stichting Bio afhankelijk was van vrijwillige particuliere bijdragen. Naast de ingang is gebruik gemaakt van blauw geglazuurde baksteen. Het sportgebouw bevat een gymnastiekzaal, filmcabine, zwembad en uitkijktoren. Het ketelhuis heeft een ronde vorm met een kegelvormig dak. Op de verdieping bevindt zich een conciergewoning. Het ketelhuis is tegenwoordig in gebruik als recreatieve ruimte en vergaderruimtes. De ketels zijn verwijderd; de schoorsteen in het midden van het gebouw is leeg.

In een latere fase zijn de twee achterste paviljoens aan de linker zijde gerealiseerd.

Mytylschool

Aan de achterzijde van het terrein, in het verlengde van de linker serie paviljoens staat sinds 1964 de mytylschool. Hierbij zijn de zelfde materialen gebruikt als bij de eerder gerealiseerde gebouwen. De indeling van de school bestaat uit een gang met aan weerszijden klaslokalen en aan het eind een overblijflokaal (dubbele kamstructuur). Haaks hierop staat een vleugel met medische ruimtes en docenten kamers aan weerszijden van een gang. De mytylschool heeft een eigen toegang via de Maarsbergseweg. De school is aan de rechter zijde later flink uitgebreid. Aan de achterzijde van de school, aan het einde van de gang, hebben ook wijzigingen plaats gevonden, waardoor de interne structuur daar niet goed herkenbaar meer is.

Kunstwerken

  1. Aart van den IJssel, sculptuur van geglazuurd aardewerk (gebakken door D. Loef) links voor de hoofdingang, voorstellende een vis.
  2. Rudi Rooijackers, sculptuur van geglazuurd aardewerk (gebakken door De Porseleyne Fles in Delft) rechts van het Sportgebouw (oorspronkelijk stond het op de buitenste hoek van het speelveld in de oksel van het gebouw), voorstellende dieren in het woud.
  3. Karel Appel, tegeltableau (vervaardigd door De Porseleyne Fles in Delft) aan buitenzijde boven de hoofdingang van het hoofdgebouw, voorstellende clowns en circusdieren

Monumentale waarde

Het Bio Herstellingsoord is een voorbeeld van het naoorlogse functionalisme en illustreert de herwaardering van de avant-gardistische architectuur uit de jaren 1920, die door de architecten werd gezien als het begin van een nieuwe architectuur. Karakteristiek voor het naoorlogse functionalisme is de aandacht voor de menselijke maat, bijvoorbeeld te zien in de keuze voor het paviljoenstelsel en de decoratieve elementen. De verblijfpaviljoens zijn een uitdrukking van de huiselijkheid en de structuur van een kleinschalige leefgemeenschap. De mytylschool kreeg dezelfde schaal.

Het Bio Herstellingsoord is een belangrijk pand in het oeuvre van architect dr. Jacobus Johannes Pieter Oud (Purmerend 1890-Wassenaar 1963). Oud is bekend als architect van De Stijl en daarna het Nieuwe Bouwen. Vooral voor deze laatste architectuurstroming is hij van grote landelijke betekenis geweest. Het Bio Herstellingsoord is een van de laatste werken van Oud en zijn meest expressieve ontwerp. Het Bio Herstellingsoord is ook van belang voor het oeuvre van de Nederlandse architect ir. Hendrik Emile (Hans) Oud (Rotterdam 1919-Hemelum 1996), zoon van J.J.P. Oud. Hans Oud was in de jaren 1950 gespecialiseerd op het gebied van ziekenhuisbouw.

De gebouwen hebben een rustige en heldere uitstraling. Met de wit geglazuurde baksteen en primaire kleuren wilde Oud de gebouwen een blij en opgewekt aanzien geven, omdat de kinderen "geestelijk opgefleurd moeten worden".

Het Bio Herstellingsoord is een voorbeeld van de veelvuldige naoorlogse toepassing van kunstwerken in, aan en bij gebouwen. Het tegeltableau en de twee keramische beelden illustreren het streven naar de samenwerking tussen architect en kunstenaar en de integratie van beeldende kunst in de architectuur. Qua inhoud, materiaal, formaat etc. zijn de kunstwerken afgestemd op de locatie en de gebruiker. In dit geval zorgden de kunstwerken voor een vrolijk klimaat om het herstel van de kinderen te stimuleren. Het dieren- en circusthema sloot aan bij de belevingswereld van de kinderen. Het materiaal (geglazuurde keramiek) gaf de kunstwerken een samenhang met de gebouwen.

Bronnen en verwijzingen

  • Architectural Design 1961, p.127
  • Architectuurgids.nl Bio-Herstellingsoord
  • Bibliotheek RCE Verschoor, “Bio-herstellingsoord bij Arnhem”, in: Bouwwereld 56 (1960) 20, pp.390-393.
  • Bibliotheek RCE J. Vredenberg, Wederopbouw. Stedenbouw en architectuur in Arnhem 1945-1965 (Arnhemse monumenten reeks 14), Uitgeverij Matrijs, Utrecht/Arnhem 2004, pp.59-61.
  • Bibliotheek RCE H. Oud, J.J.P. Oud. Architect 1890-1963, Den Haag 1984, pp.169-177.
  • Bibliotheek RCE C. Wagenaar, “Gewoon echt, van binnen uit”, in: Archis (1998) 12.
  • Bibliotheek RCE U. Barbieri, J.J.P. Oud, Rotterdam 1987, pp.171-179.
  • Bibliotheek RCE E. Taverne e.a., J.J.P. Oud Compleet Werk 1890-1963, Rotterdam 2001, pp.510-521.
  • Bibliotheek RCE D. Broekhuizen, De Stijl toen/ J.J.P. Oud nu. De bijdrage van architect J.J.P. Oud aan herdenken, herstellen en bouwen in Nederland (1938-1963), NAi Uitgevers, Rotterdam 2000, pp.235-255.
  • Bouw 1965, p.1676
  • Collectie Nieuwe Instituut Bio Herstellingsoord (Arnhem)
  • H. Oud, “Bio-mytylschool te Arnhem”, in: Bouw, 20 (1965) 45.
  • J.J.P. Oud, “Bio-herstellingsoord te Arnhem”, in: Bouw 15 (1960) 44, pp.1306-1311.

Meer informatie
Meer over het monumentenregister en de pagina's in deze kennisbank is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister.
Meer over wat er is beschermd is te vinden in de leeswijzer.

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 27 mrt 2024 om 04:01.