Utrecht - Zuilen-Elinkwijk

< Gezicht
Zuilen-Elinkwijk op de kaart
Kaart van Zuilen-Elinkwijk in Utrecht
(klik om de kaart te openen)

Beschermd stads- en dorpsgezicht: 301
bekijk dit gezicht op de kaart

Naam gezicht: Zuilen-Elinkwijk
Plaats: Utrecht
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
X-Y coördinaten: 134154, 458067
Status: Aangewezen
Zuilen in de 17e eeuw
Zuilen in de 17e eeuw
Demka en Elinkwijk in 1918
Demka en Elinkwijk in 1918

Officiële documenten

Besluit

Het beschermd gezicht Zuilen-Elinkwijk omvat het aan het begin van de 20e eeuw gebouwde fabrieksdorp Elinkwijk en het vergelijkbare fabriekswijkje rondom De Lessepsstraat. Gezien de onlosmakelijke historische, functionele en ruimtelijke verbondenheid van de beide woningbouwcomplexen worden ze als één gezicht voorgesteld.

Ontstaan en ontwikkeling

(Zie kaart 2 t/m 6)

Elinkwijk en de buurt rondom De Lessepsstraat zijn gebouwd op nog onbebouwd gebied op de toenmalige grens van Utrecht en Zuilen en liggen in het stroomgebied van de Vecht, die hier onbedijkt door het gebied stroomde tot in de Middeleeuwen. Op de hier gevormde stroomrug van de rivier lagen op hoger gelegen gedeelten al vroeg nederzettingen, zoals bijvoorbeeld Suescon/Swesen ofwel Zuilen. De Daalsedijk en het tracé van de dijk zoals nu nog te herkennen in de Oude-, 1e en 2e Daalsedijk en de Daalseweg wordt gezien als de oude ontginningsdijk, behorende bij de Middeleeuwse ontginning van het gebied. Systematische ontginning van het gebied vindt plaats vanaf de 12e eeuw. Het bochtige verloop van de Vecht heeft mede de grens tussen Utrecht en Zuilen bepaald. De beide wijkjes liggen op het (voormalige) Zuilense grondgebied...

Afgezien van de bewonerskernen op de hoger gelegen gedeelten - waartoe ook de versterkte huizen en kastelen zoals kasteel Zuilen behoren - is het gebied tot ver in de 20e eeuw voornamelijk in gebruik als hoveniersgrond en landbouwgebied. Rond 1810 werd op last van Napoleon de kaarsrechte Amsterdamsestraatweg dwars door het gebied aangelegd (in 1817 gereed) als onderdeel van de Rijksweg 1e klasse van Parijs naar Amsterdam. In 1843 werd de spoorlijn Utrecht-Amsterdam aangelegd, die parallel liep met de Amsterdamsestraatweg. In 1892 werd het Merwedekanaal geopend, dat aan de westzijde langs Utrecht liep en ter hoogte van de grens Zuilen-Utrecht een stukje parallel aan de Amsterdamsestraatweg liep en vervolgens de spoorlijn Utrecht-Amsterdam kruiste.

Vanuit de stad Utrecht kwam in dit gebied vanaf circa 1860 langzaam maar zeker bebouwing tot stand, die voornamelijk bestond uit bedenkelijke speculatiebouw, gelegen in smalle straten tussen de Amsterdamsestraatweg en Daalsedijk. In Zuilen groeide de oude bewoningskern bij het kasteel Zuilen uit tot een bescheiden dorpje.

Elinkwijk en De Lessepsstraat

Met het Merwedekanaal en de inmiddels verdubbelde spoorlijnen was hier aan het begin van de 20e eeuw een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor grootschalige industrie ontstaan. Zowel de Nederlandse Fabriek voor Werktuigen en Spoorwegmaterieel (Werkspoor) als de De Muinck-Keyzer staalfabriek (DEMKA) verhuisden vanuit andere delen van Nederland naar dit gebied in de gemeente Zuilen.

De vestiging van beide takken van industrie was niet toevallig, aangezien Werkspoor voor een deel van zijn materiaal gebruikmaakte van de diensten van de Demka. Het was op instigatie van Werkspoor dat het Groningse DEMKA (Hoogezand-Sappemeer) - op zoek naar een meer centrale locatie in het land - zich in de buurt vestigde. Werkspoor vestigde zijn fabriek tussen de spoorlijnen Utrecht-Amsterdam en Utrecht-Rotterdam, bij de Daalsedijk en de Demka vestigde zich aan het Merwedekanaal ter hoogte van de gemeentegrens van Utrecht en Zuilen. De geschoolde arbeiders verhuisden mee, respectievelijk uit Groningen (DEMKA) en Amsterdam (Werkspoor), maar voor hen werd geen huisvesting geregeld door de gemeente Zuilen.

De fabrieksdirectie van DEMKA initieerde een eigen woningbouwplan, alleen voor de geschoolde arbeiders. De gemeente Utrecht had wel interesse in de huisvesting van de niet- of lager geschoolde arbeiders. Deze bemoeienis van Utrecht was mede ingegeven door de verwachting van een toekomstige grenswijziging. De fabrieksdirectie van Werkspoor kocht tegen een lage prijs van de familie Elink Schuurman een stuk grond aan, richtte de (ongesubsidieerde) woningbouwvereniging Elinkwijk op en bouwde hier een woonwijk geïnspireerd op de Engelse tuinstad met ‘ruime woningen met flinke tuin voor het kweken van groente’. De ongeschoolde (of lager geschoolde) arbeiders richtten met behulp van de gemeente Utrecht de woningbouwvereniging Zuilen op. Utrecht kocht een bouwterrein tegenover Elinkwijk en gaf het in erfpacht uit aan de woningbouwvereniging en bemiddelde bij het verkrijgen van een rijksvoorschot. De woningbouwvereniging huurde de architect P.J. Hamers in. Hij bouwde binnen een orthogonaal stedenbouwkundig plan (de opzet was gemaakt door de gemeente Utrecht) eveneens een tuindorpje.

Het stedenbouwkundige plan van Elinkwijk uit 1915 is van de architect Karel Muller, hij is tevens de architect van alle woningen uit de eerste fase (1915-1917). De groenaanleg is van de Utrechtse plantsoenmeester J.J. Denier van der Gon. De bouw van de woningen is in 1917 gestopt vanwege financiële problemen van de aannemer en in de periode 1922-1925 is binnen de reeds wel aangelegde stedenbouwkundige opzet verder gebouwd, nu met woningen van de architect Posthumus Meyjes. Het tuindorpje van woningbouwvereniging Zuilen met de woningen naar ontwerp van P.J. Hamers dateert uit de periode 1913-1917.

Beide woonwijkjes lagen aanvankelijk geheel buiten de bebouwing, zowel van Utrecht als van Zuilen. In de loop van de volgende decennia groeide de bebouwing van Zuilen en Utrecht naar elkaar toe. Het uit 1920 daterende stedenbouwkundige plan van H.P. Berlage en N. Holsboer voorzag aan de noordwestzijde op grondgebied van Utrecht en Zuilen in een langgerekte verkeersstructuur met bebouwing. Deze stedenbouwkundig zeer bepalende as kwam aan de noordzijde van het tuindorpje rond De Lessepsstraat te liggen. De omliggende bebouwing (voornamelijk complexen van diverse woningbouwverenigingen) werd grotendeels ruimtelijk gerelateerd aan deze as. In 1954 werd dit deel van Zuilen aan Utrecht toegewezen. In dezelfde periode is het Merwedekanaal bij Utrecht aangetakt op het Amsterdam-Rijnkanaal en is dit deel van het oude Merwedekanaal verbreed en vernoemd in Amsterdam-Rijnkanaal. In de jaren tachtig van de 20e eeuw is de DEMKA gesloten. De woningen zijn sinds enige tijd particulier eigendom. Sindsdien is er een verschuiving opgetreden naar steeds meer bewoners, die geen enkele relatie hebben met de vroegere fabriek. De woningen rondom De Lessepsstraat behoren tot de woningbouwvereniging Zuilen, deze is diverse malen gefuseerd en maakt tegenwoordig deel uit van de woningbouwcorporatie MITROS. De verbondenheid tussen bewoners en metaalindustrie is reeds langs verleden tijd, hoewel veel oudere bewoners nog een arbeidsverleden hebben bij DEMKA of Werkspoor.

(Zie kaart 1 en 7)

Elinkwijk

De wijk is op drie plaatsen ontsloten vanaf de Amsterdamsestraatweg (Bessemerlaan, Wattlaan en Dieselweg). De Bessemerlaan functioneert als rug én als hoofdontsluiting van de wijk, met halverwege (in de bocht) een verbreding in de vorm van een plein. Het gehele stratenpatroon wordt gekarakteriseerd door gebogen straten met (alleen) T-kruisingen en versprongen aansluitingen. Midden in de wijk is een tweede centraal pleintje, het Werkspoorplein. De meeste wegen zijn noord-zuidgeoriënteerd en de huizen zijn zo gesitueerd, dat de woonkamer aan de zonzijde ligt. De breedte van de hoofdwegen is 12 meter, van de andere wegen 10 meter. Twee vrijstaande en schuin op de Amsterdamsestraatweg geplaatste woningen aan de Bessemerlaan vormen de introductie van de wijk.

De bebouwing bestaat uit eengezinswoningen, waarvan de meeste in kleine reeksen zijn opgenomen. Daarnaast zijn er her en der losstaande (dubbele) panden, die bedoeld waren voor opzichters en werknemers met vergelijkbare hogere functies. Er is geen sprake van gesloten bouwblokken, ook bij grotere reeksen woningen zijn de hoeken van de bebouwing opengelaten, zodat er doorzicht is op de binnenterreinen. De hoekhuizen hebben allemaal een tuin rondom, de overige huizenblokken hebben overwegend voortuinen; alleen op die plaatsen waar het architectonisch wenselijk was of de straten te smal waren, is de voortuin vervallen. Ze hebben alle achtertuinen. De huizen hebben over het algemeen één tot twee bouwlagen met een pannenkap evenwijdig aan de straat. Per reeks woningen zijn er afsluitende, hogere panden met een kap loodrecht op de straat. De woningen hebben een diepe achtertuin en een aan de woning gebouwde keuken met pannendak.

De architectuur van fase 1 (1915-1917) heeft de meest karakteristieke stijlkenmerken, zoals met hout beklede geveltoppen, gepleisterde en of witgeschilderde geveldelen, in- en uitzwenkende topgevels, brede overstekken en detaillering zoals vensterluiken. Met name enkele vrijstaande panden hebben een zeer karakteristieke architectuur. Wattlaan 7, 8 bijvoorbeeld is een geheel gepleisterd, vrijstaand pand met tuitgevels en aan de zijde van de Wattlaan zijn de erkers uitgebouwd tot een dubbele klokgevel.

Over het algemeen is er sprake van zadeldaken, gedekt met Oudhollandse pannen (rood of gesmoord), Tuiles du Nord of kruispannen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, sommige gevels zijn deels gestuukt, witgeschilderd of met hout bekleed. De woningen aan de noordwand van de tot plein verbrede Bessemerlaan hebben een accent in de vorm van een tot tuitgevel opgetrokken poortwoning, waarbij de poort toegang geeft tot een achterterrein en voorheen tot een wandelpad naar de fabriek. Het rijtje winkelwoonhuizen aan de Amsterdamsestraatweg heeft een gezamenlijke mansarde-schildkap met aankapping.

De bebouwing uit de tweede fase (1922-1925) is soberder en meer uniform van uitvoering. De reeksen bestaan veelal uit woningen van één bouwlaag met kap evenwijdig aan de straat en koppanden met kap loodrecht op de straat. De gebruikte materialen zijn hier voornamelijk baksteen, hout en rode Oudhollandse pannen.

In afwijking van het oorspronkelijke plan zijn de winkels geconcentreerd aan de Amsterdamsestraatweg in plaats van aan het Werkspoorplein. Het oorspronkelijk geplande verenigingsgebouw aan het centrale plein is niet gerealiseerd. De woonhuizen Amsterdamsestraatweg 544 tot en met 586 behoren niet tot het oorspronkelijke plan Elinkwijk, maar zijn latere invullingen. Het gezondheidscentrum Amsterdamsestraatweg 544 heeft wel een beeldbepalende architectuur en is als functie wel bewust (later) aan het gebied toegevoegd. Aan de Dieselweg werd een badhuis gebouwd, aan het Werkspoorplein een tijdelijke leeszaal, die later is vervangen door een openbare leeszaal aan de Amsterdamsestraatweg 540. Elinkwijk heeft geen wijzigingen in het stedenbouwkundig patroon ondergaan. Wel is de openbare ruimte gewijzigd door de herinrichting ten behoeve van het verkeer: parkeerplaatsen, drempels en een rotonde. Hiervoor zijn de stoepen ingekort en de bomen (grotendeels) gekapt. De wijzigingen in de panden hebben zich met name voorgedaan, nadat de band met de fabriek was verbroken en de huizen particulier eigendom werden. De meeste wijzigingen betreffen de ramen (type en indeling gewijzigd, luiken verdwenen), deuren en dakkapellen. Ook zijn er op meerdere plaatsen aanbouwen bij de achtergevels verschenen. De uniformiteit in tuinafscheidingen is niet meer aanwezig. Ook de winkelpuien van het blok woonwinkelhuizen aan de Amsterdamsestraatweg zijn sterk gewijzigd.

De Lessepsstraat en omgeving

Het wijkje is gebouwd op enkele rechthoekige stukken weiland, gescheiden door (nu gedempte) sloten, aansluitend op de Amsterdamsestraatweg aan de zuidzijde en de toenmalige Daalsedijk (-weg) aan de noordzijde. Het rechthoekige stratenplan volgt de typerende rechte verkaveling, vermoedelijk is een enkele rechte sloot gedempt in verband met de aanleg van de straten. Dit deel van de Daalsedijk (-weg) is nu verdwenen onder de aanleg van de Burgemeester Van Tuylkade en Burgemeester Norbruislaan en bebouwing.

Het rechthoekige stratenplan bestaat uit drie straten in de lengte (Marconistraat, De Lessepsstraat, de Westinghousestraat), 2 dwarsstraten (de Galvanistraat, de Swammerdamstraat) en 1 dwarsverbinding (de Franklinstraat). De bebouwing is symmetrisch opgezet rond de De Lessepsstraat. De Lessepsstraat fungeert als hoofdontsluitingsweg van de buurt, mede herkenbaar in het bredere profiel en vanwege de ligging (destijds) recht tegenover de ontsluiting van het DEMKA-terrein. Aan De Lessepsstraat zijn winkelwoonhuizen op de hoeken gebouwd. Langs de straten staan nu beuken, linden en meidoorns. De bebouwing bestaat uit 368 woningen, waaronder zeven hoekwinkels. De bouwblokken zijn niet gesloten, de korte en langere reeksen woningen zijn los ten opzichte van elkaar geplaatst in een rechthoekige verkaveling. Daardoor ontstaat overal doorzicht op de achterterreinen. Hier en daar verbinden tuinmuren de bouwblokken onderling. De meeste woningen hebben (kleine) voortuinen en alle een (diepe) achtertuin. De achtertuinen hebben stenen bergplaatsen met pannen zadeldaken op de erfscheiding. Op diverse plaatsen was de verbindende tuinmuur aan de straatzijde halverwege tot een zitbank gemetseld.

Er zijn drie typen eengezinswoningen, die sterk op elkaar lijken. De woningen zijn symmetrisch geschakeld. De huizen hebben per reeks één bouwlaag onder een gezamenlijke langskap met op regelmatige afstand een topgevel. Tegen de achtergevel zijn uitgebouwde keukens geplaatst, enkele reeksen hebben een achtergevel opgetrokken tot twee bouwlagen. De materialen zijn traditioneel: bakstenen gevels, houten vensters en deuren en zadeldaken met rode en gesmoorde oudhollandse pannen. De hoekwinkels zijn L-vormig van opzet en hebben één bouwlaag met snijdende zadeldaken met in de hoek een houten portaal. Er is één afwijkende, eenvoudige winkel (Franklinstraat). In de gevels zijn hier en daar bakstenen decoraties verwerkt.

De Lessepsstraat e.o. heeft geen wijziging in de stedenbouwkundige opzet ondergaan, met uitzondering van de situering aan de noordzijde, waar de woningen destijds direct aan de doorgaande Daalsedijk (-weg) gelegen waren. Wel is de openbare ruimte gewijzigd door de herinrichting ten behoeve van het verkeer: de openbare groenstroken in het profiel van De Lessepsstraat zijn verdwenen en de straten zijn ingericht met parkeerplaatsen en verkeersdrempels. Ook zijn meerdere voortuinen bestraat en de tuinhekken zijn vervangen door andere afscheidingen. De toegevoegde elementen in de openbare ruimte als de zitbanken zijn ‘dicht’gezet (hoewel nog wel herkenbaar). De wijzigingen in de panden hebben zich voorgedaan in de voorgevel: de (tuin)deuren met zijlichten zijn gewijzigd in rechthoekige vensters. De achtergevels zijn eveneens gewijzigd door diverse aan- en uitbouwen. De vensters zelf hebben een andere indeling gekregen, er is nog een beperkt aantal uit de bouwtijd aanwezig.

Momenteel zijn er plannen de huizen te renoveren, waarbij het uitgangspunt is om het oorspronkelijke beeld meer recht te doen.

Begrenzing

Het gezicht Zuilen-Elinkwijk omvat de tussen 1917 en 1925 gebouwde arbeiderswijkjes globaal gelegen tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Burgemeester Van Tuylkade en met centraal tussen de beide wijkjes in gelegen de Amsterdamsestraatweg.

Het gezicht wordt begrensd door het spoor Utrecht-Amsterdam, aan de oostzijde door de achterperceelsgrenzen van de Bessemerlaan, Amsterdamsestraatweg, de achterperceelsgrenzen van de Marconistraat, Edisonstraat, de achterperceelsgrenzen van de Westinghousestraat en Muyskenweg. De exacte begrenzing is aangegeven op de bijgevoegde begrenzingskaart, MSP/20/02.

Nadere typering van te beschermen waarden

Het beschermd gezicht Zuilen-Elinkwijk is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden. Het volgende kan worden genoemd:

  • de kenmerkende tuinstadgedachte die gestalte krijgt in het stedenbouwkundige plan van Karel Muller voor Elinkwijk met de Bessemerlaan als ruggengraat, de verruiming tot plein met de poort naar het vroegere fabrieksterrein, de gebogen straten, de T-kruisingen en versprongen aansluitingen, de open bouwblokken en de voor- en achtertuinen;
  • de kenmerkende tuinstadgedachte die rondom de Lessepsstraat gestalte krijgt in de ruime, orthogonale opzet van de wijk met de open bouwblokken en het groen in de vorm van de zichtbare achtertuinen en de voortuinen;
  • de kenmerkende tuinstadsarchitectuur van Elinkwijk, met name in het eerste deel met de referenties aan landelijke Engelse en Duitse architectuur, ook aan de Amsterdamsestraatweg;
  • de eenvoudige, maar zorgvuldig uitgevoerde uniforme architectuur rondom De Lessepsstraat met extra aandacht voor de hoekwinkels met hun houten portaal;
  • de relatieve gaafheid van beide wijken in opzet en architectuur;
  • de verbondenheid met de begin 20e-eeuwse industrialisatie - met name de nationale metaalindustrie- zoals nu nog naar voren komt in de ligging langs kanaal en spoorweg, maar ook in de naamgeving van de straten.
  • de in het kader van de geschiedenis van de volkshuisvesting exemplarische en voor die tijd moderne arbeiderswoningen uit het begin van de 20e eeuw;
  • de in het gebied aanwezige oude rivierlopen en bewoningssporen van ver voor de 19e eeuw als zeer waardevolle archeologische en bouwhistorische waarden.

Waardering

Het beschermd gezicht Zuilen-Elinkwijk is van algemeen belang vanwege de bijzondere stedenbouwkundige opzet, die sterk verwijst naar de idealen van de Engelse tuinstad, zoals dit met name zichtbaar is in de stedenbouwkundige opzet, in de open opzet van de bouwblokken, de hoeveelheid (particulier) groen en de architectuur van de woningen. Voorts is het van algemeen belang vanwege de directe verbondenheid met de vroeg 20e-eeuwse metaalindustrie van nationale bedrijven als Werkspoor en DEMKA.
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 30 jan 2024 om 17:44.