Almere - Poort - Homeruskwartier Noord - ZA 105, De Ravage

< Rijksmonumenten

(528007) monumentenregisterMonumentnummer: 528007

Introductie

Overblijfselen van een vrachtschip uit de tweede helft van de zeventiende eeuw.
Foto van een sloot in een weiland die verderop in tweeën splitst. Achter de splitsing staat een kleine groep bomen, rechts zijn drie nieuwbouwhuizen te zien.
Afb. 1. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Kaartje met afbakening van het terrein
Afb. 2 Kaartje van het terrein

Kenmerken

  • Type: scheepswrak, scheepvaart
  • Periode: Nieuwe tijd
  • Rijksmonument sinds: 13 januari 2012

Voor de exacte locatie en begrenzing van dit archeologisch rijksmonument: volg de link naar het Monumentenregister rechts bovenaan deze kennisbankpagina, en klik vervolgens daar op het bijbehorende kaartje.

Scheepswrakken in de Flevopolders

De provincie Flevoland heeft een bijzondere geschiedenis van land, water en weer land. Duizenden jaren geleden leefden er al mensen, tot het gebied ongeveer vierduizend jaar geleden in een groot moeras veranderde. De mensen trokken weg. Het werd steeds natter en rond het jaar 850 was het geworden tot het water dat het Aelmere genoemd werd.

In de loop van de tijd werd dit 'groot meer' steeds groter en zouter. Rond 1600 was het dan ook de Zuiderzee gaan heten. Van de late middeleeuwen tot de afsluiting in 1932 was de Zuiderzee het dagelijks vaargebied van vele schippers. Beurtveren, vissersschepen, vrachtschepen en internationale handelsschepen doorkruisten dit vaarwater jaarlijks vele keren. De vracht- en handelsschepen vervoerden een grote variëteit aan lading. Brandstoffen zoals turf, steenkool en brandhout, bouwmaterialen als bakstenen, dakpannen en kalk en landbouwproducten zoals graan, hooi en aardappelen, maar ook koeien, mest of stadsvuil werden zo verplaatst.

Niet alle schepen die de Zuiderzee bevoeren, bereikten de haven, door stormen en ander onheil op zee. Na schipbreuk zakten de schepen weg in de zachte zeebodem en bleven zo goed bewaard. Daarom kwamen bij de inpoldering van Flevoland veel scheepswrakken aan het licht. Archeologisch onderzoek aan deze wrakken levert een bijzonder inkijk over het dagelijkse leven aan boord. De leefruimte, het ruim en allerlei voorwerpen vertellen verhalen over het reilen en zeilen aan boord. Schipbreuk was voor de eigenaar toen een ramp, maar voor de archeologen van nu een gelukstreffer, want scheepswrakken zijn belangrijke informatiebronnen. Een goed bewaard scheepswrak is een tijdcapsule: het vertelt het verhaal van het schip, de lading en de bemanning op het moment van vergaan, op een bevroren moment in de tijd.

Van de ca. 450 scheepswrakken die ooit in de Flevopolders zijn gevonden, zijn er nog 73 in de bodem bewaard. Twaalf daarvan zijn archeologische rijksmonumenten.

Verhaal over het rijksmonument

Op het terrein aan de Godendreef ligt het wrak van een vrachtschip dat rechtstandig gezonken is. Dat betekent dat het rechtop in de bodem staat en niet, zoals vaak het geval is, op zijn zijkant ligt. Het schip is in de zeventiende eeuw, kort na 1670, vergaan. Dat is op te maken uit de bodemlaag waarin het schip ligt, de zogenaamde Zuiderzeeafzettingen. Het scheepswrak is in 1973 ontdekt bij bodemkundig onderzoek van een sloottalud. Het jaar erop hebben medewerkers van het toenmalige Oudheidkundige Afdeling van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) een verkenning uitgevoerd. Toen is geconstateerd dat het schip vrij compleet bewaard is, maar dat de bovenkant van de achtersteven is vergraven bij de aanleg van een ontwateringsgreppel.

Het schip is karveel gebouwd, dat wil zeggen dat de huidplanken strak tegen elkaar aan liggen en enkel aan de spanten vastgemaakt zijn. Dit in tegenstelling tot de (oudere) overnaads gebouwde schepen, waarbij de huidplanken elkaar overlappen. Het heeft een lengte van 16,3 meter en is 4,4 meter breed. In 1980 is er opnieuw een klein onderzoek aan het wrak verricht, waarbij huisraad en rookgerei van de schipper is gevonden: een pot en koekenpan van aardewerk en Goudse pijpen. Over wat het schip destijds vervoerde, is niets bekend. Die informatie ligt nog besloten in de bodem.

Om verdere uitdroging te voorkomen is het scheepswrak afgedekt met lagen grond, waarna een wat ruimer gebied eromheen is uitgespaard. Zo blijft het hout afgesloten van zuurstof en blijft het hout bewaard. Kunstenaar Simcha Roodenburg maakte een houten sculptuur en liet zich daarbij inspireren door de scheepsramp van toen. Het object van balken dat verwijst naar mast, tuigage en windkracht, is in 2009 onthuld.

Vrijstellingsdiepte

Bij dit rijksmonument liggen de archeologische resten dieper in de ondergrond en zijn er verschillende vrijstellingsdiepten van toepassing:

  • een vrijstellingsdiepte van 20 cm voor het perceel met de kadastrale aanduiding Almere W125
  • een vrijstellingsdiepte van 100 cm voor het perceel met de kadastrale aanduiding Almere F1320 en W3554

Wel is altijd een vergunning vereist voor:

  • het verrichten van bouwwerkzaamheden;
  • het ophogen, verlagen of egaliseren van het terrein;
  • het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte;
  • het wijzigen van het grondwaterpeil. gunning uitgevoerd worden. Ook voor grondvergunning nodig. (namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Sjabloon:Archeologisch paspoort 2023


Meer informatie
Meer over het monumentenregister en de pagina's in deze kennisbank is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister.
Meer over wat er is beschermd is te vinden in de leeswijzer.

U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 mrt 2024 om 04:02.