Almere-Buiten - Hout Paradijs, Vogelweg - ZG 80, De Branding

< Rijksmonumenten

(528012) monumentenregisterMonumentnummer: 528012

Introductie

Overblijfselen van een waterschip uit het midden van de zestiende eeuw.
Foto van een weiland met windmolens in de verte.
Afb. 1. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Schilderij met een grote ijsvlakte, vermoedelijk een bevroren meer. Op het ijs bevinden zich tientallen mensen die zich vermaken met schaatsen, spel, maar ook mensen met sleeën. In het midden op de achtergrond zijn twee schepen in het ijs ingevroren.
Afb. 2. Het schilderij 'IJsgezicht' van Hendrick Avercamp (ca. 1610). Op de achtergrond zijn twee waterschepen te zien. Collectie D.G. van Beuningen; Museum Boijmans Van Beuningen, Publiek Domein.
Kaartje met afbakening van het terrein
Afb. 3 Kaartje van het terrein

Kenmerken

  • Type: scheepswrak, scheepvaart
  • Periode: Nieuwe tijd
  • Rijksmonument sinds: 13 januari 2012

Voor de exacte locatie en begrenzing van dit archeologisch rijksmonument: volg de link naar het Monumentenregister rechts bovenaan deze kennisbankpagina, en klik vervolgens daar op het bijbehorende kaartje.

Scheepswrakken in de Flevopolders

De provincie Flevoland heeft een bijzondere geschiedenis van land, water en weer land. Duizenden jaren geleden leefden er al mensen, tot het gebied ongeveer vierduizend jaar geleden in een groot moeras veranderde. De mensen trokken weg. Het werd steeds natter en rond het jaar 850 was het geworden tot het water dat het Aelmere genoemd werd.

In de loop van de tijd werd dit 'groot meer' steeds groter en zouter. Rond 1600 was het dan ook de Zuiderzee gaan heten. Van de late middeleeuwen tot de afsluiting in 1932 was de Zuiderzee het dagelijks vaargebied van vele schippers. Beurtveren, vissersschepen, vrachtschepen en internationale handelsschepen doorkruisten dit vaarwater jaarlijks vele keren. De vracht- en handelsschepen vervoerden een grote variëteit aan lading. Brandstoffen zoals turf, steenkool en brandhout, bouwmaterialen als bakstenen, dakpannen en kalk en landbouwproducten zoals graan, hooi en aardappelen, maar ook koeien, mest of stadsvuil werden zo verplaatst.

Niet alle schepen die de Zuiderzee bevoeren, bereikten de haven, door stormen en ander onheil op zee. Na schipbreuk zakten de schepen weg in de zachte zeebodem en bleven zo goed bewaard. Daarom kwamen bij de inpoldering van Flevoland veel scheepswrakken aan het licht. Archeologisch onderzoek aan deze wrakken levert een bijzonder inkijk over het dagelijkse leven aan boord. De leefruimte, het ruim en allerlei voorwerpen vertellen verhalen over het reilen en zeilen aan boord. Schipbreuk was voor de eigenaar toen een ramp, maar voor de archeologen van nu een gelukstreffer, want scheepswrakken zijn belangrijke informatiebronnen. Een goed bewaard scheepswrak is een tijdcapsule: het vertelt het verhaal van het schip, de lading en de bemanning op het moment van vergaan, op een bevroren moment in de tijd.

Van de ca. 450 scheepswrakken die ooit in de Flevopolders zijn gevonden, zijn er nog 73 in de bodem bewaard. Twaalf daarvan zijn archeologische rijksmonumenten.

Verhaal over het rijksmonument

De Branding is de naam van een fors waterschip, dat ook wel ‘wrak aan de Paradijsvogelweg’ wordt genoemd. Het schip heeft een lengte over de stevens van 19 meter en een maximale breedte van 5,5 meter. Het wrak werd in 1978 gevonden bij landbouwwerkzaamheden en in hetzelfde jaar voor het eerst onderzocht. Een tweede scheepsarcheologisch onderzoek volgde in 1980. De onderzoekers troffen het zwaargebouwde schip nagenoeg recht in de bodem aan. Omdat het vrij ondiep lag, was het aangetast door landbouwactiviteiten: de hele bovenzijde tot onder de dekken was verdwenen. Gelukkig resteerde er nog genoeg van het vaartuig om onder andere het type te kunnen bepalen. Studie aan de jaarringen in het hout wees uit dat het schip uit het midden van zestiende eeuw dateert, meer precies uit 1549 na Chr. plus of minus 6 jaar.

De term waterschip komt al sinds de late middeleeuwen in geschreven bronnen voor. De naam houdt waarschijnlijk verband met de bun, een waterhoudend compartiment middenin het schip. Die bun was afgesloten van de rest van het vaartuig en via kleine gaten kon vers Zuiderzeewater naar binnen stromen. In dat water werd de gevangen vis bewaard. Het was een vissersschip, waarmee de vis levend naar de markt kon worden gebracht.

Het waterschip was een robuuste zeiler, waarmee sleepnetten werden voortgetrokken. Vanwege de goede zeileigenschappen werden waterschepen aan het einde van de zeventiende eeuw ook ingezet als sleper, in het bijzonder voor het slepen van de zogenaamde scheepskamelen. Dit zijn mobiele pontons, die om een zeegaand schip konden worden geplaatst, zodat de diepgang afnam en de ondiepte bij Pampus kon worden gepasseerd. Deze schipper verdiende zijn brood waarschijnlijk in de visserij. De inventaris van het schip geeft ons een klein inkijkje in zijn dagelijks leven. Een aardewerken grape (kookpot), een kom en twee bordjes aangetroffen in het achterschip laten zien dat er aan boord gekookt en gegeten werd; en dat het schip was toegerust voor een langer verblijf aan boord. Omdat scheepsresten de voornaamste bron van kennis vormen over de vele facetten van de binnenvaart, vertegenwoordigt dit wrak een belangrijke vondst. Toekomstige generaties komen met nieuwe onderzoeksvragen en hebben betere technieken tot hun beschikking. Een representatief wrakkenarchief is nodig om nieuwe verhalen te kunnen vertellen. Om het wrak voor de toekomst goed te bewaren is het terrein in 1980 met een meter grond opgehoogd zodat het buiten het bereik van de ploegschaar kwam te liggen. In 2014 is het vervolgens op een nieuwe wijze ‘ingekuild’. Daarvoor is een speciale machine gebruikt die smalle, diepe sleuven in de bodem freest en tegelijk het plastic folie verticaal tot in het grondwater plaatst. Centraal boven het wrak is een deel niet afgezet, voor de inlaat van regenwater. Verticaal geplaatst landbouwplastic voorkomt dat dit water naar de zijkanten wegstroomt, zodat ter plaatse van het wrak het grondwaterpeil kunstmatig verhoogd wordt. Zo blijft het hout beter bewaard, omdat er geen zuurstof bij kan.

Vrijstellingsdiepte

Bij dit rijksmonument liggen de archeologische resten dieper in de ondergrond en zijn er verschillende vrijstellingsdiepten van toepassing:

  • een vrijstellingsdiepte van 20 cm voor het perceel met de kadastrale aanduiding Almere C483
  • een vrijstellingsdiepte van 100 cm voor het perceel met de kadastrale aanduiding Almere C1089

Wel is altijd een vergunning vereist voor:

  • het verrichten van bouwwerkzaamheden;
  • het ophogen, verlagen of egaliseren van het terrein;
  • het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte;
  • het wijzigen van het grondwaterpeil.

Archeologisch rijksmonumentenpaspoort

Nederland kent circa 1500 archeologische rijksmonumenten. Om eigenaren beter te informeren over 'hun' monument heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2023 per monument een archeologisch rijksmonumentenpaspoort uitgegeven. Het bevat informatie over locatie, ouderdom en het type monument, aangevuld met gegevens over bescherming en zorgvuldig gebruik. Deze pagina is (deels) opgesteld en/of aangevuld op basis van dit paspoort. Het is een aanvulling op de monumentgegevens in het Rijksmonumentenregister.



Meer informatie
Meer over het monumentenregister en de pagina's in deze kennisbank is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister.
Meer over wat er is beschermd is te vinden in de leeswijzer.

U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 mrt 2024 om 16:04.