Katholieke begraafplaatsen in Nederland

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 14 apr 2022 om 12:29 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{#element: |Paginanaam=Katholieke begraafplaatsen in Nederland |Elementtype=Artikel |Status=Publiceren |Voorkeurslabel=Katholieke begraafplaatsen in Nederland |Art...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie[bewerken]

Volgens de Wet op de lijkbezorging kent Nederland twee typen begraafplaatsen: gemeentelijke en bijzondere. Dat zegt maar heel weinig over hoe die begraafplaatsen eruit zien. Met een verwijzing naar gezindte, eigendom of status wordt al meer duidelijk. Zo zijn er bijvoorbeeld gemeentelijke begraafplaatsen, protestantse of hervormde begraafplaatsen, katholieke begraafplaatsen, joodse begraafplaatsen, particuliere begraafplaatsen en natuurbegraafplaatsen. Al deze begraafplaatsen hebben zo hun kenmerken. Katholieke begraafplaatsen kennen een geheel eigen karakter, maar de grafcultuur is in de afgelopen decennia wel sterk veranderd. Naast de significante ligging van veel katholieke begraafplaatsen bij kerken, wordt het beeld met name bepaald door het gebruik van de kruisvorm en vaste indeling met als belangrijkste element het kruis met corpus aan het eind van het hoofdpad. Zie Afb. 1.

Centraal hoofdpad op begraafplaats met aan weerzijden bomen
Afb. 1. Op veel katholieke begraafplaatsen is een centraal hoofdpad te vinden dat naar het calvariekruis voert, vaak met priestergraven ervoor.
Kerkhof met op de achtergrond een kerk
Afb. 2. Het kerkhof van Blitterswijck ligt nu achter de kerk maar tot in de negentiende eeuw was het rond de kerk te vinden. Veel oudere begraafplaats zijn zo verschoven.
Grafmonument met daarop een beeldje van Christus aan het kruis
Afb. 3. Hardstenen stèle met daarop een corpus van porselein. Dergelijke grafmonumenten vormen een herkenbaar onderdeel op katholieke begraafplaatsen.
Kleine kapel van natuursteen op begraafplaats
Afb. 4. Kleine grafkapellen voor families zien we vaak op grotere katholieke begraafplaatsen, zoals hier op begraafplaats Centrum in Tilburg.
Klein gebouw met daarvoor een kruis
Afb. 5. Baarhuisjes werden vaak zodanig gebouwd dat het calvariekruis er in opgenomen kon worden. Hier een eenvoudig voorbeeld in Boekend.
IJzeren kruis op begraafplaats
Afb. 6. Een van de van rijkswege beschermde gietijzeren grafkruizen op de katholieke begraafplaats van Sambeek. Dergelijke kruizen waren begin twintigste eeuw populair.
Kaart met alle Roomskatholieke begraafplaatsen in Nederland.
Afb. 7. RK begraafplaatsen in Nederland.

Kenmerken

Met de Reformatie eind zestiende eeuw raakten nagenoeg alle katholieke kerkhoven in handen van burgerlijke of hervormde gemeenten. Katholieken konden er nog gewoon begraven worden, maar zonder religieuze verwijzingen bij uitvaart of op een eventuele gedenksteen. Met de komst van de Fransen in 1795 kregen de katholieken weer vrijheid om eigen begraafplaatsen aan te leggen. In de zuidelijke provincies kregen de katholieken ook vaak de kerken terug en bleven ze daarom bij die kerk begraven. In het noorden en westen was dat veel minder het geval waardoor in de loop van de negentiende eeuw veel nieuwe katholieke begraafplaatsen ontstonden. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853 werden veel nieuwe parochies opgericht. Naast het hebben van een kerk werd meestal ook gestreefd naar een eigen begraafplaats. Het kunnen begraven op eigen wijze en in gewijde grond is voor katholieken feitelijk een voorwaarde. Verder is in het kerkelijke recht ook vastgelegd waaraan een begraafplaats moet voldoen en hoe daar mee om te gaan. Controle op de wijze van aanleg, beheer en kosten werd vaak vanuit het bisdom geregeld. Dit had tot gevolg dat veel begraafplaatsen op dezelfde wijze werden aangelegd en daardoor als katholieke begraafplaatsen heel herkenbaar waren. Omdat gaandeweg in de negentiende eeuw andere regelgeving ging gelden in Nederland zijn veel katholieke begraafplaatsen aangelegd aan de rand van de toenmalige bebouwing.

Opbouw

De katholieke begraafplaatsen kennen veelal een heldere opbouw. Centraal een ingang met aan het eind van het hoofdpad een kruis of calvarie met daarbij de priestergraven. Elke begraafplaats kende een apart deel voor doodgeboren kinderen, zelfmoordenaars of drenkelingen en voorts was er een indeling in klassen, waarbij de hoogste klasse in veel gevallen langs het hoofdpad werd ingericht. Het ontwerp was functioneel en er kwam geen tuin- of landschapsarchitect aan te pas.

Samenhang met kerk?

Hoewel we katholieke begraafplaatsen nogal eens associëren met een kerk, vinden we daadwerkelijk maar 85 katholieke begraafplaatsen rondom een kerk, oftewel minder dan 7% van alle begraafplaatsen. In totaal liggen nog eens ruim 400 begraafplaatsen bij een kerk (31%). Ruim 60% van alle katholieke begraafplaatsen ligt helemaal niet bij een kerk of op verdere afstand van een kerk. Zie Afb. 2.

De stijlkenmerken van een katholieke begraafplaats zijn relatief gemakkelijk te duiden en zijn door het hele land min of meer consistent. Wel kan een katholieke begraafplaats in het noorden soms wat ingetogener overkomen, maar in essentie zijn verschillende aspecten altijd wel aanwezig. Nagenoeg alle begraafplaatsen zijn aangelegd met rechte paden en rijen graven in vierkante grafvakken. Er is meestal sprake van een kruisvormige opzet. Wat symboliek betreft is het kruis een van de meest toegepaste tekens. Zeker in de negentiende eeuw zijn veel grafmonumenten opgevat als een hoog kruis, staand op een basement en in allerlei uiteenlopende uitvoeringen waarbij de neogotische stijl het meest is toegepast. Belgisch hardsteen is het meest toegepaste materiaal. Jongere grafmonumenten kennen vaak nog wel een kruis, maar voegen zich veel meer in de algemene grafcultuur in Nederland. Dat betekent eenvoudige lage stèles, meestal van graniet. Zie Afb. 3.

Klassenindeling

Net als protestantse of gemeentelijke begraafplaatsen kenden ook katholieke begraafplaatsen een klassenindeling. Een aparte klasse was er voor de priesters. Hun graven liggen vaak dichtbij de calvarie of maken daar deel van uit. Burgers die het meest bijdroegen aan de kerk kregen een plekje op de eerste klasse. De eerste klasse lag meestal goed in het zicht en kende ook de grootste graven met vaak grote grafmonumenten. Katholieke begraafplaatsen kende naast de laagste klasse voor de armen vaak ook nog een gedeelte voor ongedoopten, drenkelingen en zelfmoordenaars. Dit gedeelte was niet gewijd en was herkenbaar omdat het omgeven was met een haag.

Grafrust

In principe geldt voor katholieke graven eeuwigdurende grafrust. Dat betekent echter niet dat er niet geruimd wordt. Al vroeg hadden katholieke begraafplaatsen voorzieningen als knekelhuizen of knekelputten waar de meeste resten verzameld werden in afwachting van het laatste oordeel. Het ruimen werd met name gedaan uit ruimtegebrek. Dat gold vooral voor de armengraven, want zij die eerste klasse werden begraven behielden vaak wel voor lange tijd hun graven. Die hogere klassen bepaalden dan ook met name het beeld op de begraafplaatsen. Zij lieten hun graven voorzien van grote grafkruizen, kapellen of andere samengestelde grafmonumenten. Zie Afb. 4. De grafcultuur op katholieke begraafplaatsen werd in de negentiende eeuw vooral bepaald door de neogotiek en volgde daarmee de bouwstijlen van de kerken uit die tijd. De symboliek was ook gericht op de eeuwige grafrust maar vooral ook op de wederopstanding.

Weerstand

In de jaren dertig van de twintigste eeuw kwam er bij beheerders van katholieke begraafplaatsen steeds meer weerstand tegen de rijk geornamenteerde grafcultuur en steeds vaker werden uitzonderlijke grafmonumenten of losse toevoegingen als beelden, hekwerken en dergelijke verboden. Al voor de Tweede Wereldoorlog ontstonden er reglementen waarin allerlei uitbundige uitingen werden verboden. Na de Tweede Wereldoorlog is er zelfs een tijd geweest dat op sommige katholieke begraafplaatsen alleen uniforme grafkruizen werden toegestaan en zelfs oudere grafmonumenten werden vervangen. Overigens werd in de jaren zestig en zeventig het klassensysteem minder doorslaggevend en veranderde ook de grafuitgifte. Wie niet meer wil betalen voor het graf, loopt de kans dat het grafmonument snel opgeruimd wordt. Dat is vooral nu er steeds minder begraven wordt, goed zichtbaar op veel katholieke begraafplaatsen.

Aantallen

Het aantal katholieke begraafplaatsen bedraagt 1.285. Een piek in de aanleg van katholieke begraafplaatsen lag rond 1870, maar ook rond 1830 is al een kleine piek te zien. Na 1970 zijn nauwelijks nog nieuwe katholieke begraafplaatsen aangelegd. Het beeld vertekent wel enigszins, aangezien in het verleden veel katholieke begraafplaatsen zijn overgenomen door burgerlijke gemeenten. Dat gebeurde met name in gemeenten die geen eigen begraafplaats hadden. Ook zijn in de loop der jaren katholieke begraafplaatsen verzelfstandigd door ze onder te brengen in een stichting. Vaak blijft daarmee de katholieke identiteit wel behouden. De meeste katholieke begraafplaatsen vinden we in Noord-Brabant (30%), gevolgd door Limburg met ruim 23%. Een bijzonder variant van katholieke begraafplaatsen zijn de kloosterbegraafplaatsen. Daar telt Nederland er nog zo’n 150 van. Zo’n 10% van de katholieke begraafplaatsen is gesloten, waaronder een groot aantal kloosterbegraafplaatsen. Veel kleinere katholieke begraafplaatsen zijn niet meer rendabel, mede omdat er vaak geen grafruimte meer is. Veel van dit soort begraafplaatsen worden op den duur geruimd en vervolgens aangewend voor andere doeleinden. Van 65 katholieke begraafplaatsen is bekend dat ze geruimd zijn, vaak in vorm nog aanwezig maar meestal in afwachting van verdere ontwikkelingen.

Onroerende zaken op katholieke begraafplaatsen

Voor katholieke begraafplaatsen zijn geen specifieke gebouwen voorgeschreven. Wel werden de verplichtte lijkenhuisjes vaak breder opgevat om daar een kapel of calvariegroep in op te nemen. Het lijkenhuisje zelf werd daarmee verhuld door de religieuze functie van het gebouw. Zie Afb. 5. Op grotere katholieke begraafplaatsen was het overigens wel gebruikelijk om een kapel te bouwen, al dan niet in combinatie met een grafkelder voor priesters, de stichter van kerk of begraafplaats of een andere belangrijke familie. Zo’n kapel werd vaak centraal geplaatst. Poortgebouwen, aula’s en andere dienstgebouwen komen slechts sporadisch voor, maar wel zijn urnenmuren vaker te zien. Net als op veel andere Nederlandse begraafplaatsen zijn mogelijkheden voor asbestemmingen een van de belangrijkste ontwikkelingen op katholieke begraafplaatsen. Twee katholieke begraafplaatsen in Nederland kennen een bijzondere bouwvorm, namelijk een arcade. Dat is een overdekte rij van grafkelders, ondergebracht in een langwerpig gebouw. Deze bouwstijl is meer representatief voor begraafplaatsen in bijvoorbeeld Italië, maar een enkele keer zijn ze ook hier in Nederland toegepast.

Muren rondom een katholieke begraafplaats komen vaak voor, zeker in stedelijke omgevingen. Bij kloosterbegraafplaatsen is een ommuring ook vaak te vinden, of zo’n begraafplaats ligt tegen de kloostermuur. Daarbij dient de muur vaak als een windbreker, zodat ook bepaalde planten op of bij de graven langer meegaan.

Beplanting

Ondanks de relatief eenvoudige aanleg van veel katholieke begraafplaatsen kennen deze vaak wel heel specifieke beplanting. Een begeleiding van het centrale hoofdpad met groenblijvende soorten of aangepaste bomen (gesnoeide vormbomen) komt vaak voor. Ook is op de meeste katholieke begraafplaatsen een beplantingsopzet gekozen die werkt als een soort scherm. Achter de calvarieberg of het centraal geplaatste kruis zijn vaak groenblijvende struiken en heesters aangeplant met daarachter hoger opgaande bomen. Een dergelijke coulissewerking versterkt de focus op het kruis en vestigt daar de aandacht op, in alle jaargetijden. Door het sterke contrast tussen wit kruis en corpus en het groene erachter, valt dit extra op. Verder zijn op katholieke begraafplaatsen vaak diverse soorten hagen te vinden, die bijvoorbeeld de begraafplaats afscheiden van de pastorietuin of andere elementen rond of bij een kerk. Waar katholieke begraafplaatsen verder buiten de bebouwde kom zijn aangelegd is vaak ook rondom een groene strook met beplanting aangelegd. Wanneer begraafplaatsen zijn aangelegd als onderdeel van bijvoorbeeld een groter geheel dan kan aan veel beplanting een speciale betekenis worden toegekend. Ook op grafniveau kunnen graven een fraai aanzien hebben door allerlei symbolische planten en struiken zoals rozen, passiebloem en andere naar heiligen verwijzende planten. Door veranderingen in de grafcultuur is daar echter steeds minder sprake van. Wel worden doorgaans op katholieke begraafplaatsen vaker verse snijbloemen geplaatst.

Onderhoud

Over het algemeen staat het onderhoud op katholieke begraafplaatsen op een hoog peil. De verzorging wordt op de meeste begraafplaatsen verzorgd door vrijwilligers en alleen op de grotere katholieke begraafplaatsen kan men beschikken over vaste krachten. Niet altijd is er sprake van een doordacht onderhoudsplan, maar wordt gewerkt vanuit ervaring en eigen kennis over het groen. Gazons liggen er daardoor vaak strak geschoren bij en op veel begraafplaatsen wordt gewerkt met eenjarige planten die de plek een fraai aanzien geven. Als er nog vrijwilligers genoeg zijn is dat ook vaak te constateren doordat grote delen van de begraafplaats nog geschoffeld en geharkt worden. Ook andere voorzieningen op de begraafplaats worden over het algemeen goed onderhouden. Dat leidt er soms wel toe dat historiciteit niet altijd de voorrang krijgt. Nu steeds meer parochies fuseren en er minder begraven wordt op katholieke begraafplaatsen loopt het draagvlak voor het onderhoud terug. Met minder mensen hetzelfde hoge peil van onderhoud is vaak ondoenlijk. Her en der leidt dat tot initiatieven waarbij grafvakken ingezaaid worden met een bloemrijk mengel, zodat er niet meer geschoffeld hoeft te worden. Dat kan op zich geen kwaad, want het constant schoffelen en afhalen van onkruid leidt in sommige gevallen ertoe dat funderingen bloot komen te liggen, waarna aanvullingen met aarde noodzakelijk zijn. Over het algemeen worden de grafmonumenten conform het geldende reglement door de rechthebbenden en nabestaanden onderhouden. Ook bij katholieke begraafplaatsen kan het zo zijn dat het eenvoudige onderhoud afgekocht kan worden, maar dat verschilt per begraafplaats. De tijden dat katholieke begraafplaatsen geopend zijn, verschilt per parochie, maar ligt meestal tussen 09.00 en 16.00 uur. Sommige sluiten dan ook de toegang, andere blijven langer open, zeker in de zomer.

Behoud

De 1.285 katholieke begraafplaatsen zijn in handen van honderden parochies die op hun beurt weer vallen onder de verschillende bisdommen in Nederland. De kloosterbegraafplaatsen vallen onder de orde waartoe het klooster behoort, dus behoren niet toe aan de lokale parochie. Binnen de parochies is het beheer meestal belegd bij een werkgroep, bestaande uit vrijwilligers. Iemand uit het kerkbestuur is vervolgens verantwoordelijk voor de aansturing van de vrijwilligers. Veel van het grotere onderhoud is uitbesteed aan externe bedrijven en zo kan ook het grafdelven overgelaten worden aan een andere partij. De laatste jaren is het behoud van oudere grafmonumenten een punt van aandacht geworden. Doorgaans worden grafmonumenten op graven waarvoor niet meer betaald wordt snel opgeruimd. Dat hoeft vandaag de dag niet altijd meer om weer ruimte te maken voor nieuwe graven maar vindt vooral plaats omdat als er niet meer betaald wordt, de rechten ophouden. Doordat er minder begraven wordt, ontstaan langzamerhand lege plekken die de aantrekkelijkheid van de begraafplaats kunnen aantasten. Door meer grafmonumenten te behouden kan dat beeld gekeerd worden, maar dat gebeurt nog lang niet overal. Er is op dit terrein binnen de katholieke gemeenschap weinig beleid en de grootste zorg ligt dan ook bij de vraag wie verantwoordelijk is voor de grafmonumenten en het onderhoud als ze blijven staan.

Grafruimte

Het systeem van klassen op katholieke begraafplaatsen heeft vooral op de negentiende-eeuwse begraafplaatsen lange tijd het beeld bepaald. Dat leidde tot grote en opvallende grafmonumenten op de eerste klasse en zo steeds kleiner en minder opvallend naar de vierde of vijfde klasse. Nog meer dan op andere begraafplaatsen heeft dit bijgedragen aan een specifieke identiteit. Na het afschaffen van de verschillende klassen bleven vaak wel de verschillen in grootte van de graven zichtbaar. Als deze verschillen geheel uitgevlakt zouden worden, zou ook de begraafplaats aan identiteit inboeten. Die keuze is op sommige katholieke begraafplaatsen gemaakt, wat in sommige gevallen heeft geleid tot de toepassing van slechts een type grafmonument. Inmiddels doet zich de vraag op katholieke begraafplaatsen weer voor om weer graven voor onbepaalde tijd uit te gaan geven, eventueel ook aan andere gezindten.

Beschermd

Inmiddels zijn in Nederland 157 katholieke begraafplaatsen (geheel of gedeeltelijk) beschermd als rijksmonument. In sommige gevallen gaat het om een enkel grafmonument, in andere gevallen om enkele tientallen. Ook kapellen en baarhuisjes zijn her en der beschermd. Op 3 inmiddels geruimde begraafplaatsen zijn ook nog enige funeraire resten beschermd. In 13 gevallen is sprake van aanvullende bescherming door een gemeente. Wanneer er bijvoorbeeld slechts een grafmonument als rijksmonument is aangewezen, hebben de gemeenten de rest van de begraafplaats beschermd. In totaal zijn 134 begraafplaatsen geheel of gedeeltelijk aangewezen als een gemeentelijk monument. Daarmee is bijna 23% van alle katholieke begraafplaatsen in Nederland op een of andere wijze beschermd. Zie Afb. 6.

Kaart

Op een kaart met katholieke begraafplaatsen zijn alle locaties terug te vinden. Zie Afb. 7.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 jun 2022 om 03:00.