Dijkdoorbraakgaten (beheermodel)

Introductie

Overzicht aardkundig erfgoed

Een dijkdoorbraakgat (kolk, wiel, waai, waal, weel of braak) is een rond of langgerekt water dat meters diep kan zijn en gevormd is tijdens een dijkdoorbraak. Tijdens een dijkdoorbaak breekt het water met veel kracht door de dijk heen, waarna het kolkende water een gat uitschuurt. Vanwege de grote diepte van het gat, wordt de dijk bij herstel veelal om het doorbraakgat heen gelegd. Hierdoor ontstaan slingerende dijken.

Achter de dijk vormen zich overslagwaaiers, opgebouwd uit het materiaal dat is vrijgekomen bij de erosie van de dijkdoorbraak. Deze zijn vaak zandig en hebben een dikte die varieert van minder dan 0,4 tot circa 1,5 meter, ze zijn soms tot op honderden meters vanaf het doorbraakgat te vervolgen. Deze overslagwaaiers vormen wat warmere en drogere riviergronden geschikt voor fruitteelt.

Dijkdoorbraakgaten in het kort

Kenmerkendheid

  • Een dijkdoorbraakgat (kolk, wiel, waai, braak) is een rond of langgerekt water dat meters diep kan zijn.
  • Een dijkdoorbraakgat is gevormd door sterke erosie tijdens een dijkdoorbraak, vaak is de dijk daarna weer om het doorbraakgat heen gelegd.
  • Achter de dijk ontstaan overslagwaaiers, deze zijn vaak zandig en hebben een dikte die varieert van minder dan 0,4 tot circa 1,5 meter. Ze vormen zo wat warmere en drogere riviergronden, geschikt voor fruitteelt.
  • Vanwege de diepte verlanden dijkdoorbraakgaten niet snel, op de bodem stapelen sedimenten zich langzaam op, die vormen een waardevol klimaat en overstromingsarchief.

Materiaal

Dijkdoorbraken vinden vaak plaats op zandige ondergrond, bijvoorbeeld als er een stroomgordel onder de dijk doorloopt. Hier is de ondergrond gevoelig voor kwel tijdens een overstroming, waardoor de dijk door kan breken. Wielen kunnen afhankelijk van hun ligging zoet, brak of zout water bevatten. Het materiaal van dijkdoorbraakafzettingen wisselt sterk. Meestal betreft het zandige klei en zavel, vaak met een bijmenging van grof zand. Hoe verder men zich van het doorbraakpunt bevindt hoe fijner het materiaal van de overslagwaaier.

Huidige aardkundige processen

Indien een dijkdoorbraak plaatsvindt kunnen nog steeds nieuwe wielen gevormd worden. Reeds bestaande wielen kunnen in meerdere of mindere mate onderhevig zijn aan verlanding.

Luchtfoto van het wiel De Waai. Meer met weiland en (snel(weg eromheen.
Afb. 1. Het wiel 'De Waai' langs de Diefdijk in de Betuwe. Foto: Paul Paris
Meertjes langs de dijk bij Zwolle
Afb. 2. Kolken langs de Overijsselse Vecht bij Zwolle. Foto: Jos Stöver, RCE.

Achtergrond

Ontstaan en voorkomen

Dijkdoorbraakgaten, ook wel wielen, waaien, welen, braken of kolken genoemd, ontstaan als gevolg van dijkdoorbraken. Ze komen vooral voor langs rivieren en in het kustgebied. Nederland kent honderden grote en kleine dijkdoorbraakgaten, dit aardkundig fenomeen is volledig gelinkt is aan menselijke bedijkingsactiviteit.

Op het moment dat een dijk het begeeft stroomt een grote hoeveelheid water het achterliggende land binnen. Dit gaat met zulke grote krachten gepaard dat achter de dijk een diep uitkolkingsgat ontstaat. Het materiaal dat bij de uitkolking vrijkomt wordt als een waaier achter het wiel neergelegd, dit noemt men een overslagwaaier. Deze waaier is vaak vrij zandig en maximaal 1,5 meter dik in de buurt van de doorbraak. Verder van de doorbraak af wordt de waaier steeds dunner en minder zandig.

De meeste dijkdoorbraken zijn opgetreden op zwakkere plekken langs de dijk, bijvoorbeeld op plekken met een zandige ondergrond. In het zandlichaam vlak onder de dijk kan een hoge kweldruk opbouwen, hierdoor kan water onder de dijk gaan doorsijpelen waardoor de dijk uiteindelijk instort. Dit is bijvoorbeeld gebeurd op plaatsen waar de dijk een zandbaan van een oude stroomgordel kruist. Een bekend voorbeeld is het Wiel van Bassa, ontstaan op de plek waar de Schoonrewoerdse stroomrug de Diefdijk kruist. Tot tweemaal toe brak de dijk hier door (in 1571 en 1573), waardoor uiteindelijk het grootste wiel van Nederland ontstond.

De belangrijkste oorzaken van dijkdoorbraken zijn: kwelstromen, slecht dijkonderhoud, het graven van gangen in het dijklichaam door muskusratten, het overlopen van het water bij extreem hoge waterstanden door het optreden van ijsdammen na het invallen van dooi, ondermijning van de dijken. Meestal treden dijkdoorbraken op door een combinatie van de bovengenoemde oorzaken.

Bodems en waterhuishouding

In veel dijkdoorbaakgaten staat nog water. Sommigen zijn echter (deels) verland, ze zijn dan opgevuld met (rivier)sedimenten of veen. Overslagdekken achter dijkdoorbraken zijn relatief zandig. Ze liggen hoger in het landschap en houden warmte beter vast. Dankzij deze eigenschappen zijn deze gronden geschikt voor fruitteelt.

Relaties met landschappelijke waarden

Cultuurhistorie en archeologie

Dijkdoorbraakgaten zijn sterk verbonden aan de bedijkings- en overstromingsgeschiedenis van een gebied. Ze kunnen beschouwd worden als littekens van grote overstromingen, die sinds de middeleeuwen hebben plaatsgevonden, veel daarvan zijn ook uit historische bronnen bekend. Omdat de dijk bij herstel weer om het gat heen gelegd werd, zijn doorbraakgaten en bochtige dijken onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het voorkomen van tuinbouw en fruitteelt in bedijkte gebieden in het rivierengebied is sterk bepaald door het voorkomen van overslagwaaiers. Langs de Waal ligt bijvoorbeeld net binnendijks een brede zone van overslagdekken met daarop tuinbouw en fruitteelt.

Ecologie en biodiversiteit

Kenmerkend voor het water in diepe doorbraakgaten is het voorkomen van een zogenaamde spronglaag, die ontstaat door dichtheidsverschillen van de waterlagen als gevolg van verwarming of afkoeling van de bovenste waterlaag. Het water onder de spronglaag heeft een relatief lage temperatuur en kan zeer zuurstofarm, of zelfs zuurstofloos zijn. Hydrobiologisch zijn wielen zowel nationaal als internationaal zeer interessant door het optreden van een spronglaag op bepaalde diepte.

Wielen zijn tevens van waarde als broed- en voedselgebied van vogels. Dit is met name het geval indien zij omgeven zijn door een gordel van verlandingsvegetaties.

Beheer

Aantastingen en bedreigingen

Dijkverzwaring kan tot aantasting van wielen en de bijbehorende bochtige dijken leiden. Andere bedreigingen zijn vuilstort, lozing van afvalwater en eutrofiëring. Tot slot kunnen recreanten ernstige schade toebrengen aan het oeverprofiel. Verlanding speelt meestal geen rol van betekenis. Wielen zijn immers diep. Buitendijks gelegen wielen kunnen echter wel langzaam met slib opgevuld raken. Afname kwel vanuit Veluwe, daardoor achteruitgang waterkwaliteit wielen in Betuwe.

Beheeropties

Bij het beheer van wielen kunnen verschillende strategieën worden toegepast:

Behoud

De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:

  • Planologische bescherming. Door middel van het aanlegvergunnigenstelsel kan worden voorkomen dat wielen worden gedempt of dat de oevers worden vergraven. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor gemeenten.
  • Inventarisatie. Voor wielen achter zomerkades geldt dat identificatie ervan de hoogste prioriteit heeft. Het is belangrijk dat wielen als losse objecten worden beschouwd en niet als een serie kommetjes die in het kader van bijvoorbeeld stromende waterberging gemakkelijk aaneengeschakeld kunnen worden tot een waterloop;
  • Het aanbrengen van riet op de oevers om zo oeverafslag tegen te gaan. Niet alleen het aardkundig fenomeen is hiermee gebaat, ook de ecologische waarde wordt vergroot. Riet trekt immers bijzondere fauna aan en zorgt voor sterke reductie van de hoeveelheid stikstof in het water.
  • Het aanbrengen van wandelpaden langs wielen.

Accentueren / zichtbaar(der) maken

De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:

  • Het opkronen of kappen van bomen die het uitzicht belemmeren.
  • Accentueren van dichtgeslibde wielen door een kleine laag uit te krabben en bijvoorbeeld een rietland op de plek te ontwikkelen.
  • Regionaal worden op overslagwaaiers (hoogstam)fruitbomen aangetroffen. Deze kunnen (mist goed ingepast) de samenhang met de overslagwaaier accentueren.
  • Het radiaal aanbrengen van lijnvormige streekeigen beplantingen op de bij wielen horende overslagwaaier zodat de samenhang tussen het wiel en de overslagwaaier verduidelijkt wordt. Dergelijke maatregelen kunnen wellicht plaatsvinden in het kader van een ‘landart project’.

Herstel

De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:

  • Het saneren van met vuil volgestorte wielen;
  • Baggeren en opschonen van buitendijks gelegen, (deels) dichtgeslibde wielen. Bij de baggerwerkzaamheden dient het wiel niet te worden overgedimensioneerd;
  • Het langs wielen aanleggen van bufferzones waar de landbouw geëxtensiveerd wordt, zodat de waterkwaliteit verbetert.

Voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

Het polderdistrict Betuwe heeft alle wielen, restanten ervan en verdwenen wielen laten inventariseren. Het onderzoek heeft geresulteerd in een zogenaamd wielenrapport dat allerlei wetenswaardigheden en adviezen verschaft zodat gemeenten en provincies aan de slag kunnen met de bescherming ervan.

Knelpunten in de praktijk

Overslagwaaiers hebben vaak een dermate grote omvang dat men bij het beheer ervan met meerdere eigenaren te maken krijgt.

Het slib in wielen is vrijwel altijd verontreinigd. De verwerking van verontreinigd slib is vaak moeilijk en erg duur. Gelden voor waterbodemsanering gaan alleen naar de meest urgente gevallen, dit zijn meestal niet de waterbodems van wielen.

Verder lezen

Dijkdoorbraakgaten op geologievannederland.nl

Gebiedsbeschrijvingen[bewerken]

De volgende gebiedsbeschrijvingen horen bij dit landschapselement:

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's Trefwoorden

wiel, kolk, waai, dijkdoorbraak, overslag, kolkgat

Specialist(en)

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 23 nov 2023 om 04:02.