Aardkundig erfgoed - beheer

Introductie

Ondanks het feit dat het reliëf in Nederland in vergelijking met sommige andere landen weinig spectaculair is, kent Nederland wel een grote variatie aan landschapstypen. Dit is mede te danken aan ons aardkundig erfgoed.

Naast de wetenschappelijke en educatieve waarden vergroten (associaties van) aardkundige landschapselementen de belevingswaarde van het landschap; zij zorgen direct en indirect voor diversiteit. Aardkundige waarden zijn in belangrijke mate bepalend (geweest) voor de ecologische en cultuurhistorische ontwikkeling van een gebied.

Wie op een goede manier zorg wil dragen voor het behoud van ecologisch en cultuurhistorisch waardevolle gebieden en of landschapselementen dient tevens de aardkundige onderlegger te koesteren. Op deze pagina wordt daarom ingegaan op beheerstrategieën bij aardkundig landschapsbeheer. Per landschapselement (bijvoorbeeld kreekruggen, dekzandreliëf) zijn er ook beheermodellen opgesteld, die worden onderaan deze pagina toegelicht.

Voorkant van het boek Natuur met (w)aarde, dat de basis vormt voor deze artikelen op de kennisbank.
Afb. 1. Het boek Natuur met (w)aarde uit 2004 vormt de basis voor dit artikel over beheer, voor de artikelen over de aardkundige landschappen en de beheermodellen.
Tabel waarin de fasen van het beheerproces schematisch zijn weergegeven.
Afb. 2. Fasen in het beheerproces van aardkundige landschapselementen.
Tabel met vier beheerstrategieën en voorbeelden schematisch weergegeven.
Afb. 3. Vier beheerstrategieën in aardkundig landschapsbeheer (klik voor vergroting).

Fasen in het beheerproces

Bij het beheer van aardkundige landschapselementen kunnen een viertal fasen worden onderscheiden (Afb. 2):

1. Objectanalyse

In deze fase stelt men zichzelf de volgende vragen:

  • Om wat voor type object gaat het?
  • Hoe is het object begrensd?
  • Wat zijn de specifieke kenmerken van het object?
  • Wat zijn de (potentiële) waarden van het object?
  • Wat zijn de voornaamste aantastingen / bedreigingen?
  • Is het een fossiel element of kunnen de voor de vorming verantwoordelijke aardkundige processen onder de huidige omstandigheden nog actief zijn?

Deze analyse kan gedaan worden door een bureauonderzoek gecombineerd met veldbezoek. Hieruit volgt een beschrijving van het fenomeen, maar ook een beschouwing van hoe representatief dit fenomeen is voor het ontstaan van het landschap als opmaat voor een waardering. Eerdere inventarisaties en hun beschrijvingen zijn hierbij waardevolle uitgangspunten (via de kaartviewer aardkundig erfgoed). Belangrijke bronnen voor aanvullend onderzoek zijn de Bodemkaart 1.50.000 (incl. toelichtingen), de Geomorfologische kaart (beiden via bodemdata.nl) en geologische kaarten en modellen (o.a. via dinoloket.nl). Daarnaast vormen het Actueel Hoogtebestand Nederland en historische kaarten (voor samenhang met (historisch) landgebruik) een belangrijke informatiebron. Ook is er een grote verscheidenheid aan rapporten en wetenschappelijke publicaties over aardkundige fenomenen in Nederland. Tijdens een veldbezoek kan vervolgens vastgesteld worden hoe goed het aardkundig fenomeen nog zichtbaar is, en hoe dit eventueel versterkt zou kunnen worden met een beheersplan.

2. Keuze van de beheerstrategie en de aard van de werkzaamheden

Zie paragraaf over strategieën hieronder.

3. Uitvoering van de werkzaamheden

4. Evaluatie

Bij de evaluatie dient men zich het volgende af te vragen:

  • Zijn de beheerdoelstellingen gehaald?
  • Waren er onbedoelde neveneffecten?
  • Leidde de ingreep tot een duurzame ontwikkeling of zijn verdere ingrepen noodzakelijk?
  • Wat zou anders moeten en hoe?
  • Na de evaluatie herhaalt het proces zich vanaf stap twee. Men kan kiezen op dezelfde voet daar te gaan, de aard en/of uitvoering van de werkzaamheden te wijzigen of zelfs een andere strategie toe te passen.

Strategieën bij aardkundig landschapsbeheer

Bij aardkundig landschapsbeheer kunnen vier beheerstrategieën worden onderscheiden: de behouds-, accentuerings-, herstel- en reconstructiestrategie (Afb. 3). Welke strategie(ën) men kiest hangt af van de aard en specifieke eigenschappen van het element en het doel dat men uiteindelijk voor ogen heeft.

Bij de beschrijving van de beheervormen is niet naar uitputtendheid gestreefd. Zo gelden planologische bescherming, een (locale) inventarisatie en waardering van de aardkundige elementen en het plaatsen van informatiepanelen voor eigenlijk alle elementen. Hetzelfde kan waarschijnlijk voor meer opties gezegd worden. Voorbeelden van beheer zijn te vinden op de pagina's van de beheermodellen.

Behoud

Behoud is een strategie die gericht is op het handhaven van de aanwezige waarden en karakteristieken van een aardkundig element. Deze strategie is met name van toepassing op onvervangbare aardkundige elementen die reeds langgeleden, onder andere dan de huidige omstandigheden zijn ontstaan of die hun waarden ontlenen aan eeuwenlange processen. De werkzaamheden kunnen bestaan uit, of gericht zijn op niets doen, planologische bescherming, bewustwording en draagvlakvergroting en op het consolideren van de huidige toestand.

Planologische bescherming en bewustwording/draagvlakvergroting dragen behalve direct ook indirect bij aan het beheer van een aardkundig element. Als een object planologisch beschermd is en men zich bewust is van de waarden van aardkundige of eraan gerelateerde landschapselementen zal men zich eerder inzetten voor het beheer ervan.

Accentueren / zichtbaar(der) maken

Het accentueren of zichtbaar(der) maken van een aardkundig element is een strategie die een stapje verder gaat dan die van het behoud. Men zorgt er immers niet alleen voor dat een object blijft bestaan, maar dat het ook meer opvalt in het landschap. Deze strategie houdt in dat men keuzes maakt en werkzaamheden uitvoert omtrent het wel of niet superponeren van (ecologische en /of cultuurhistorische) elementen op het aardkundig fenomeen. Reliëf kan bijvoorbeeld worden geaccentueerd door beplanting aan te brengen of juist te verwijderen, het aanpassen van het landgebruik of het maaibeheer. Ook het gebruik van kunst kan een middel zijn om de aanwezige aardkundige waarde te benadrukken.

Herstel

Deze strategie is gericht op het herstel van de natuurlijke hydrologische en (hydro)chemische situatie en/of de aan het object gerelateerde ecologische en/of cultuurhistorische elementen. Tevens kan men zich toeleggen op het opnieuw in gang zetten van eolische (= onder invloed van de wind) en/of fluviatiele (= onder invloed van rivieren) processen.

Daarbij moet worden opgemerkt dat herstel van aardkundige processen alleen zinvol is indien de processen onder de huidige omstandigheden nog actief (kunnen) zijn. Bij fossiele aardkundige elementen, die onder andere dan de huidige omstandigheden zijn gevormd of hun waarden ontlenen aan een eeuwenlange ontstaansgeschiedenis, is procesherstel niet zinvol.

Vaak zorgt herstel van de ecologische en/of cultuurhistorische landschapsidentiteit er tevens voor dat het reliëf geaccentueerd of beter zichtbaar wordt. In dat geval combineert men dus de accentuerings- en herstelstrategie.

Reconstructie

Reconstructie is een strategie die gericht is op het herstellen van het oorspronkelijke reliëf of vorm van een (fossiel) aardkundig element. Van herstellen van aardkundige waarden kan bij reconstructie niet gesproken worden. De oorspronkelijke waarden van het element krijgt men er immers niet mee terug. Reliëfreconstructie heeft als doel een ieder te informeren over de vroegere situatie. Bovendien kunnen nieuwe gradiënten ontstaan die ecologisch waardevol zijn.

Aardkundig versus ecologisch of cultuurhistorisch landschapsbeheer

Uit het onderzoek kwam naar voren dat aardkundig landschapsbeheer in vrijwel alle gevallen goed kan samengaan met een gewenst en verantwoord cultuurhistorisch landschapsbeheer. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op de pagina's van de beheermodellen (zie onderaan deze pagina). Ook bij natuurontwikkeling zijn er voorbeelden van projecten waar natuurwaarden en aardkundige waarden gecombineerd zijn. Er kunnen echter ook conflicterende belangen zijn. Natuur vindt men van hoge waarde indien de biodiversiteit groot is. De biodiversiteit wordt in sterke mate bepaald door de gradiënten in het terrein. Aardkundige elementen die nauwelijks of slechts op grote schaal gepaard gaan met gradiënten lopen gevaar te worden vergraven zodat er kunstmatige overgangen van hoog naar laag, van droog naar nat en van voedselarm naar voedselrijk ontstaan. Omdat men natte natuur als vaak als waardevol beschouwt, worden soms watergangen gegraven op plaatsen waar zij nooit gelegen hebben of creëert men onnatuurlijk natte situaties. Dergelijke ingrepen kunnen ten koste gaan van gave aardkundige elementen.

Daar waar natuurbeheer en aardkundig beheer goed samen kunnen gaan vormt de factor tijd en geld in veel gevallen een probleem. Bij natuurherstel wil men snel en op goedkope wijze resultaat zien. Hiertoe pleegt men snelle, rigoureuze ingrepen met zware machines. Vaak kan echter ook voor een duurdere, meer geduld vergende, maar voor de aardkunde minder schadelijke methode worden gekozen. In praktijk gebeurt dit nog weinig.

Knelpunten

  • Hoewel aardkundige landschapselementen bepalend zijn voor het landschap zijn ze toch niet altijd goed zichtbaar en daarmee vaak onbekend. Het accentueren van deze elementen in combinatie met goede informatievoorziening helpt daarbij.
  • Aardkundige landschapselementen zijn vaak van dermate grote omvang dat een verantwoord aardkundig beheer enkel van de grond komt als het object in handen is van één of hooguit enkele eigenaren. Wat dat betreft verkeren de grotere terreinbeherende organisaties in een betere positie dan de provinciale stichtingen landschapsbeheer die geen eigen grond bezitten en afhankelijk zijn van de welwillendheid van grondeigenaren.
  • Gezien de eerste twee punten is een goede voorlichting aan grondeigenaren van groot belang voor het realiseren van de beheerdoelstellingen.
  • Een algemeen probleem bij planologische bescherming door middel van het aanlegvergunningenstelsel is de naleving ervan. Gemeenten kunnen er beter op toezien dat er geen ongewenste ingrepen in de ondergrond worden gepleegd.
  • Voor specifiek op aardkunde gericht natuur- en landschapsbeheer zijn op dit moment geen subsidiemogelijkheden beschikbaar. Wel kan gebruik worden gemaakt van bestaande regelingen voor bos, natuur, landschap en cultuurhistorie, zoals het programma beheer.

Aanbevelingen

  • Het verdient aanbeveling te zoeken naar kwaliteitscombinaties (bijvoorbeeld aardkunde-cultuurhistorie, aardkunde, ecologie) waarbij win-winsituaties ontstaan en tegelijkertijd doelen rondom herinrichting en klimaatadaptatie gerealiseerd worden. Soms kan worden meegelift met de bestaande subsidieregelingen voor bos, natuur, landschap en cultuurhistorie.
  • Goede voorlichting aan terreineigenaren en bestuurders is essentieel. Hierbij is het belangrijk om de aardkunde als basis voor gebiedsinrichting (bodem en water sturend, klimaatadaptatie, cultuurhistorische en ecologische doelstellingen) te benadrukken.
  • In de toekomst zouden ook gelden vrij moeten worden gemaakt specifiek voor het beheer en voortbestaan van aardkundige landschapselementen. Zo zouden agrariërs vergoedingen kunnen krijgen voor de eventuele inkomstenderving die zij genieten als gevolg van de aanwezigheid van een aardkundig fenomeen.
  • Overheidsgeld en andere middelen voor aardkundig landschapsbeheer kunnen beschikbaar komen door in landschapsbeleids-/ en ontwikkelingsplannen de aardkundige landschapselementen een meer vooraanstaande plaats geven.
  • Uit het onderzoek is gebleken dat er grote behoefte bestaat naar kennis omtrent aardkundige landschapselementen op perceelsniveau. Zo is niet voor elke beheerder precies duidelijk waar bepaalde objecten zich exact bevinden en wat de specifieke kenmerken ervan zijn. Inventarisaties op dit schaalniveau zijn dan ook zeer waardevol.
  • Het aardkundig beheer wint aan kwaliteit indien losse aardkundige elementen in hun context worden geplaatst, bijvoorbeeld een rivierduin in relatie tot een komgebied.
  • Het verdient aanbeveling bij het beheer van aardkundige landschapselementen behalve een ecoloog, hydroloog en/of archeoloog een aardkundige te betrekken.

De beheermodellen

De beheermodellen beschrijven per aardkundig landschapselement de belangrijkste beheersopties (behouden, accentueren / zichtbaar(der) maken, herstellen of reconstrueren). Daarnaast worden algemene kenmerken, relatie met andere landschappelijke waarden en de voornaamste aantastingen en bedreigingen beschreven. De beheermodellen worden geïllustreerd met voorbeelden van aardkundig landschapsbeheer.

Deze beheermodellen verschaffen een eerste inzicht voor de beheerders en geven vooral een startpunt. Ze vormen nooit een vast recept voor het beheer van een type aardkundig element. Aardkundig waardevolle objecten kunnen weliswaar worden gegroepeerd en geclassificeerd, maar uiteindelijk is ieder object verschillend. Daarom is aanvullend onderzoek vaak nodig.

De beheermodellen per aardkundig landschapselement zijn hieronder te vinden (bij: zie ook) en daarnaast ook in de tabel op de themapagina aardkundig erfgoed.

U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 5 okt 2023 om 03:00.