Panorama Landschap - Smildervenen

Introductie

De regio Smildervenen omvat het grootschalige turfwinningsgebied langs de Drentse Hoofdvaart met typerende rationele verkaveling. Het nooit ontgonnen Fochtelooërveen en een van de vijf Nederlandse Koloniën van Weldadigheid liggen bij Veenhuizen.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Veenhuizen hoofdgebouw met rechts een klokkestoel. Voor het gebouw ligt een grasveldje met een water ervoor.
Afb. 1. Veenhuizen hoofdgebouw. Foto: Paul Paris
Drentse Hoofdvaart. Foto genomen van de brug die rechts op de foto half te zien is.
Afb. 2. Drentse hoofdvaart. Foto: Beeldbank RCE
Luchtfoto van het Fochteloërveen.
Afb. 3. Fochteloërveen. Foto: Wim van der Ende
Foto van muur van een huis waarin ‘’Helpt elkander’’ geschreven staat.
Afb. 4. Veenhuizen. Foto: Paul Paris
Kaart van Smildervenen.
Afb. 5. Smildervenen

Karakteristiek

Smildervenen vindt haar oorsprong in de grootschalige en systematische vervening vanaf het begin van de 17de eeuw, waarbij de aanleg van de Drentsche Hoofdvaart en zijn voorgangers een cruciale rol speelde. Het ononderbroken bebouwingslint van de veenkolonies Hoogersmilde, Smilde en Bovensmilde vormt de ruggengraat van de regio. Het is tevens de belangrijkste weg (N371). Het kanaal en de karakteristieke rationele verkaveling bepalen het landschap en de dorpstypen. In het noordwesten van de regio ligt Veenhuizen, één van de Koloniën van Weldadigheid, die samen op de nominatie staan om UNESCO-werelderfgoed te worden. Veenhuizen herbergt een grote gevangenis en een museum. Verder vallen de heide- en bosgebieden van het Witterveld op, het Hijkerveld en het Fochteloërveen, dat doorloopt tot in Friesland. Dit zijn beschermde natuurgebieden en/of Natura 2000-gebieden. Op het Hijkerveld liggen sporen van prehistorische bewoning. Buiten de natuurterreinen wordt het landschap overheerst door akkerbouwgronden, in het oosten langzaam overgaand in zandlandschap van het Drentse Aa-gebied. Hoogspanningsleidingen lopen niet door het gebied, maar er net buiten ten westen van Assen. Er staan geen windturbines in de regio of in de directe omgeving opgesteld.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Pleistoceen

Tijdens de voorlaatste ijstijd, het saalien, is in centraal Drenthe het Drents Plateau gevormd. Dit bestaat uit door het ijs afgezette keileem, een mengsel van zand, leem en keien. Daaroverheen is in de laatste ijstijd, het weichselien, een laag dekzand afgezet. In dit dekzandlandschap komen komvormige laagten of pingoruïnes voor. Een pingo is een heuveltje waaronder zich in de ijstijd een ijslens bevond. Door opwellend grondwater werd deze voortdurend groter. Het duwde daarbij de bovengrond omhoog, totdat dit op een gegeven moment van het ijs afgleed. Toen het ijs uiteindelijk smolt bleef een laagte met een ringwal over: de pingoruïne.

Het zijn nu kleine meertjes met een lage wal eromheen. Het Esmeer ten noordwesten van Bovensmilde is een van de grootste pingoruïnes van ons land.

Holoceen

Na afloop van de ijstijden, zo’n 10.000 jaar geleden, begon het holoceen. Het klimaat werd warmer en vochtiger en er ontwikkelde zich een gesloten vegetatiedek. In afgesloten laagten op het Drents Plateau trad veenvorming op. In de loop van duizenden jaren breidde het veen zich over steeds grotere oppervlakten uit, tot er uiteindelijk een aaneengesloten veengebied van meer dan 20.000 hectare was ontstaan. Nadat de mens het gebied in trok en er vee ging houden, heeft op tal van plaatsen overbeweiding plaatsgevonden. De vegetatie werd hierdoor aangetast en zandverstuivingen ontstonden, zoals het Noord- en Zuid Hijkerzand. De oudste stuifzanden dateren al uit de bronstijd, maar vooral in de late middeleeuwen kwamen uitgebreide zandverstuivingen voor.

Landschappenkaart

Op de archeologische landschappenkaart hoort de regio tot het Keileemgebied. Daarbinnen komen de landschapszones veenvlakten, keileemvlakten, beekdalbodems, dekzandruggen en pingoruïnes voor.

Bewoningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

In de regio zijn diverse vondsten gedaan van gebruiksvoorwerken en bewoningsresten uit de prehistorie, zoals de restanten van oude akkercomplexen (raatakkers of celtic fields) uit het begin van onze jaartelling in het Hijkerveld. Daar liggen ook enkele grafheuvels. In het Hardersbos is een veenweg gevonden uit de ijzertijd.

Gaandeweg werden de mogelijkheden om in het gebied te wonen slechter door het zich steeds verder uitbreidende veen en de voortgaande vernatting aan de randen ervan. Een periode is de regio niet bewoond geweest, totdat de Drentse Hoofdvaart werd gegraven en de dikke veenpakketten vergraven werden en tot turf verwerkt. Maar dan zitten we al in de periode na 1600.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

Het oostelijke deel van de regio bestaat uit het esdorpenlandschap dat aansluit op de Drentsche Aa. In de vroege middeleeuwen ontstonden ten zuidwesten van de Smildervenen de eerste vaste nederzettingen. Het waren meestal enkele boerderijen, waaruit buurschappen ontstonden. De gronden in de huidige regio behoorden toe aan de marken van Diever en Legge. Diever was ook de hoofdplaats van het rechtsgebied het Dieverderdingspel. In de middeleeuwen groeiden de buurschappen uit tot grotere nederzettingen als Hijken. Witten heeft een bescheiden omvang gehouden.

Tot aan de start van de grootschalige winning van het hoogveen bleef de regio grotendeels verder onbewoond. De bewoners uit de dorpen aan de rand van het veengebied zullen hun vee in het gebied hebben laten grazen en er voor eigen gebruik turf hebben gestoken.

De sterke economische groei van de Republiek vanaf het einde van de 15de eeuw bracht een enorme vraag naar fossiele brandstof met zich mee, vooral vanuit Holland. Ondernemers richtten zich daartoe op Noord-Nederland, waar enkele grote hoogveengebieden lagen, zoals de Smildervenen. Dit werd het eerste gebied in Drenthe waar op commerciële wijze turf voor de Hollandse markt werd gestoken.

Veenwinning

In 1612 viel het besluit van de Schout van Diever, dat men bij blijvende vestiging in de venen van Smilde twintig jaar belastingvrij mocht wonen. Vervolgens richtten Amsterdamse patriciërs onder leiding van Adriaan Pauw de ‘Hollandsche Compagnie der Dieverder, Leggeler en Smildervenen’ op en kochten grote delen van het veengebied van de marken. Vanuit het riviertje de Havelter Aa werd een kanaal met zes sluizen in het veengebied gegraven voor de afvoer van de turf naar Meppel. Dit kanaal werd de Smildervaart. Vanaf Meppel werd de turf via de Zuiderzee verscheept. Langs het nieuwe kanaal ontstond Hoogersmilde, de oudste veenkolonie in de regio.

Alvorens de turf kon worden gestoken, moest het veen ontwaterd worden. Daartoe werd een kanaal gegraven in het veen, in dit geval de Smildervaart, die later werd omgevormd tot de Drentse Hoofdvaart. Aan weerskanten daarvan werden loodrecht brede sloten gegraven, de (hoofd)wijken, die diep genoeg waren om met een turfschip te bevaren. Deze zijn voor een deel nog aanwezig in het landschap. De hoofdwijken werden onderling weer verbonden met zijwijken of dwarswijken. Van de af te graven gronden verwijderde men de ruwe bovenlaag, de bolster, en legde het opzij. Dan werd het veen gesneden en de turven gestoken. Daarna volgde een periode van drogen en draaien, alvorens de turven verscheept werden. Op deze wijze werd in enkele decennia heel veel turf gewonnen. Rond 1730 echter stagneerde de vervening. De ‘Hollandse Compagnie’ en de Smildervaart werden in 1751 verkocht aan de Opsterlandse Veencompagnie, dat een verbinding nastreefde met de Opsterlandse Compagnonsvaart. Tussen 1769 en 1780 werd vervolgens de Drentse Hoofdvaart tussen Meppel en Assen gegraven. Dit was niet zozeer een nieuw kanaal, maar een omvorming van de Havelter Aa, die daarvoor werd vergraven en rechtgetrokken en de Smildervaart, die werd verlengd tot Assen. De verbinding met de Opsterlandsche Compagnonsvaart kwam eind 18de eeuw tot stand met de aanleg van de Witte Wijk vanaf de provinciegrens naar Hijkersmilde.

Met de aanleg van de Drentsche Hoofdvaart kreeg de vervening een nieuwe impuls. Zo konden de veengebieden van Smilde en Bovensmilde en de Kloostervenen bij Assen worden verveend. Als aftakkingen kwamen in 1790 de Beilervaart en in 1808 de Norgervaart gereed.

Na Hoogersmilde ontstonden de dorpen Smilde (1770), Hijkersmilde (eind 18de eeuw) en Bovensmilde (eerste helft 19de ononderbroken bebouwingslint ontstaan van boerderijen, landarbeiders- en vervenerswoningen. Aan de Norgervaart en de loodrecht op de vaart staande wijken staat weinig bebouwing. Begin 20ste eeuw was het veengebied vrijwel geheel vergraven. Het Fochtelooërveen, dat toen aan de beurt was, is uiteindelijk nooit aan snee gekomen omdat Nederland was overgestapt op andere energiebronnen, voornamelijk steenkool.

De uitgeveende gronden werden naderhand omgezet in akkerland. De zandgrond die toen aan de oppervlakte lag werd daartoe los gespit en vermengd met de bolster. Vaak werd er nog stadsvuil of terpaarde doorheen gemengd, dat door de turfschippers als retourvracht werd meegenomen. Het landschap dat ontstond kende een rationele, blokvormige verkaveling, doorsneden door talloze wijken.

Gerelateerd aan de landbouw was de komst van meerdere aardappelmeelfabrieken in de regio. In Drenthe hebben er in totaal acht gestaan, waaronder één in Oranje. Bij de fabriek hoorde een vloeimeer en zes vloeivelden in het Hijkerveld, waarin het vervuilde water van de fabriek werden gereinigd.

Recente ontwikkelingen

Het fijnmazige patroon van vierkante en rechthoekige percelen in het veenkoloniale landschap is verdwenen doordat veel sloten zijn gedempt. De oorzaak hiervan was de uitvoering van enkele ruilverkavelingen, die gericht waren op betere productieomstandigheden voor de landbouw.

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Roden-Norg 12987 1997 - 2013 11,4%
Hijken 3870 1960 - 1974 16,6%
Laaghalen 1702 2000 - 0 41,6%
Laaghaler en Hooghaler Esschen 295 1949 - 1958 49,2%
Smilde 5306 1984 - 1999 96,0%

In alle gevallen is de hoofdstructuur van het gebied met de Hoofdvaart of Norgervaart, de hoofdwijken en de zijwijken, bewaard gebleven. Met name de zijwijken zijn versmald tot kavelsloten of gedempt. In de infrastructuur is verder weinig gewijzigd. De N371 langs de Hoofdvaart was en is de belangrijkste weg. De N381 (Beilen-Drachten) is nieuw aangelegd.

Het nooit aan snee gekomen Fochtelooërveen is tegenwoordig een belangrijk natuurgebied. In 1938 kocht Natuurmonumenten 200 hectare aan de Friese kant van de grens. Dit groeide uit tot een 2.500 hectare groot gebied, waarvan Natuurmonumenten nu 1.100 hectare en Staatsbosbeheer 1.400 hectare beheert.

Zij proberen de veengroei te bevorderen door vernatting, waartoe een ander grondwaterpeil gehanteerd wordt dan in het aangrenzende landbouwgebied. Het gebied is beperkt toegankelijk. Natuurmonumenten plaatste een opvallende uitkijktoren van 15 meter hoog bij Ravenswoud.

Het Witterveld ten zuidwesten van Assen is lange tijd in gebruik geweest als militair oefenterrein. Intussen is het omgevormd tot Natura 2000-gebied. Het Hijkerveld is in eigendom bij het Drents Landschap. In de prehistorie was het bewoond, zoals blijkt uit de teruggevonden raatakkers of celtic fields, akkers daterend uit de ijzertijd. Onderdeel van dit Natura 2000-gebied vormen enige vennen, restanten van lokaal gestoken turf. Ook de voormalige vloeivelden van de aardappelmeelfabriek in Oranje zijn toegevoegd aan het gebied. Dit is het vogelreservaat Diependal.

De dorpen Hoogersmilde, Smilde en Bovensmilde zijn in de 20ste eeuw uitgebreid en hebben een kom gekregen. Dit ging gepaard met het dempen van een flink aantal wijken nabij die dorpen. Het karakter van een lang bewoningslint langs de Drentsche Hoofdvaart is daarmee niet verdwenen.

De Kloostervenen zijn thans de laatste uitbreidingswijk van Assen.

Opvallend element in het huidige landschap vormt de televisiemast van Smilde. Deze werd in 1959 in gebruik genomen. De 300 meter hoge mast stortte in 2011 na een brand in. In 2012 volgde herbouw.

De aardappelfabriek in Oranje sloot in 1980 zijn deuren, waarna het werd omgevormd tot de overdekte Speelstad Oranje dat in 2015 sloot.

Specifieke thema’s

Veenhuizen

Veenhuizen is bekend vanwege de gevangenissen. Deze gaan terug tot het initiatief uit 1818, toen generaal Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid oprichtte om bedelaars en landlopers te leren werken. Daartoe werden de koloniedorpen Frederiksoord (Kolonie I), Wilhelminaoord (Kolonie II), Willemsoord (Kolonie III), Ommerschans (Kolonie IV) en Veenhuizen (Kolonie VI) gebouwd (en in de zuidelijke Nederlanden Wortel (Kolonie V) en Merksplas (Kolonie VII)).

Frederiksoord werd een ‘vrije kolonie’; in Veenhuizen werden vanaf 1825 bedelaars, landlopers, wezen en vondelingen verplicht te werk gesteld. Er werden drie carré-vormige, kazerneachtige gestichten gebouwd met omgrachting en ophaalbruggen. Daaromheen kwamen ambtenarenwoningen en werkplaatsen. De structuur van het gebied wordt bepaald door de Kolonievaart (1823-1826), een aftakking van de Norgervaart, en zes haaks daarop lopende wijken. Behalve gestichten werden ontginningsboerderijen gebouwd, kerken, een synagoge en een stoomfabriek (1839). In 1859 nam het rijk de drie gestichten over, waarna ze vanaf 1875 onderdeel werden van het penitentiair systeem van het Ministerie van Justitie. De bestaande gestichten werden verbouwd of vervangen door nieuwbouw. De eerste gebouwen na 1875 werden ontworpen door J.F. Metzelaar. Opvallend zijn de woningen met namen als ‘Opvoeding’, ‘Orde en Tucht’ en ‘Helpt Elkander’. Veroordeelden werkten in de veenderijen, de landbouw, de werkplaatsen en sinds het begin van de 20ste eeuw in de bosbouw. Het landschap werd door dit werk veranderd in een landbouw- en bosbouwgebied. Het bestaat uit rechthoekige blokverkaveling, terwijl de Smildervenen juist gekenmerkt worden door strokenverkaveling. Sinds de Eerste Wereldoorlog werden ook gewone veroordeelden hier geplaatst. De gestichten werden omgevormd tot de strafinrichtingen Norgerhaven, Esserheem en Groot-Bankenbosch.

In de jaren 1980 werd Veenhuizen openbaar toegankelijk en werd het een normaal dorp, met vier strafinrichtingen in de omgeving. In 2005 opende het Landelijke Gevangenismuseum zijn deuren. Het is gevestigd in het carré van het oude tweede gesticht van 1825. In het kielzog hiervan zijn in het dorp meer activiteiten ontplooid, zoals een restaurant, erfgoedlogies, een brouwerij en het Erfgoedcentrum Veenhuizen. Veenhuizen is door de tijd heen een gaaf voorbeeld van een kolonie gebleven. In 2008 werd het in zijn geheel aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De Koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en Wortel (België) zijn genomineerd voor plaatsing op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Plaatsing kan in 2020 een feit zijn.

Literatuurlijst

  • Clercq, K. de, e.a., 2017. De Koloniën van Weldadigheid. Een uitzonderlijk experiment. Assen.
  • Sanden, W. van der, en M. Gerding, 2018. Geschiedenis van Drenthe, een archeologisch en nieuw perspectief (2 dln). Assen.
  • Spek, T, H. Elerie, J. Bakker en I. Noordhoff, 2015. Landschapsbiografie van de Drentsche Aa. Assen.
  • Themanummer Veenhuizen. 1992. Historisch Geografisch Tijdschrift 10/1.
  • Versfelt, H.J., 2004. Kaarten van Drenthe 1500-1900. Groningen/ Veendam.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap Smildersvenen
Algemeen Vml. grootschalige verveningen aan weerszijden Drentse Hoofdvaart
Landbouw Systematische inrichting koloniegebied Veenhuizen
- Landschap, dorp en gevangenissen ‘Gesamt’-ontwerp
Tot akkerland ingerichte, afgegraven veengronden, rationeel verkaveld
Bosbouw en natuur Fochtelooerveen N2000
- Heide, bos, vloeiweiden
Witterveld N2000
Hijkerveld
- celtic fields, vloeiweiden, heide en bos
Diverse kleinere bossen
Wonen Veenkoloniale lintdorpen aan de Hoofdvaart (komvorming na 1970)
- Hoogersmilde, Smilde, Hijkersmilde, Bovensmilde
Veenhuizen gevangenisdorp met eigen stedenbouwkundige opzet, meest zichtbaar in verschillende typen dienstwoningen
Esdorpen, bv. Zuidvelde, Witten
Waterstaat Zie verkeer
Defensie Militaire oefenterreinen De Haar, Baggelhuizen
Delfstoffenwinning Kanalen en wijken herinneren aan turfwinning
Verkeer Kolonievaart met sluizen
Drentse Hoofdvaart
- Inclusief hoofdwijken en dwarswijken
Norgervaart
Beilervaart
Oranjekanaal met sluizen
N371, N381, N373, N919
Bestuur Veenhuizen Kolonie van Weldadigheid: zie landbouw en wonen
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:02.