Textiel (deelcollectie)

Introductie

De textielcollectie is geheel gedigitaliseerd en grotendeels van beeld voorzien. Ze omvat ongeveer 900 objecten uit de periode 1650-1992. De historische collectie bevat onder meer Europese wandtapijten, oosterse tapijten en interieurtextiel uit Nederlandse woonhuizenWoonhuizen zijn huizen waarin gewoond wordt. en paleizen. Daarnaast kent de collectie Indonesische etnografische textiel en onderdelen van Zeeuwse klederdrachten. Een 17e eeuws Pergola wandtapijt hangt in een ruimte op het Binnenhof.

Ch. Roelofsz, Zon (1948), boomstam en heining opm rood, wol, 350 x 130 cm
Ch. Roelofsz, Zon (1948), boomstam en heining opm rood, wol, 350 x 130 cm
Ch. Roelofsz, Bliksem (1948), boomstam en heining opm rood, wol, 350 x 130 cm
Ch. Roelofsz, Bliksem (1948), boomstam en heining opm rood, wol, 350 x 130 cm

Tapisserie

De tapisserie-serie met het thema van de Verloren Zoon is in bruikleen bij de Gemeente Tholen. Het gaat om 7 tapijten met ontwerpen van De Moor, Bouhuys, Kurpershoek, Bayens, Roelofsz, Andrea, Steene. Ze zijn uitgevoerd door de Cneudt en de Knipscheer in 1951-1952.

Textielvormgeving

Textielvormgeving uit de jaren 60, 70 en 80 van de 20e eeuw vormt een belangrijke deelcollectie. Het gaat daarbij om wandkleden, draagobjecten en kleding ontworpen door Nederlandse kunstenaars. Het TextielMuseum Tilburg heeft diverse wandkleden en wandtapijten in bruikleen. Het betreft het wandtapijt (K1275) Drie schikgodinnen van Jaap Bouhuys, het wandtapijt (K58352) Twee vrouwen van Wally Elenbaas, 2 wandkleden van Desirée Scholten-van de Rivière, de reeks wandkleden (K77019) Black Lover van Harry Boom en een werk van Marius Boezem (K80062-A-C).

Over deze deelcollectie

Depot schatten

Van de twintigste-eeuwse Nederlandse textielkunst zijn werken naar ontwerp van dan wel van de hand van: Hans Bayens, Marinus Boezem, Harry Boom, Jaap Bouhuys, Wiek Claesen, Wally Elenbaas, Dick Elffers, Ria van Eyck, Wil Fruytier, May Hobijn, Krijn Giezen, Marijke de Goey, Lies Guntenaar, Betty Hubers-Scheuffer, Theo Kurpershoek, Marijke de Ley-Reus, Ernee van der Linden-’t Hooft, Chris de Moor, Carla Munsters, Benno Premsela, Charles Roelofsz, Margot Rolf, Steene, Desirée Scholten-van de Rivière, Herman Scholten en Ferdi Tajiri-Jansen.

Herkomst

Het historische textiel is in de collectie gekomen via schenkingen, legaten en de Stichting NederlandsHet Nederlands is een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meeste inwoners van Nederland, België en Suriname. In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende vijf miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal van de Caraïbische (ei)landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, terwijl er nog minderheden bestaan in Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Indonesië, en nog ruim een half miljoen sprekers in de Verenigde Staten, Canada en Australië. De Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië werden gestandaardiseerd tot Afrikaans, een dochtertaal van het Nederlands. Kunstbezit. Het grootste deel van het textiel uit de 20e eeuw is in bezit gekomen via aankopen en de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR). Een klein aantal werken is via overdracht door overheidsinstanties in beheer gekomen. De Nederlandse Kunststichting ten slotte verwierf tussen 1952 en 1984 eigentijdse Nederlandse textielkunst ten behoeve van reizende tentoonstellingen.

Relatie met andere collecties

De collectie NederlandsHet Nederlands is een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meeste inwoners van Nederland, België en Suriname. In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende vijf miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal van de Caraïbische (ei)landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, terwijl er nog minderheden bestaan in Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Indonesië, en nog ruim een half miljoen sprekers in de Verenigde Staten, Canada en Australië. De Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië werden gestandaardiseerd tot Afrikaans, een dochtertaal van het Nederlands. textiel uit de periode 1930-1992 is vergelijkbaar met die van het TextielMuseum in Tilburg en het Stedelijk Museum Amsterdam. Met dien verstande dat deze collecties een specifiek karakter hebben door het eigen verzamelbeleid van de musea. Beide musea hebben in hun collectie bruiklenen uit de textielverzameling van de Rijksdienst.

Meer informatie

Zie ook deze artikelen


Hoort bij deze thema's


Specialist(en)


    Contact

    Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2021 om 14:24.