Anna Pieternella Verschuure (1935-1980)

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 8 mrt 2022 om 04:02
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie[bewerken]

Anna Pieternella Verschuure werd in 1935 in Rotterdam geboren als jongste van twee dochters. Anna bracht haar kinderjaren door in Goes, tot het gezin in 1951 weer terugverhuisden naar Rotterdam. Omdat haar vader wilde dat ze een degelijk vak leerde, rondde ze een opleiding tot kleuterjuf af. Eenmaal als juf aan het werk, bleef het verlangen naar de kunstwereld zo groot, dat ze zich op eenentwintigjarige leeftijd alsnog inschreef voor de avondopleiding op de afdeling Decoratieve Nijverheid.

Gele blokken
Anna Pieternella Verschuure-Verweij (1935-1970), Gele blokken, 1970-1975, pvc, katoen, polyester, jute, krijn, 200 x 125 cm., inv.nr. SZ99547 (voorzijde)

De emancipatie van textiel

Als een van de oudste studenten was Anna eigengereid. Ze ging haar eigen gang en paste de regels van docenten zo nodig aan. En zo besloot ze na twee jaar academie dat de opleiding haar niet voldoende uitdaging gaf. Gesteund door kunstschilder Hans Verweij die zij dat jaar had ontmoet, verliet ze in 1957 de opleiding. In 1959 trok Anna in bij Hans Verweij in, in een voormalige fietsenstalling die op de nominatie stond gesloopt te worden. Het was tochtig en vochtig en de ruimte om er te werken was beperkt, toch gebruikten Anna en Hans de kleine woning ook als atelier. Aanvankelijk maakte Anna wandkleden geïnspireerd op stromingen in de moderne kunst. Haar werk werd, zeker in de beginperiode, gezien als het equivalent van wat haar mannelijke kunstenaars maakten in het Rotterdamse kunstwereld. Anna was verknocht aan haar materiaal. Textiel was tot vlak voor die tijd nog voorbehouden aan huisvlijt. Maar Anna zette het borduren, haken, breien en naaien in om objecten te maken waarin illusies en desillusies van het aardse bestaan werden vastgelegd. De pogingen van Hans Verweij om haar over te halen ook te gaan schilderen heeft ze altijd stellig afgehouden.

Rotterdamse kunstkringen

De expositiemogelijkheden waren beperkt in de jaren zestig in Rotterdam, maar Anna’s relatie met Hans Verweij bracht haar midden in het kleine Rotterdamse kunstenaarscircuit. Via de vrienden bij de Nederlandse Kunststichting en galerie Delta kreeg Anna vele expositiegelegenheden in Rotterdam. Zo was Anna onder andere deelnemer van een overzichtstentoonstelling over textielkunst in De Doelen in 1969. Op deze tentoonstelling waren de werken van Anna en Ferdi (Tajiri-Jansen) te zien in een kleine groepstentoonstelling. Hun werk had net als van de andere exposanten Jan van Munster, Frans Peeters en Mathieu Ficheroux, betrekking op het menselijk lichaam. Maar door hun gebruik van zachte stoffen, organische vormen onderscheidden het werk van Anna en Ferdi zich van het koele objectivisme van de andere kunstwerken.

Internationale presentaties

Na 1970 trad Anna ook internationaal op de voorgrond. In 1975 werd haar inzending voor de zevende Biënnale Internationale de la Tapisserie gehonoreerd en niet lang daarna, in 1979, kreeg ze haar eerste museale presentatie in het Stedelijk Museum Amsterdam. Ze legde ze zich steeds meer toe op de betekenis en de lagen in haar werk. Soms was dit letterlijk zichtbaar doordat lagen stof van elkaar waren afgepeld.

Pioniersrol

In 1978 werd er bij Anna kanker geconstateerd. De wetenschap dat het leven spoedig zou eindigen, heeft vermoedelijk ook veel invloed gehad op haar laatste werken. Tot haar overlijden in 1980 heeft ze nog veel werk gemaakt. Met terugwerkende kracht kunnen er vele dubbele lagen in haar werk worden gezien die wijzen op een bewustzijn of een onbewust gevoel van haar korte bestaan. Anna heeft een pioniersrol vervuld in de emancipatie van het materiaal. Ze heeft de weg vrijgemaakt voor kunstenaars om te kiezen voor het handwerk in hun beeldende taal. De kunst van Anna is nog steeds actueel, krachtig en van deze tijd.

Tekst: Daphne Nieuwenhuijse

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 mrt 2022 om 04:02.