Anna Dorothea Lisiewska (1721-1782)

Introductie[bewerken]

Net als haar zuster Anna Rosina (1713-1783) en haar broer Christoph Friedrich (1725-1794) kreeg Anna Dorothea haar eerste schilderlessen van haar vader, de portretschilder Georg (Jerzy) Lisiewski (1674-1750). Anna Dorothea kreeg daarna vermoedelijk ook nog enkele lessen van de in Berlijn gevestigde, Franse schilder Antoine Pesne. Zij trouwde in 1742 met Ernst Friedrich Terbusch, advocaat, amateurschilder en waard van de Berlijnse herberg de Weissen Taube. Ze kregen zeven kinderen, waarvan er vijf overleefden. In die eerste huwelijksjaren had Anna Dorothea nauwelijks tijd om te schilderen. Pas in 1760 kon zij zich weer richten op haar carrière; eerst aan het hof in Stuttgart, daarna aan dat in Mannheim.

portret van zittende vrouw
Portret van Anna Maria Boreel (1738-1781) Doek, 57 x 47 cm. Inv.nr. C536

Parijs

In 1765 vertrok zij naar Parijs voor het grote succes. Gedeeltelijk lukte dat. Zij werd de allereerste vrouw die werd toegelaten tot de Académie des beaux-arts. Anderzijds lukte het haar niet om grote opdrachten van het hof te verwerven. Diderot, die haar goed kende, schreef in zijn dagboeken over haar dat zij talent genoeg had, maar dat het haar ontbrak aan jeugdigheid, schoonheid, bescheidenheid en koketterie. Verder vond hij ook dat zij niet toegefelijk genoeg was tegenover haar opdrachtgevers. Toch was Diderot haar goed gezind. Toen hij haar een portretopdracht gaf, waarop hij met een ontblootte schouders moest worden afgebeeld, merkte hij tijdens het gekleed poseren dat zij moeite had met het schilderen van de schouders. Hij trok zich vervolgens terug achter een gordijn, ontkleedde zich en ging geheel naakt door met poseren. Anna Dorothea bedankte hem voor zijn attente medewerking en voltooide vervolgens het portret.

Den Haag

In oktober 1768 verliet Anna Dorothea Parijs en reisde zij via Brussel naar Den Haag. Haar zus Anna Rosina had toen net haar verblijf van ongeveer zes maanden in Den Haag beëindigd en bevond zich al in Braunschweig. Anna Dorothea zal zeker voordeel gehad hebben aan de vele contacten die haar zuster in Den Haag had opgedaan. Zo kwam Anna Rosina vaak bij op bezoek op het Noordeinde bij Philip Frederik Tinne, assistent-griffier van de Staten-Generaal, en buurman van griffier Mr. Hendrik Fagel. Diens zoon François Fagel, sinds 1767 adjunct-griffier, was getrouwd met Anna Maria Boreel.

Anna Maria Boreel

Anna Maria was een dochter van Jacob Boreel en groeide op in Amsterdam en op Huis Beeckestijn in Velsen. In Velsen trouwde zij op 14 april 1764 met François Fagel. Uit hun huwelijk werden zeven kinderen geboren. François overleed in 1773 op relatief jonge leeftijd. Anna Maria overleed enkele jaren later op 15 juli 1781 in het kuuroord Bad Pyrmont, tijdens een reis door Duitsland. Volgens de kuurarts was zij overleden door het eten van aardbeien direct na het drinken van een glas helder bronwater. Ter nagedachtenis aan Anna Maria lieten de families Fagel en Boreel een kleine, ronde tempel bouwen in het park van het kuuroord, dat nu bekend staat als de ‘Erdbeertempel’.

Het portret

Het ovale portret van Anna Maria Boreel is in 1961 geschonken als onderdeel van de Collectie Fagel door Leopold, graaf van Limburg Stirum. De toeschrijving aan Anna Dorothea Lisiewska is van de kunsthistoricus Adolph Staring, die onder meer gepubliceerd heeft over in de 18de eeuw door Franse kunstenaars vervaardigde portretten van Nederlanders. Het portret van Anna Maria is sinds 2019 te zien in het Huis Beeckestein in Velsen.

Tekst: Eric Domela Nieuwenhuis

Meer informatie[bewerken]

Zie ook deze artikelen

Hoort bij deze thema's

Specialist(en)


Reageren
U kunt op deze pagina reageren via het reactieformulier.

Wilt u ons helpen?
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wil meer kennis delen over rijksmonumenten. Wilt u ons hierbij helpen door maximaal vijf korte vragen te beantwoorden?
Ja, ik wil graag meehelpen (opent de vragenlijst)

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 15 apr 2022 om 10:27.