Prix de Rome (deelcollectie)

Introductie

Het werk van de Rijksakademie vormt een waardevol kunst- en cultuurhistorisch overzicht van de ontwikkelingIets dat gebeurt in de wereld of binnen de organisatie dat vraagt om verandering. ‘van de goede smaak’, zoals die aan het einde van de 19e eeuw tot het midden van de 20e eeuw via het onderwijs aan de Rijksakademie werd gepropageerd. Het betreft een geschiedenis waarin de rol van kunst en architectuurBouwkunst, kunst van het scheppen van (zie) ruimtevormen en het omvatten en overdekken hiervan, kortom de gehele ontwikkeling en vormgeving van de inwendige ruimten en de omhulling ervan. M.n. geldt dit de plattegronden, de wanden met hun geleding en verdeling van open en gesloten delen, zolderingen, gewelven, plafonds, kappen en daken en de verwezenlijking van deze conceptie naar de eisen van constructies en materialen. In de verschillende architectuurperioden en in diverse regio’s verschilt het ruimtegevoel soms zeer sterk. In het romaanse tijdperk wordt de ruimte overheerst door gebruik van dikke dragende muren en weinig ontwikkelde overwelvingen en overkappingen. De gotiek toont een omhoogstrevende ruimte, opgebouwd uit steunpunten waartussen lichte wanden en glas, overdekt met ranke gewelven. De barok toont een vaak illusionistische ruimte-ontwikkeling, die soms de aanwezigheid van wanden en plafonds probeert te loochenen. In XX hebben nieuwe materialen en technieken het mogelijk gemaakt enerzijds een draagconstructie van gewapend beton en staal geheel te omkleden met licht geconstrueerde wanden van glas, kunststof en lichte metalen, anderzijds achter vrijwel geheel gesloten gevels het gebouw van kunstlicht te voorzien. Marolois bedeelde de architectuur een belangrijke rol toe in zijn Opera Mathematica (1617). Hetzelfde was het geval in hetVolkoomen Wiskundig Woordenboek van Stammetz-Labordus uit 1740. Van Campen werd in zijn tijd als mathematicus aangeduid, hetgeen in het licht van het voorgaande eerder als architectonisch ontwerper moet worden gezien. Hij moest zijn ontwerpen laten uitwerken door bouwkundig beter onderlegde mannen als Pieter Post en Jacob Vennecool.Na de constructie is de versiering een belangrijk element van architectuur. Door de tijden heen heeft men utiliteitsgebouwen als molens, pakhuizen, magazijnen, schuren en stallen, dienstgebouwen en militaire werken met grote soberheid behandeld, in XIX talrijke nieuwe fabrieken e.d. zelfs zeer armelijk. In XX treedt hierin verandering op. Het landseigene van de architectuur is echter voor een deel verloren gegaan ten gevolge van de toepassing op grote schaal van bouwmaterialen die overal, onafhankelijk van klimaat en bodem, gebruikt kunnen worden. (Haslinghuis) voortdurend in beweging is geweest en is veranderd.

G.B. Piranesi,Carceri dinvenzione 1 (1769), drukinkt op papier 75,5 x 58,6 cm
G.B. Piranesi,Carceri dinvenzione 1 (1769), drukinkt op papier 75,5 x 58,6 cm
G.B. Piranesi
G.B. Piranesi
Roland Holst, glas in lood
Roland Holst, glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. in loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register)
Roland Holst, glas in lood
Roland Holst, glasGlas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is. in loodTe gebruiken voor het zuivere metaalelement met het symbool Pb en het atoomnummer 82; het metaal is zacht, kneedbaar en vaalgrijs van kleur. Ook te gebruiken voor het metaal wanneer het wordt bewerkt en gevormd om, meestal in combinatie met andere stoffen, verscheidene voorwerpen en materialen te maken. (Archeological Base Register)
J.H.L. de Haas, Duinlandschap (1899), olieverf op papier, 31 x 47 cm
J.H.L. de Haas, Duinlandschap (1899), olieverf op papier, 31 x 47 cm
J.H.L. de Haas, Zandverstuiving (1899), olieverf op karton, 31 x 43 cm
J.H.L. de Haas, Zandverstuiving (1899), olieverf op karton, 31 x 43 cm
J.H.L. de Haas, Studie van een ezel (1899), olieverf op papier, 31 x 47 cm
J.H.L. de Haas, Studie van een ezel (1899), olieverf op papier, 31 x 47 cm

Lodewijk Napoleon

De fundamenten van de Prix de Rome in Nederland werden bijna 350 jaar geleden gelegd in Frankrijk. De Prix de Rome werd in 1666 in Frankrijk ingesteld door Lodewijk XIV en in 1808 in Nederland ingevoerd door Lodewijk Napoleon. Met de oprichting van de Rijksakademie in 1870 is de Prix de Rome aan dit instituut verbonden. Sinds die tijd is het organiseren van de Prix de Rome een van de kerntaken van de Rijksakademie geweest. Dit naast de internationale research residency en het beheer van de historische collecties die teruggaan tot in de 17e eeuw. Het uitgangspunt en doelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar­ voor een gerichte inspanning geleverd moet worden. van de Prix de Rome is altijd hetzelfde gebleven: het stimuleren van talent en het signaleren van trends in kunst en architectuurBouwkunst, kunst van het scheppen van (zie) ruimtevormen en het omvatten en overdekken hiervan, kortom de gehele ontwikkeling en vormgeving van de inwendige ruimten en de omhulling ervan. M.n. geldt dit de plattegronden, de wanden met hun geleding en verdeling van open en gesloten delen, zolderingen, gewelven, plafonds, kappen en daken en de verwezenlijking van deze conceptie naar de eisen van constructies en materialen. In de verschillende architectuurperioden en in diverse regio’s verschilt het ruimtegevoel soms zeer sterk. In het romaanse tijdperk wordt de ruimte overheerst door gebruik van dikke dragende muren en weinig ontwikkelde overwelvingen en overkappingen. De gotiek toont een omhoogstrevende ruimte, opgebouwd uit steunpunten waartussen lichte wanden en glas, overdekt met ranke gewelven. De barok toont een vaak illusionistische ruimte-ontwikkeling, die soms de aanwezigheid van wanden en plafonds probeert te loochenen. In XX hebben nieuwe materialen en technieken het mogelijk gemaakt enerzijds een draagconstructie van gewapend beton en staal geheel te omkleden met licht geconstrueerde wanden van glas, kunststof en lichte metalen, anderzijds achter vrijwel geheel gesloten gevels het gebouw van kunstlicht te voorzien. Marolois bedeelde de architectuur een belangrijke rol toe in zijn Opera Mathematica (1617). Hetzelfde was het geval in hetVolkoomen Wiskundig Woordenboek van Stammetz-Labordus uit 1740. Van Campen werd in zijn tijd als mathematicus aangeduid, hetgeen in het licht van het voorgaande eerder als architectonisch ontwerper moet worden gezien. Hij moest zijn ontwerpen laten uitwerken door bouwkundig beter onderlegde mannen als Pieter Post en Jacob Vennecool.Na de constructie is de versiering een belangrijk element van architectuur. Door de tijden heen heeft men utiliteitsgebouwen als molens, pakhuizen, magazijnen, schuren en stallen, dienstgebouwen en militaire werken met grote soberheid behandeld, in XIX talrijke nieuwe fabrieken e.d. zelfs zeer armelijk. In XX treedt hierin verandering op. Het landseigene van de architectuur is echter voor een deel verloren gegaan ten gevolge van de toepassing op grote schaal van bouwmaterialen die overal, onafhankelijk van klimaat en bodem, gebruikt kunnen worden. (Haslinghuis). De prijswinnaars werkten volgens klassieke regels en opdrachten die gebruikelijk waren bij eindexamens van de Rijksakademie. De thematiek is meestal bijbels of gebaseerd op verhalen uit de oudheid.

Winnaars

Onder de winnaars van de Prix de Rome bevinden zich een aantal vermaarde kunstenaars: Pier Pander (winnaar 1885), Jan Sluijters (1904), Antonius Lüske (1925), Pieter Defesche (1949), Erik Andriesse (1988), Viviane Sassen (2007), en architectenEen architect is iemand die opgeleiden geaccrediteerd is voor het ontwerpen van gebouwen en voor het leiden van bouwprojecten. als Cornelis van Eesteren (1921), Arthur Staal (1935), Wim Quist (1958), Piet Blom (1962), Koen van Velsen (1986) en Ronald Rietveld (2006).

655 werken

Van de 655 werken uit deze deelcollectie zijn er 221 in depot. 128 hiervan zijn werken op papier, waaronder studieschetsen. Het schetsboek (R9487) van Leo Gestel is overgedragen aan het Rijksmuseum Amsterdam. Drie werken van Jan Sluijters (R812, R459 en R785) en een mannelijk naakt van Piet Mondriaan (R472) zijn in bruikleen bij het Mondriaanhuis in Amersfoort. Ook het Drents Museum in Assen heeft bruiklenen uit deze deelcollectie.

Over deze deelcollectie

Depotschatten

Werken op papier van Piranesi, de glas-in-loodGlas-in-lood bestaat uit een hoeveelheid stukjes (gekleurd) glas gevat in loodstrippen met een H-vormige doorsnede die samengevoegd een glaspaneel vormen. Komt ook voor als glas-in-zink. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) ramen van Roland Holst en de studies van Johannes de Haas (1832-1908).

Herkomst

In 1981 droeg de Rijksakademie van Beeldende Kunsten het beheer van de werken over aan de Dienst Verspreide Rijkscollecties (DVR).

Relatie met andere collecties

De Rijksdienst heeft de grootste collectie werk (schilderijen en studieschetsen) van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Nederland in beheer. Het andere deel is in beheer bij de Rijksakademie zelf.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 25 jan 2021 om 13:24.