Eigenschap:Omschrijving

Kennismodel
:
Type eigenschap
:
Tekst
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Nee
Toelichting op formulier
:
Bevat de tekst van het kennisitem
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:

Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:


50 pagina’s gebruiken deze eigenschap.
'
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517226 Rijksmonument 517226].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517227 Rijksmonument 517227].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517225 Rijksmonument 517225].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517229 Rijksmonument 517229].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517228 Rijksmonument 517228].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/517186]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517187 Rijksmonument 517187].</div>  +
==Reden van afvoeren== In het besluit d.d. 10 juni 2022, zaaknummer 1273131 is te lezen dat de boerderij is afgevoerd omdat: <q>Ik heb vastgesteld dat het rijksmonument als zodanig is tenietgegaan. De monumentale waarden zijn door sloop niet meer aanwezig. Op 4 juni 2018 is door de gemeente Dongen vergunning verleend voor sloop van de bouwvallige boerderij. De daadwerkelijke sloop heeft nog enkele jaren op zich laten wachten. In februari 2022 is de boerderij gesloopt.</q> ===Registeromschrijving=== De registeromschrijving luidde: ====Inleiding==== Voormalige BOERDERIJ uit het midden van de 19de eeuw, opgetrokken in Ambachtelijk-Traditionele stijl, nu woonhuis. De boerderij ligt in de kern van 's-Gravenmoer op een rechthoekig perceel gescheiden door de 's-Gravenmoerse Vaart, een oude turfvaart. Het perceel is door een vaste brug verbonden met de lintbebouwde weg. ====Omschrijving==== De eenlaagse boerderij met zolderverdieping heeft een rechthoekige plattegrond en een rieten zadeldak met aan de achterkant een wolfeind. De nok ligt loodrecht op de weg. Het woongedeelte bevindt zich in het westelijke en het bedrijfsgedeelte in het oostelijke deel van de boerderij. De topgevel aan de weg heeft een kleine getrapte bekroning voorzien van een gemetselde makelaar. Op de begane grond heeft de gevel twee en op de verdieping een schuifvenster. Ze hebben een zesruits-roedenverdeling met een verbrede middenstijl. In de rechterzijgevel bevindt zich de voordeur met een bovenlicht waarin een vijftienruits-roedenverdeling. Aan de voorkant in de linkerzijgevel een half schuifvenster met luik. Het opgaand werk bestaat uit grijsvertinde gele handgevormde baksteen gemetseld in kruisverband voor het woongedeelte en een houtskelet bekleed met gepotdekselde delen voor het bedrijfsgedeelte van de boerderij. De indeling van de boerderij is grotendeels ongewijzigd. Zij bevat een kelder met opkamer, een grote schouw in de herd en in de woonkamer tussen bedsteden een houten gesneden schoorsteenmantel. Het bedrijfsgedeelte is driebeukig. Het heeft drie gebinten. ====Waardering==== De boerderij is van algemeen belang. Het gebouwtje heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische ontwikkeling van de landbouw in de Langstraat en als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de keuterboerderij. Het is als gaaf voorbeeld van een kleine kortgevelboerderij uiterst zeldzaam geworden.  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/517232 Rijksmonument 517232].</div>  +
==Besluit== Omschrijving van het besluit, toelichting en overige gegevens. Gemeente Hilversum ongenoemd in documenten.  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/complexen/520837 Rijksmonumentencomplex 520837].</div> ==Geschiedenis== Tijdens de ontginning van ’s-Graveland vielen Benedictus Schaek twee kavels toe. Op een van deze twee kavels bouwde hij zijn buitenplaats Boekesteijn. De andere kavel verkocht hij aan Adriaan Dircksz. Sperwer. Aan hem ontleent de buitenplaats haar naam: Sperwershof. Het betreft een rechthoekige kavel dat aan alle zijden wordt begrensd door kavelsloten. Op buitenplaats Sperwershof staat geen rijksmonumentaal hoofdhuis meer. Dit oude hoofdhuis werd afgebroken rond 1885. Over deze periode is helaas weinig bekend. Uit de zeventiende eeuw dateert nog wel de moestuin in de zuidwestelijke hoek van de buitenplaats. Deze moestuin wordt aan drie zijden omgeven door smalle sloten. Aan de noordzijde van de moestuin staat een rood bakstenen achttiende-eeuwse tuinmuur met dam. De moestuin is anno 2026 nog altijd in gebruik als tuinderij met een theetuin, een bloembinderij en een natuurvoedingswinkel. In 1702 kwam Sperwershof in handen van de heer van Ankeveen, de Amsterdammer Adrianus Godefridus de Wael. Later in de achttiende eeuw was Jan Bernd Bicker (1733-1774, niet de politicus) de eigenaar van de buitenplaats. Hij verbleef hier ’s zomers met zijn vrouw Catharina Boreel. Aan het begin van de negentiende eeuw kocht jonkheer Pieter Samuël Dedel (1766-1851) Sperwershof. Na zijn overlijden kwam de buitenplaats via vererving toe aan de familie Roëll. Het oude hoofdhuis werd omstreeks 1885 afgebroken en vervangen door een nieuwe villa met bijbehorend koetshuis. Ook deze negentiende-eeuwse villa werd na 1946 afgebroken. Op Sperwershof staan nog enkele bijgebouwen uit deze negentiende-eeuwse periode: een voormalige koetsierswoning met houten schuur, een tuinmanswoning en een dienstwoning. Deze bijgebouwen liggen allen aan de zuidzijde van de buitenplaats en vormen een ensemble in een eenvoudige ambachtelijk-traditionele bouwstijl. De gevels zijn opgetrokken uit rode bakstenen en alle bijgebouwen hebben één bouwlaag. Uit dezelfde periode dateren nog enkele andere onderdelen van de buitenplaats. Langs de noordelijke kavelsloot ligt een kademuur uit 1880. In de hardstenen hoekblokken is aan de slootzijde dit jaartal aangebracht. Via twee gemetselde trappen in deze kademuur werd tot circa 1918 twee keer per jaar een groot deel van de huisraad van en naar Amsterdam gebracht. De kademuur is hiermee een voorbeeld van het praktisch gebruik van de buitenplaatsen en de verbintenis tussen Amsterdam en de buitenplaatsen in ‘s-Graveland. Aan het Noordereinde bevindt zich een toegangshek uit de tweede helft van de negentiende eeuw over de westelijke kavelsloot. Dit ijzeren toegangshek staat op een rode bakstenen dam uit de achttiende eeuw. Deze dam gaf in de achttiende eeuw de toegang tot Sperwershof vanaf het Noordereinde. De rechte beukenlaan herinnert nog aan de oorspronkelijke oprijlaan van het achttiende-eeuwse huis. Aan de zuidwestzijde van Sperwershof staat eveneens een toegangshek uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Dit hek geeft toegang tot de moestuin vanaf het Ankeveensepad. Ook dit toegangshek staat op een achttiende-eeuwse dam. Het ijzeren spijlenhek bestaat uit een draaivleugel tussen twee vaste zijvleugels die zijn verankerd in natuurstenen blokken. Het hek is afgewerkt met ornamenten van Franse lelies. In 1888 gaf baron Roëll opdracht aan tuinarchitect Hendrik Copijn (1843-1923) om een tuinaanleg in Engelse landschapsstijl te ontwerpen. Deze aanleg is grotendeels bewaard gebleven. Copijn ontwierp een stelsel van slingerende paden, besloten beplantingen en vergezichten over open gazons met boomgroepen bestaande uit coniferen, beuken, eiken, esdoorns, kastanjes, acacia’s en rododendrons. Tussen 1946 en 1947 liet de familie Roëll het hoofdhuis uit 1885 afbreken en werden op de vrijgekomen plek twee nieuwe villa’s gebouwd. Deze naoorlogse huizen hebben geen monumentale status, maar hebben door hun situering wel een belangrijke positie binnen de aanleg van de buitenplaats behouden. Deze naoorlogse aanpassingen geven Sperwershof haar huidige aangezicht. Hierdoor is de park- en tuinaanleg van de buitenplaats van west naar oost te onderscheiden in drie compartimenten. Deze compartimenten worden letterlijk van elkaar gescheiden door noord-zuid liggende kavelsloten. 1: aan de westzijde de deels ommuurde moestuin, omgeven door smalle sloten; 2. In het midden de parkaanleg van Copijn uit 1888, gesitueerd rond de twee naoorlogse villa’s; 3. Aan de oostzijde een terrein met volkstuinen. Als een van de weinige buitenplaatsen in ’s-Graveland is Sperwershof anno 2026 nog steeds in particulier bezit. Hiermee is de oorspronkelijke functie van deze buitenplaats nog altijd behouden.  
==Geschiedenis== Tijdens de ontginning van ’s-Graveland verwierf de Amsterdamse bierbrouwerszoon Abel Mathijsz. Burgh (1579-1646) perceel 4, 5 en de helft van 3. Waarschijnlijk bestond de eerste aanleg uit een boerderij met herenkamer of ‘zomerhuis’ met stallen, schuren en een hooiberg. In 1646 stierft Burgh kinderloos en werd zijn bezit verdeeld onder zijn nichten en neven. Gerard Schaep erfde één vijfde deel en bracht vervolgens door uitkoop de gehele buitenplaats in zijn bezit. Ook breidde hij de buitenplaats uit door grondaankopen aan de oostzijde op Ankeveens grondgebied. Vermoedelijk kreeg de buitenplaats in deze periode de naam Schaepenburgh. Via huwelijk en vererving kwam Schaepenburgh na 1725 in bezit van Jan Bernd Bicker (1695-1750) en zijn vrouw Johanna Sara Pels. Onder het echtpaar Bicker-Pels kende Schaepenburgh een bloeiperiode en functioneerde het als representatieve buitenplaats voor het ontvangen van voorname gasten. Het echtpaar liet het hoofdhuis moderniseren en uitbreiden met een zeshoekige tuinkamer aan de achterzijde. Ten weerszijde van het voorplein werden gespiegeld een oranjerie en koetshuis gebouwd. Daarnaast lieten zij de formele tuinaanleg aanzienlijk uitbreiden met het cirkelvormig gazon op het voorplein en de zogeheten Brede Laan (1750). Ook lieten zij kassen, een vinkenbaan, bossen, een menagerie, een boerderij met wei- en hooilanden en een slangenmuur aanleggen. Deze slangenmuur (circa 1735) staat bij de moestuin ten noorden van het hoofdhuis. Het is de hoogste nog bestaande slangenmuur van Nederland. Tegen de achterste slangenmuur werd in de negentiende eeuw een muurkas gebouwd. Na het overlijden van Johanna Sara Pels werd Schaepenburgh vererfd en wisselde het vervolgens meermaals van eigenaar. In 1818 werd Schaepenburgh geveild en verkregen Jhr. Willem van Loon en zijn echtgenote jkvr. Anna Louise Agatha van Winter (1793-1877) de buitenplaats. Het echtpaar gaf architect-aannemer Johannes van Straaten (1781-1858) de opdracht om het hoofdhuis grondig te verbouwen en te vergroten. Het huidige hoofdhuis is het resultaat van deze verbouwing en vergroting. Het hoofdhuis is rechthoekig van vorm, heeft twee bouwlagen, een kelder en een met pannen gedekt schilddak met hoekschoorstenen. De voorgevel is gepleisterd en is zeven traveeën breed. In de middenrisaliet bevindt zich een portico met Ionische zuilen. Hierboven bevindt zich een balkon. De vensters zijn uitgevoerd in Empirestijl met persiennes. Van het negentiende-eeuwse interieur zijn weinig elementen bewaard gebleven. Tegelijkertijd met het hoofdhuis werden het koetshuis en de oranjerie verbouwd. Zij vormen op het voorplein een architectonische eenheid met het hoofdhuis. Het koetshuis is nagenoeg vierkant, heeft één bouwlaag en heeft een met pannen gedekt schilddak. De gevels zijn afgewerkt met sierbepleistering in de vorm van natuursteenblokken met rusticawerk. Ook van het interieur van het koetshuis zijn weinig interieuronderdelen bewaard gebleven. Alleen een wand met zadel- en tuigkast, een deur en een kleinere wandkast herinneren aan de oorspronkelijke functie van het koetshuis. De vorm en afwerking van de oranjerie zijn vrijwel gelijk aan die van het koetshuis. Ook van het interieur van de oranjerie zijn weinig tot geen historische interieurelementen bewaard gebleven. J.D. Zocher Jr. maakte voor het echtpaar Van Loon-Van Winter rond 1818 een ontwerp voor de inrichting van een landschappelijke parkaanleg. Hierbij behield Zocher enkele formele achttiende-eeuwse elementen waaronder de ‘Brede Laan’, de cirkelvormige aanleg op het voorplein en de slangenmuur. Hij creëerde een aanleg met een vijver met slingerend water, slingerpaden, groene velden, boomgroepen en zichtlijnen vanuit het hoofdhuis. Een van deze zichtlijnen is gericht op het neoclassicistische tuinhuis annex biljartkamer, genaamd het Capitool (omstreeks 1820). Het Capitool heeft een klassiek tempelfront met Ionische gekoppelde houten zuilen voor een driezijdige uitbouw. Na een brand in 2002 is het tuinhuis volledig afgebrand en weer opgebouwd. Overige elementen die werden aangelegd in de parkaanleg zijn de ijskelder, de rondboogbrug met ijzeren toegangshek, twee houten bruggen over het slingerwater en een houten schuur (circa 1850). De ijskelder is in de aanleg te herkennen als een begroeide heuvel. Anna Louise Agatha van Winter bleef op Schaepenburgh wonen tot haar overlijden in 1877. Daarna werd de buitenplaats verkocht aan mr. Cornelis Dedel, ook eigenaar van Boekesteijn. Hij behoedde de buitenplaats voor sloop. Na de Tweede Wereldoorlog verkocht de kleinzoon van Dedel de buitenplaats aan de N.V. Van Reekum Papier-Gepacy. Hiermee kwam een einde aan de particuliere bewoning op Schaepenburgh. Het bedrijf gebruikte de buitenplaats als conferentieoord en ontvangstgebouw. In 1971 verwierf Natuurmonumenten Schaepenburgh. De buitenplaats fungeerde van 1976 tot 2020 als het hoofdkantoor van de organisatie. Vanaf 2020 wordt Schaepenburgh verhuurd aan externe gebruikers.  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/520837]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/526146 Rijksmonument 526146].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/520837]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/520838 Rijksmonument 520838].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/520837]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/520839 Rijksmonument 520839].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523816 Rijksmonument 523816].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/520831]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/520833 Rijksmonument 520833].</div> In het laatste kwart van de achttiende eeuw werd begonnen met een parkaanleg in Engelse landschapstijl, waarin open plekken met weide- en bouwgrond werden afgewisseld. In de loop van de negentiende eeuw werd de landschappelijke aanleg met kronkelige vijverpartijen en slingerpaden verder naar het oosten toe uitgebreid. In de parkaanleg werden in deze periode aan de westzijde van het Noordereinde het koetshuis en de tuinmanswoning in eclectische stijl gebouwd. Rond 1900 werd er nog een blok van vijf dienstwoningen bijgebouwd.  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/526504]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/526513 Rijksmonument 526513].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/521980]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/521980]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/521980]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/521477]]. </div> ==Kennis== De historische parkaanleg van Gooilust is historisch gelaagd en bevat de volgende elementen: * brug met smeedijzeren toegangshek (omstreeks 1780, monumentnummer 521480) * een ensemble met moestuinbebouwing: schuur, tuinmuur, oranjerie en koude bak (negentiende eeuw, monumentnummer 521481) * een prieel (omstreeks 1900, monumentnummer 521482) * een ensemble van dierverblijven (1895-1909, monumentnummer 521483) Daarnaast bevinden zich de volgende bijgebouwen in de parkaanleg: * een boswachterswoning (omstreeks 1890, monumentnummer 521484) * een portierswoning (omstreeks 1850, monumentnummer 521485) * een boerderij genaamd Bouwzicht (eind negentiende eeuw, monumentnummer 521486) Van de oorspronkelijke kavels die verloot werden tijdens de ontginning van ’s-Graveland beslaat Gooilust kavel 21, 22 en 23. Verder lezen over de historische ontwikkeling van deze complex historische buitenplaats kan op [[Complexen/521477|de kennispagina over Gooilust]]. In 1778 verwierf Gerrit Corver Hooft (1744-1807), bewindhebber van de West-Indische Compagnie, de buitenplaats. Vervolgens bleef het bezit bijna 120 jaar in de familie. Gerrit Corver Hooft deed enkele ingrijpende aanpassingen aan de parkaanleg. Zo kocht hij in 1786 het zuidelijk gelegen kavel 23 Bousigt; hierdoor werd de geometrische compositie van de eerste parkaanleg verstoord. Om de parken met elkaar te verbinden, werd een aanleg met slingerpaden gerealiseerd en rondom het nieuwgebouwde hoofdhuis (1778-1786) en werd er een geometrische tuin aangelegd. Van deze tuin zijn heden geen onderdelen meer aanwezig. In 1780 liet Corver Hooft bij dit geheel aan de westzijde van het park een gemetselde boogbrug plaatsen met smeedijzeren toegangshek. Het hekwerk, uitgevoerd in Lodewijk XIV-stijl, draagt in de bovenrand de naam GOOI-LUST. In de jaren twintig van de negentiende eeuw werd landschapsarchitect Jan David Zocher jr. (1791-1870) gevraagd om het park te moderniseren. Hij legde slingerpaden, waterpartijen en heuvels aan. Hierbij behield hij een aantal elementen uit de laat achttiende eeuw, zoals enkele lanen en het sterrenbos. Rond 1850 liet het laatste telg uit de familie Hooft, Margaretha Corver Hooft (1818-1895), waarschijnlijk een eenvoudige stenen portierswoning in het uiterste oosten van Gooilust bouwen. Rond 1890 werd ten zuidwesten van het hoofdhuis het boswachtershuis gebouwd in een landelijke bouwstijl. In de late negentiende eeuw werd eveneens boerderij Bouwzicht gebouwd op de fundamenten van een ouderere achttiende-eeuwse boerderij. ===Periode Blaauw-Six (1895-1936)=== Bij haar overlijden in 1895 liet Margaretha Corver Hooft Gooilust na aan haar verre nicht Louise Digna Catherina Blaauw-Six (1862-1934). Louise was getrouwd met Frans Ernst Blaauw (1860-1936). Samen woonden zij op het naastgelegen Westerveld. Frans had een grote passie voor het verzamelen en fokken van exotische dieren en had hiermee een internationale reputatie. Gooilust bood meer ruimte voor deze verzameling. Nog hetzelfde jaar verhuisde het echtpaar naar Gooilust. Frans legde op Gooilust een wereldvermaarde menagerie aan en breidde zijn collectie uit met exotische planten en gewassen, waardoor een arboretum ontstond. Uiteindelijk zou het in totaal om meer dan 400 dieren gaan en meer dan 100 soorten. Zijn menagerie en arboretum moesten een belangrijke plaats krijgen in het ontwerp van het park. Hiervoor liet hij diverse gebouwen en aanpassingen in het park uitvoeren. Vanuit het hoofdhuis creëerde Frans een ontwerp waarin hij uitzicht had op de trots van zijn verzameling: de witstaartgnoes. Door middel van een ‘aha’ werd het terras met bloemperken voor het huis visueel verbonden met de daarachter liggende gnoeweide. De weide loopt bij het terras af als talud, aan de terraszijde bestaat de kant uit een stenen muur. De greppel met de steile kant is onoverbrugbaar voor de dieren in de weide. Vanuit het huis is de greppel niet zichtbaar; hierdoor lijkt het terras in de weide over te lopen en lijken de dieren vrij rond te lopen. De dierverblijven, gebouwd tussen 1895 en 1909, bevinden zich in de noordoosthoek van de gnoeweide. De verblijven bestaan uit een grote houten stal met daarnaast kleinere stallen, plus nog twee identieke stallen in de buurt. Ten zuidoosten van het hoofdhuis liet Frans rond 1900 een eenvoudig rustiek prieel bouwen, open aan één zijde met uitzicht op de grote dierweide. Het park werd verder verrijkt met een bizonkamp en een rododendronvallei. Frans richtte de oude moestuin, ten zuiden van het hoofdhuis, in als arboretum. De tuinmuur rondom de moestuin bestaat uit twee muren langs de noord- en westzijde; samen vormen zij een haakse hoek. De noordmuur dateert uit 1823. De westmuur dateert uit de periode Blaauw-Six. In de hoek van de tuinmuren bevindt zich de bijbehorende bebouwing van de moestuin: een eenvoudige stenen werkschuur (eerste decennia negentiende eeuw) en de voormalige oranjerie (gebouwd na 1828). Frans Blaauw liet tegen de zijgevels van de oranjerie een halfcirkelvormige met koepel bedekte aanbouw plaatsen. Waarschijnlijk waren dit de voormalige volières voor de vogelverzameling van Frans. Voor de oranjerie ligt een vrij grote koude bak uit de negentiende eeuw. In 1934 werd Gooilust eigendom van Natuurmonumenten. Hoe deze afwikkeling verliep, is te lezen op [[Complexen/521477|de kennispagina van Gooilust]].  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/521477]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/521485 Rijksmonument 521485].</div>  +
== Geschiedenis == Gooilust behoort, samen met [[Complexen/526504|Schaepenburgh]], [[Complexen/520831|Boekesteijn]], [[Complexen/521980|Spanderswoud]] en [[Complexen/523475|Hilverbeek]], tot de grootste buitenplaatsen van ’s-Graveland. Van de oorspronkelijke kavels die in 1634 verloot werden tijdens de ontginning van ’s-Graveland, bestaat de buitenplaats uit kavel 21, 22 en 23. De eerste eigenaar kocht kavel 21 en 22. Kavel 21 werd agrarisch geëxploiteerd en op kavel 22 stond de hofstede Rondombedrogen, een veelzeggende naam die zou kunnen duiden op onvrede over de verloting. In 1741 verwierf Daniël Deutz (1681-1742) de kavels en gaf de buitenplaats haar huidige naam. In 1778 kwam Gooilust in eigendom van Gerrit Corver Hooft (1744-1807), bewindhebber van de West-Indische Compagnie. De buitenplaats zou bijna 120 jaar in de familie blijven. Tussen 1778 en 1786 werd het huidige rechthoekige hoofdhuis in Lodewijk XIV-stijl gebouwd op de grens van kavel 21 en 22. De oorspronkelijke hofstede werd vermoedelijk afgebroken. Het hoofdhuis bestaat uit een kelder, twee bouwlagen en een met pannen gedekt schilddak met een schoorsteen op elk van de vier hoeken. Op de begane grond is de oorspronkelijke indeling van het huis grotendeels bewaard gebleven, evenals een aantal achttiende-eeuwse Lodewijk XVI-stijl interieuronderdelen. Zo bevindt zich in de hal de originele wandafwerking van marmer en stuc en de marmeren vloer. Ook zijn de trappen met leuning nog intact. In de grote zaal zijn de haardpartij en het originele stucplafond nog aanwezig. In 1786 verwierf Gerrit Corver Hooft het zuidelijk gelegen kavel 23 Bousigt. De bouw van het nieuwe hoofdhuis en de aankoop van kavel 23 waren van grote invloed op de parkaanleg van Gooilust. De historische park- en tuinaanleg kent een grote historische gelaagdheid. De toevoegingen van Hooft en de latere ontwikkeling van de parkaanleg zijn beschreven in [[Monumenten/521479|een aparte kennispagina over de historische tuin- en parkaanleg]]. ===Periode Blaauw-Six (1895-1936)=== In 1895 liet Margaretha Corver Hooft (1818-1895), als laatste van haar familielijn, Gooilust na aan haar verre nicht Louise Digna Catherina Blaauw-Six (1862-1934). Louise was getrouwd met Frans Ernst Blaauw (1860-1936), samen woonden zij op het naastgelegen Westerveld. Frans had een grote passie voor het verzamelen en fokken van exotische dieren. Gooilust bood meer ruimte voor deze verzameling. Nog hetzelfde jaar verhuisde Louise en Frans naar Gooilust. Ze lieten de buitenplaats restaureren, verbouwen en moderniseren. Het is niet duidelijk waar deze werkzaamheden precies uit bestonden. Frans legde op Gooilust een wereldvermaarde menagerie aan en breidde zijn collectie uit met exotische planten en gewassen, waardoor een arboretum ontstond. Voor deze verzamelingen werden op Gooilust diverse nieuwe gebouwen en structuren in het park gerealiseerd. Welke aanpassingen Frans Blaauw deed aan de parkaanleg van Gooilust is te lezen op [[Monumenten/521479|de kennispagina over de historische parkaanleg]]. In 1934 werd Gooilust eigendom van Natuurmonumenten. De reden waarom Gooilust eigendom werd van Natuurmonumenten maakt duidelijk dat de relatie tussen Frans en Louise slecht was. Frans had voornamelijk aandacht voor zijn verzamelingen en het ontvangen van vooraanstaande gasten. Hij beschouwde Gooilust als een persoonlijk prestigeproject, terwijl de buitenplaats het eigendom van Louise was. Frans maakte hoge kosten en het echtpaar had veel onenigheid over het beheer van de buitenplaats. Dit escaleerde in 1910: Frans liet Louise tegen haar wil opnemen in een inrichting wegens vermeende krankzinnigheid. Hij hoopte dat Louise krankzinnig verklaard werd, zodat hij de vrije hand kreeg op Gooilust. Dit gebeurde echter niet en in 1911 werd Louise door familie opgehaald uit de inrichting. Het echtpaar leefde daarna gescheiden, maar Frans weigerde juridische scheiding omdat hij Gooilust dan zou moeten verlaten. Louise zocht ondertussen naar een andere uitweg. Zij wilde Gooilust nalaten aan Natuurmonumenten op voorwaarde dat [[Complexen/523475|Hilverbeek]] – de buitenplaats die haar broer wilde verkopen – door Natuurmonumenten werd aangekocht. Zo kon Gooilust weer in oorspronkelijke staat hersteld worden, zonder de verzamelingen van Frans. Na het overlijden van Louise in 1934 volgde een juridische strijd tussen Frans en Natuurmonumenten. Frans stelde dat Louise ontoerekeningsvatbaar was. Na het overlijden van Frans in 1936 oordeelde de rechter dat het testament van Louise rechtsgeldig was. In overeenstemming met het testament van Louise verwijderde Natuurmonumenten een groot deel van de toevoegingen van Frans Blaauw. Hierdoor is uit deze periode op Gooilust voornamelijk de beplanting bewaard gebleven en enkele delen van de bebouwing (‘aha’, prieel en enkele dierverblijven).  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/524071 Rijksmonument 524071].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/524073 Rijksmonument 524073].</div> Stofbergen werd in 1636 gesticht door de eerste eigenaar van Hilverbeek, Anthony Oetgens van Waveren (1585-1658), burgemeester van Amsterdam. De boerderij bevindt zich in de noordoosthoek van Hilverbeek. Stofbergen is omgeven door een rechthoekige boomsingel. De boerderij betreft een T-huistype en ligt iets verhoogd. In de dakkapel is het jaartal 1636 geschilderd. De oudste onderdelen van de boerderij dateren uit de zeventiende eeuw, echter heeft de boerderij rond 1860 zijn huidige vorm gekregen. Het voorhuis heeft één bouwlaag, een kelder en een met pannen gedekt schilddak, aan de rechterzijde voorzien van een schoorsteen en een dakkapel. De voorgevel heeft drie schuifvensters met roedeverdeling en luiken. De toegangsdeur heeft een bovenlicht en bevindt zich in de rechterzijgevel. Het stalgedeelte van de boerderij heeft hoge zijmuren en een met pannen gedekt zadeldak. Links achter de boerderij staan twee kapbergen, beide dateren vermoedelijk uit de vroeg twintigste eeuw. Achter de boerderij staat een grote stal uit circa 1900. De stal is gebouwd in traditioneel ambachtelijke stijl met een pannen gedekt zadeldak tussen topgevels. Rechts naast de boerderij staat een klein stenen schuurtje in traditionele stijl met één bouwlaag, vermoedelijk rond 1800 gebouwd. Ten zuiden van de boerderij ligt een groot weiland, waarin twee monumentale eiken staan. Rechts voor de boerderij staat een ‘Seven Provincie boom’. Dit is een geknotte lindenboom met zeven stammen; deze boom wordt al in 1783 genoemd bij boerderij Stofbergen. Behorend bij de boerefbebouwing op Hilverbeek, staat aan de andere kant van de buitenplaats op de hoek van de Leeuwenlaan en het Noordereinde, een achttiende-eeuws boerderijtje in traditioneel ambachtelijke stijl.  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523707 Rijksmonument 523707].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/468004]]. </div>  +
==Geschiedenis== In tegenstelling tot de andere buitenplaatsen in ’s-Graveland is Jagtlust niet gesticht op de gronden van de ontginning van ’s-Graveland. De buitenplaats ligt namelijk net hiernaast op het zogeheten Trompenveld, dit lag in het gerecht Hilversum. De eerste vermelding van het terrein van Jagtlust dateert uit 1661. In dit jaar verwierf de Nederlandse admiraal en opperbevelhebber van de Nederlands-Deense vloot Cornelis Tromp (1629-1691) het terrein. Het Trompenveld was een smalle strook land ten oosten van de ’s-Gravelandse polder. Tromp liet dit terrein afgraven tot polderniveau en markeerde de oostrand met een houtwal en een sloot. Deze scheidingswal is nog gedeeltelijk herkenbaar in de aanleg. In de achttiende eeuw veranderde het terrein van Jagtlust meermaals van naam en eigenaar. Vermoedelijk deed de oude hofstede in deze periode dienst als herberg. In verschillende bronnen wordt de hofstede genoemd als ‘Romen’ en ‘De Laatste Stuyver’. In 1791 kocht Hendrik Otto Arntzenius het Trompenveld met daarop ‘De Laatste Stuyver’. Drie jaar later liet hij de oude hofstede afbreken en bouwde hij een vierkant hoofdhuis met zadeldak, bestaande uit een souterrain en een bel-etage. Aan de achterzijde stond een aangebouwde boerderij. Met deze bebouwing kreeg het terrein voor het eerst een functie als buitenplaats. Arntzenius gaf het de naam Jagtlust. Deze achttiende-eeuwse bebouwing vormt de kern van het huidige negentiende-eeuwse hoofdhuis. Arntzenius verwierf eveneens een groot rechthoekig weiland ten westen en ten oosten van de oostelijke scheidingswal; deze liet hij opnemen in de parkaanleg. Aan het noordelijke deel van de ’s-Gravelandse scheidingswal lag een scheidingssloot met scheepswerf. Ten behoeve van deze werf liet Arntzenius het noordelijke deel van zijn buitenplaats afgraven. Het boothuisje dat hij hier bouwde, herinnert hieraan. Verder liet hij een koetshuis met stallen, een tuinmanswoning, een vinkenhuis, kassen en schuren op het terrein van Jagtlust bouwen. Deze bebouwing bestaat niet meer. Zij zijn gesloopt of hebben negentiende-eeuwse aanpassingen ondergaan. In 1820 werd Jagtlust eigendom van Teunis Helmich Backer. Hij kocht in ditzelfde jaar ook de westelijk gelegen buitenplaats Heilust. Backer liet Heilust afbreken en trok de gronden aan bij de parkaanleg van Jagtlust. Deze parkaanleg had een eenvoudige landschapsstijl waarin hij de noordelijke scheidingsloot liet vergraven tot een gebogen waterpartij. Met de grond die hierbij vrijkwam, werd een heuvelpartij aan de noordzijde van het terrein van Heilust aangelegd. Tussen 1820 en 1829 werd op deze heuvel een achtzijdige neoclassicistische theekoepel gebouwd. Tussen het hoofdhuis en het koetshuis werd een stenen brug aangelegd over de scheidingssloot. Deze werd rond 1900 vervangen door de huidige houten brug. Vermoedelijk liet Backer ook de aanleg in landschapsstijl op het voormalige Trompenveld realiseren. Deze aanleg kenmerkt zich evenals de aanleg op de voormalige buitenplaats Heilust door een eenvoudige ingreep in de formele polderstructuur. Het terrein werd in landschapsstijl ingericht met een vertakte vijverpartij, een slingerbos en een lage heuvel, waarbij delen van het padensysteem over de oude scheidingswallen werden gelegd. Deze elementen zijn bewaard gebleven. Backer liet aan de zuidzijde van de aanleg een grote moestuin aanleggen, ommuurd met een houten schutting. Bijzonder is dat deze schutting nog bestaat. De combinatie van het materiaal en de ouderdom maakt deze schutting bijzonder in Nederland. In 1824 bouwde hij aan de westzijde een rode bakstenen druivenkas. De oostelijke druivenkas, de centrale druivenkas en de drie kweekbakken dateren vermoedelijk uit het einde van de negentiende eeuw (periode Six). ===Periode Six (1861-1922)=== In 1861 werd Jagtlust gekocht door numismaticus en oudheidkundige Jan Pieter Six (1824-1899). De buitenplaats bleef tot 1992 in bezit van de familie Six. Jan Pieter Six introduceerde zeldzame bomen en planten in de tuin en liet twee folly’s bouwen: een duiventoren in de vorm van een burchttoren met kantelen, en een met kiezelstenen bezette grot met zicht op de slingerende waterpartij vlak bij het hoofdhuis. Na zijn overlijden liet hij Jagtlust na aan zijn zoon Willem Six (1872-1936). Hij liet rond 1900 het hoofdhuis ingrijpend verbouwen en vergroten door het architectenbureau Schill en Haverkamp. Het hoofdhuis werd verbouwd tot een landhuis in eclectische bouwstijl. Hierbij werd het oorspronkelijke achttiende-eeuwse huis verhoogd met twee verdiepingen en werd aan de zuid- en oostzijde uitgebouwd. Het hoofdhuis is hierdoor deels gedekt onder zwarte kruispannen en deels onder een plat dak. De noordzijde, waarin zich de hoofdingang bevindt, toont gelijkenissen met een Amsterdams grachtenpand uit de tweede helft van de achttiende eeuw. In het interieur van Jagtlust werd in de hal eenvoudig stucwerk aangebracht in Lodewijk XIV-stijl, met een marmeren vloer en lambrisering. In de hal bevindt zich het ronde trappenhuis met een houten trap en balustervormige spijlen. In de eetkamer is nog de oorspronkelijke Rath en Doodeheefver-wandbespanning aanwezig. Deze papieren wandbespanning dateert uit omstreeks 1900 en heeft een rijk en kleurig patroon met bloemmotieven. Aan de weerzijden van de entree van de eetkamer bevinden zich twee ingebouwde buffetkasten uit circa 1900 in Lodewijk XVI-stijl. Aan de zuidzijde van deze ruimte staat een achttiende-eeuwse schoorsteenmantel met schelpmotief in Lodewijk XV-stijl centraal. De zuidoostelijke aanbouw is een grote inpandige oranjerie. De oranjerie roept architectonische associaties op met een Italiaanse renaissancevilla. De interieurafwerking van deze oranjerie betreft rijkelijk stucwerk in Lodewijk XIV-stijl. De wanden van de oranjerie zijn eveneens gestuct. Deze zijn door lisenen in velden verdeeld en worden afwisselend door mans- en vrouwenbustes bekroond. Op de lisenen zijn tien Jugendstil wandlampen bevestigd. De oranjerie op Jagtlust is de enige inpandige oranjerie in Nederland. Het oude koetshuis, aangrenzend aan de oranjerie, liet Willem Six verbouwen in Lodewijk XIV-stijl. Aan deze zuidzijde van dit koetshuis liet hij een paardenstal annex tuinmanswoning bouwen. De oude boerderij, die tegen de zuidzijde van het achttiende-eeuwse hoofdhuis was gebouwd, werd bij deze verbouwing ontmanteld en in de noordwesthoek van de moestuin weer opgebouwd. Waarschijnlijk liet Willem Six ook de smeedijzeren toegangshekken aan weerszijden van de oprit van de Leeuwenlaan plaatsen. Het resultaat van de verbouwing van Willem Six is een hoofdhuis met referenties aan de achttiende-eeuwse stijlen van het eerste hoofdhuis, de Italiaanse renaissance en Amsterdamse Grachtenpanden. Deze laatste twee zijn in overeenstemming met de culturele voorkeuren en achtergrond van de familie Six. Het park liet Willem Six uitbreiden met een grote wintertuin met daarin een koepel. Tussen 1900 en 1919 liet hij in de noordoosthoek van de parkaanleg een stapel zwerfkeien plaatsen. Deze hebben in het park een waarde als tuinornament. Dit ornament heeft de bijnaam ‘het Hunebed’. Voor de kinderen werd in 1910 door de timmerman het kinderhuis ‘Heilust’ gebouwd. Hiervoor werden speciaal kleine gesmoorde blauwer Hollandse dakpannen gemaakt. In 1992 verkocht de familie Six Jagtlust aan de familie Ebbinge-Kaiser. Zij lieten tussen 1994 en 1997 het hoofdhuis restaureren door architectenbureau Bob van Beek. Ook lieten zij de negentiende-eeuwse kassen, het koetshuis, de folly’s, het kinderhuisje en de duiventoren restaureren. In de moestuin werd de negentiende-eeuwse houten schutting hersteld en werden weer traditionele leifruitgewassen aangeplant. Piet Oudolf werd betrokken bij het herstel van de landschappelijke aanleg rondom het hoofdhuis. Oudolf legde eveneens een bloementuin aan op de plek van een tennisbaan. In 2006 werd Jagtlust aangekocht door Natuurmonumenten en werd er een wandelroute uitgezet.  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523476 Rijksmonument 523476].</div> Tussen 1725 en 1730 liet Mr. Hendrik Bicker (1670-1738) dit hoofdhuis (ver)bouwen in Lodewijk XIV-stijl. Het hoofdhuis is nagenoeg vierkant en telt twee bouwlagen en een souterrain. Het schilddak is met pannen gedekt en heeft op elke hoek een schoorsteen. De bakstenen gevels hebben geblokte hoeklisenen en worden afgesloten met een kroonlijst met gesneden balusters waartussen de vensters een mezzanino is aangebracht. De voorgevel is vijf traveeën breed met een middenrisaliet met daarboven een dakkapel met klauwstukken en een halfronde bekroning met snijwerk. De oorspronkelijke toegang bevond zich in de middenrisaliet; deze werd omstreeks 1860 gewijzigd tot de huidige brede glaspui met pilasters. Aan de noordzijde bevindt zich een uitgebouwde zaal met afgeronde hoeken. Hoewel het oorspronkelijke interieur deels is aangetast door latere aanpassingen, is de oorspronkelijke indeling nog goed herkenbaar. De hoofdas van het huis ligt op de begane grond in noord-zuidelijke richting en is op de verdieping een kwartslag gedraaid. Rondom de hal en de zaal liggen vier vertrekken symmetrisch gegroepeerd. Het oorspronkelijke trappenhuis bevindt zich in het oostelijke deel van het huis en bevat nog de eikenhouten trap met gesneden balusters. Van de interieurafwerking in Lodewijk XIV-stijl zijn met name op de begane grond in de linker voorkamer, de hal, de zaal, de rechter achterkamer en het trappenhuis veel onderdelen bewaard gebleven. In de linker voorkamer bevindt zich een stucplafond en houten schouw in een eenvoudige Lodewijk XIV-stijl. De hal heeft een marmeren vloer en de wanden en het plafond zijn afgewerkt met stucwerk. Ook het stucwerk in de zaal is uitgevoerd in een Lodewijk XIV-stijl; geheel in lijn met deze stijl heeft de zaal afgeronde hoeken. De rechter achterkamer heeft een eenvoudig Lodewijk XIV-plafond. In de kelder bevinden zich nog originele onderdelen van de kelderkeuken zoals: het balkenplafond, diverse kasten, een plavuizen vloer, grote okergele geglazuurde wandtegels en een pomp met een natuurstenen wasbak.  
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/524072 Rijksmonument 524072].</div>  +
=='"`UNIQ--h-0--QINU`"'Onderdeel van complex== <div class="attentie klein"> Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: [[Complexen/523475]]. </div> =='"`UNIQ--h-1--QINU`"'Kennis in monumentenregister== <div class="attentie klein"> Kennis over dit monument is momenteel (ook) nog terug te vinden in het monumentenregister: [https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/524070 Rijksmonument 524070].</div>  +
== Geschiedenis == In 1634 kocht Anthony Oetgens van Waveren (1585-1658), burgemeester van Amsterdam, tijdens de verloting van de ’s-Gravelandse ontginning de kavels 14, 15, 16, 17 en de helft van kavel 13. Tijdens de ontginning werd de huidige Leeuwenlaan aangelegd; deze sneed de kavels doormidden. Deze laan werd destijds ook wel de Oetgenslaan genoemd. Aan de zuidzijde liet Oetgens van Waveren een hofstede bouwen genaamd Spiegelrust, vernoemd naar zijn echtgenote Anna Spiegel (1582-1644). In 1636 werd op de kavels een boerderij gesticht, genaamd Stofbergen. Meer informatie over deze boerderij is te vinden op [[Monumenten/524073|de kennispagina over Stofbergen]]. In 1658 werd in de noordwesthoek van het perceel een stuk grond afgesplitst voor de bouw van de hervormde kerk van ’s-Graveland door architect Daniel Stalpaert (1615-1676, stadsbouwmeester van Amsterdam). Aan de noordzijde van het perceel liet Oetgens van Waveren in 1668 een hofstede bouwen genaamd ‘Hilverbeecq’. Mr. Hendrik Bicker (1670-1738) kocht in 1724 Hilverbeek en de gronden van boerderij Stofbergen. Tussen 1725 en 1730 liet Bicker het huidige hoofdhuis (ver)bouwen in Lodewijk XIV-stijl. Het hoofdhuis is nagenoeg vierkant en telt twee bouwlagen en een souterrain. Het schilddak is met pannen gedekt en heeft op elke hoek een schoorsteen. De bakstenen gevels hebben geblokte hoeklisenen en worden afgesloten met een kroonlijst met gesneden balusters waartussen de vensters een mezzanino is aangebracht. De voorgevel is vijf traveeën breed met een middenrisaliet met daarboven een dakkapel met klauwstukken en een halfronde bekroning met snijwerk. De oorspronkelijke toegang bevond zich in de middenrisaliet; deze werd omstreeks 1860 gewijzigd tot de huidige brede glaspui met pilasters. Aan de noordzijde bevindt zich een uitgebouwde zaal met afgeronde hoeken. Hoewel het oorspronkelijke interieur deels is aangetast door latere aanpassingen, is de oorspronkelijke indeling nog goed herkenbaar. De hoofdas van het huis ligt op de begane grond in noord-zuidelijke richting en is op de verdieping een kwartslag gedraaid. Rondom de hal en de zaal liggen vier vertrekken symmetrisch gegroepeerd. Het oorspronkelijke trappenhuis bevindt zich in het oostelijke deel van het huis en bevat nog de eikenhouten trap met gesneden balusters. Van de interieurafwerking in Lodewijk XIV-stijl zijn met name op de begane grond in de linker voorkamer, de hal, de zaal, de rechter achterkamer en het trappenhuis veel onderdelen bewaard gebleven. In de linker voorkamer bevindt zich een stucplafond en houten schouw in een eenvoudige Lodewijk XIV-stijl. De hal heeft een marmeren vloer en de wanden en het plafond zijn afgewerkt met stucwerk. Ook het stucwerk in de zaal is uitgevoerd in een Lodewijk XIV-stijl; geheel in lijn met deze stijl heeft de zaal afgeronde hoeken. De rechter achterkamer heeft een eenvoudig Lodewijk XIV-plafond. In de kelder bevinden zich nog originele onderdelen van de kelderkeuken zoals: het balkenplafond, diverse kasten, een plavuizen vloer, grote okergele geglazuurde wandtegels en een pomp met een natuurstenen wasbak. Na de bouw van het hoofdhuis liet Bicker rondom het huis een formele tuinaanleg realiseren. Ook liet Bicker een moestuin (ten oosten van het hoofdhuis, circa 1731), een slangenmuur (langs de noordzijde van de tuin, circa 1730) en twee sterrenbossen aanleggen. Delen hiervan zijn nog herkenbaar in de huidige aanleg. In 1731 liet Bicker een solitaire eik planten; deze valt nog altijd op in de parkaanleg van Hilverbeek. In 1758 werd Hilverbeek gekocht door Coenraad Jacob de Leeuw. De Leeuwenlaan is naar hem vernoemd. Het familiewapen van De Leeuw en zijn echtgenote Jacoba Arendina Meulenaar is nog altijd terug te vinden in de noordgevel van het hoofdhuis. Het echtpaar liet een landschappelijke aanleg realiseren in het park, met onder andere een slingerbos en hertenkamp. Delen van de geometrische aanleg hielden zij hierbij in stand. Een neef van De Leeuw, Hendrik Muilman, erfde Hilverbeek in 1808. Hij liet de oude bouwhuizen op het voorplein, een koetshuis en een tuinmanswoning, slopen. Ter vervanging hiervan bouwde hij ten oosten van het huis, nabij de moestuin, een blokvormig complex met een koetshuis en een tuinmanswoning. In 1831 werd het koetshuis vergroot door de aanbouw van een oranjerie aan de zuidwestzijde. Door de wijzigingen van Muilman verschoof de entree naar Hilverbeek naar het oosten. Hiervoor liet hij een toegangshek plaatsen ten zuidoosten van de Leeuwenlaan. In 1826 kocht het echtpaar Six-Van Winter Hilverbeek. De buitenplaats bleef drie generaties in de familie Six. Het echtpaar Six-Van Winter liet tussen 1826 en 1828 een groot deel van het park ten noorden van het huis opnieuw aanleggen in Engelse landschapsstijl. Hierin werd een heuvellandschap met waterpartij gecreëerd met enkele zichtassen. Het echtpaar liet eveneens de oranjerie verbouwen en de aanplant verrijken met exotische gewassen. Ook de ijskelder dateert uit deze periode. Rond 1830 begon Six met het afzanden van de heide gelegen ten oosten van boerderij Stofbergen. Dit gebied kreeg hierdoor de naam Zanderij. Honderd jaar lang werd hier zand met één of twee bootjes met 3 m3 per dag afgevoerd. Het zand diende als metselzand voor bouwwerkzaamheden in de omgeving. Door de afgravingen ontstonden grote waterpartijen in het landschap. In 1933 kocht Natuurmonumenten Hilverbeek van de laatste generatie Six, Jan Willem Six van Vromande. Dit gebeurde conform het testament van zijn nicht Louise Digna Catherina Six (1862-1934) van het nabijgelegen [[Complexen/521477|Gooilust]]. Hoe deze afwikkeling verliep, is te lezen op [[Complexen/521477|de kennispagina van Gooilust]]. Het park van Hilverbeek is vrij toegankelijk; het hoofdhuis, koetshuis en de oranjerie worden particulier bewoond.  

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 11 feb 2020 om 17:53.