Aardkundig erfgoed - inleiding

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 28 mrt 2024 om 14:28
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie

Met aardkundig erfgoed worden gebieden bedoeld die als aardkundig waardevol zijn aangemerkt (aardkundige waarden). Het gaat hierbij om de fraaiste voorbeelden van kenmerkende landvormen, van bodems, of van een typische geologie.

Aardkundig erfgoed vertelt het verhaal achter de natuurlijke vorming van het landschap, vaak ook in samenspel met de mens. Het reliëf en de waterhuishouding zijn immers altijd sterk bepalend geweest voor de locaties van nederzettingen, wegen en het landgebruik door alle archeologische periodes heen. Veel aardkundig erfgoed is ook (indirect) het gevolg van menselijk handelen. Voorbeelden hiervan zijn stuifduinen op de Veluwe, ontstaan door bodemuitputting of getij-inbraken in Zeeland als gevolg van Romeinse veenontginningen. Om water en bodem weer sturend te laten worden is kennis van aardkundig erfgoed daarom van groot belang.

Hoewel door ontginning en bedijking veel aardkundige processen gestopt zijn, speelt de aardkundige context nog steeds een prominente rol in het cultuurlandschap. Aardkundige fenomenen dragen immers bij aan het unieke karakter en aan de identiteit van gebieden, ze zijn van belang voor gebiedsbeheer, grondgebruik en natuurinrichting. Aardkundig erfgoed omvat de meest illustratieve voorbeelden voor de ontstaansgeschiedenis van het land, en leent zich daarom uitstekend voor educatieve doelen, zowel voor publieksparticipatie als voor wetenschappelijk onderzoek.

Ronde meertjes op de heide. Dit zijn pingoruïnes op het Dwingelderveld in Drenthe.
Afb. 1. Pingoruïnes op het Dwingelderveld in Drenthe. Deze ovaalvormige meertjes zijn ontstaan door het afsmelten van ijslenzen aan het einde van de laatste ijstijd. Hun organische opvulling bevat vaak een waardevol klimaat- en vegetatiearchief (Foto: Jos Stöver, RCE).
Meanderbocht bij het Junner Koeland langs de Overijsselse Vecht
Afb. 2. Meanderbocht bij het Junner Koeland langs de Overijsselse Vecht. Het natuurlijke kronkelwaardreliëf, gevormd door de uitbouw van de meanderbocht is hier nog goed te zien (Foto: Jos Stöver, RCE).
Leuvenumse beek, een van de weinige natuurlijke beken op de Veluwe
Afb. 3. Leuvenumse beek is een van de weinige natuurlijke beken op de Veluwe. Deze waterloop was van groot cultuurhistorisch belang, bijvoorbeeld voor de aandrijving van watermolens (Bron: Wikiwand, CC-BY-SA-3.0).
Getijdegebied bij Stellendam met geulen, slikken en schorren
Afb. 4. Getijdegebied bij Stellendam met geulen, slikken en schorren. Hier is goed te zien hoe de getijwerking en sedimentaanvoer het kustgebied gevormd hebben (Foto: Jos Stöver, RCE).
Begroeid stuifduin op het Hulshorsterzand
Afb.5. Waar de mens de bodem te intensief bewerkte ontstond soms stuifzand, zoals het Hulshorsterzand. Het kostte eeuwen om dit stuivende zand weer vast te leggen, nu zijn nog enkele delen over als fraai natuurgebied. (Foto: Wikipedia, D.J. Bergsma).

Voorbeelden

Op de kennisbank zijn geïllustreerde gebiedsbeschrijvingen van aardkundig erfgoed te vinden. Daarnaast zijn er gebiedsbeschrijvingen beschikbaar op geologievannederland.nl, op pingoruines.nl en op de kaartviewer aardkundig erfgoed van de RCE.

Beleid

Er is geen landelijke wetgeving met betrekking tot aardkundig erfgoed. Wel hebben de meeste provincies en ook enkele gemeenten beleid ten aanzien van dit onderwerp, vaak gecombineerd met beleid omtrent cultuurhistorie. De meeste provincies hebben aardkundig waardevolle gebieden en/of aardkundige monumenten aangewezen. Vaak wordt hierbij ook onderscheid gemaakt tussen verschillende beschermingsregimes, afhankelijk van hoe hoog het gebied gewaardeerd wordt. Op bodemrichtlijn.nl is een overzicht te vinden van beleid omtrent aardkundig erfgoed per provincie.

Een belangrijk doel achter het aanwijzen van aardkundig waardevolle gebieden is om een breed publiek bewust te maken van aardkundig erfgoed en om kennis hierover te verspreiden. Deze kennis kan vervolgens door beleidsmakers, landschapsarchitecten, terreinbeheerders en erfgoedprofessionals worden gebruikt om de aardkundige waarden zo goed mogelijk in te passen in gebiedsontwikkeling.

Beheer

Het beheer van aardkundig erfgoed omvat behoud, het accentueren van elementen (bijvoorbeeld met vegetatie), herstel of reconstructie. Meer over beheerstrategieën is te vinden op de pagina over aardkundig landschapsbeheer, per type landschapselement zijn daarnaast specifieke beheermodellen opgesteld. Deze zijn gebaseerd op het handboek aardkundig landschapsbeheer Natuur met (w)aarde.

Waardering van aardkundig erfgoed

Aardkundige fenomenen zijn overal in het landschap te vinden, maar wanneer beschouwen we ze als aardkundig waardevol? Over het algemeen worden nog gave aardkundige fenomenen die representatief zijn voor het ontstaan van het landschap hoog gewaardeerd. Met andere woorden: hoe goed is het fenomeen nog zichtbaar en welk verhaal vertelt het over het ontstaan van een groter omliggend gebied? Ook zeldzaamheid kan een criterium zijn voor hoge waardering.

Deze criteria zijn vaak lastig om volledig objectief te maken, ze overlappen vaak deels en zijn ook afhankelijk van de schaal waarop ze beschouwd worden. Zowel representativiteit (kenmerkendheid) als zeldzaamheid is bijvoorbeeld afhankelijk van de schaal waarop het fenomeen beschouwd wordt: een pingoruïne is bijvoorbeeld zeldzaam in Gelderland en een dekzandrug in Zeeland ook. Beide fenomenen zijn echter op de schaal van Nederland niet zeldzaam. Daarom worden aardkundig waardevolle gebieden ook wel ingedeeld naar internationaal, nationaal, provinciaal en regionaal belang (bijvoorbeeld in het beleid van de provincie Gelderland). Gonggrijp (1996) maakte een analyse van deze criteria per schaalniveau.

Andere factoren die een rol kunnen spelen bij waardering zijn of het een klassieke onderzoekslocatie betreft (is er veel onderzoek gedaan, naamgeving geologische periode bijv. Tiglien, Maastrichtien, Eemien), de toegankelijkheid, het nog voorkomen van actuele processen (bijv. Waddenzee, uiterwaard), de diversiteit binnen een gebied, belang voor (cultuur)landschap en biodiversiteit. Een uitgebreid overzicht van verschillende waarderingscriteria die in verschillende studies is toegepast is te vinden in Gonggrijp (1996).

Inventarisaties van aardkundig erfgoed

GEA-objecten

Het eerste landelijke overzicht van aardkundig erfgoed is gemaakt door Gerard Gonggrijp in de jaren '70 en '80 (Rijkinstituut voor Natuurbeheer (RIN)). Hij benoemde voor elke provincie de zogenaamde GEA-objecten, een reeks aardkundig waardevolle gebieden die in twaalf rapporten voor elke provincie beschreven zijn. Dit resulteerde in 1989 het rapport Nederland in Vorm.

Operatie Landijs

Met de opkomst van digitale technieken in de jaren '90 zijn aardkundige waarden geïnventariseerd via meer objectieve criteria (Operatie Landijs, Alterra). De belangrijkste criteria voor waardering waren de kenmerkendheid, zeldzaamheid, educatieve waarde en samenhang van patronen. In combinatie met kennis van experts resulteerde in een nieuwe Basiskaart Aardkundige Waarden, die hoorde bij het boek Bewogen Aarde van Eduard van Beusekom in 2007. Deze kaart is te raadplegen via de kaartviewer aardkundig erfgoed op website van de RCE.

Inventarisaties per provincie

De meeste provincies hebben ook een overzicht opgesteld van aardkundig waardevolle gebieden, grotendeels gebaseerd op bovengenoemde landelijke overzichten. Hier zijn kennisoverzichten te vinden, maar ook de waardering en beleidsstatus (beschermingsniveau) van de objecten. De meest waardevolle locaties zijn als aardkundig monument benoemd. Een overzicht van deze provinciekaarten is te vinden via de kaartviewer aardkundig erfgoed.

Unesco Geoparken

Sinds 2013 kent Nederland ook een Unesco Geopark: Geopark de Hondsrug. In 2024 kwam daar het Geopark Scheldedelta bij. Volgens de definitie van Unesco zijn Geoparken "... gebieden waar geologisch erfgoed en landschappen van internationale waarde op een integrale manier worden beheerd. Daarbij staan behoud, educatie en duurzame ontwikkeling centraal".

Geoparken kennen een grotere begrenzing dan eerder aangewezen aardkundig waardevolle gebieden; ze beslaan een regio met een sterke geologische en landschappelijke samenhang. Binnen het Geopark zijn dan weer enkele tientallen voor het gebied kenmerkende geosites benoemd en in meer detail beschreven.

Momenteel zijn er diverse initiatieven voor de oprichting van nieuwe geoparken in Nederland: Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o., Geopark Peelhorst en Maasvallei i.o. en Krijtland (Limburg) i.o..

Enkele belangrijke begrippen

  • Aardkunde: verzamelnaam voor de vakdisciplines geologie (richt zich op de opbouw van de ondergrond), geomorfologie (richt zich op landvormen en de processen die deze gevormd hebben) en bodemkunde (richt zich op de fysische, chemische en biologische processen in ongeveer de bovenste meter onder het aardoppervlak).
  • Aardkundige waarde: geologische, geomorfologische of bodemkundige fenomenen die als belangrijk en representatief worden beschouwd voor de (natuurlijke) ontstaansgeschiedenis van een groter gebied. Dit kan gaan om landvormen, of een kenmerkende opbouw van de ondergrond, maar ook om actieve geomorfologische processen.
  • Aardkundig erfgoed: zie aardkundige waarde
  • Aardkundig waardevolle gebieden: gebieden of delen van de ondergrond die als aardkundig waardevol zijn aangemerkt.
  • Aardkundig monument: aardkundig waardevol gebied dat als extra bijzonder of representatief beschouwd wordt. Aardkundige monumenten worden aangewezen om interesse voor een gebied en zijn ontstaansgeschiedenis op te wekken en om kennis hierover onder een breder publiek te verspreiden. Ten opzichte van andere aardkundig waardevolle gebieden, heeft een aardkundig monument niet perse een aanvullende beschermde status.

Verder lezen

  • Aardkundige waarden op bodemrichtlijn.nl
  • Ancker, J.A.M. van den; H.G. Baas & M.E.G. Visscher (2004) Natuur met (w)aarde, Handboek aardkundig landschapsbeheer, Landschapsbeheer Nederland.
  • Berg, M. van den e.a. (2008) Het ontstaan van het Nederlandse landschap. Een canon in 12 thema's en 50 vensters. Werkgroep Canon - Geoheritage NL en Buro voor Explanation Design.
  • Beusekom, E. J. van (2007) Bewogen aarde: Aardkundig erfgoed in Nederland. Matrijs, Utrecht.
  • Coeterier, J. F., Schöne, M. B., Koomen, A. J. M., & Wolfert, H. P. (2001). De beleving van aardkundige waarden (No. 198). Alterra.
  • Gongrijp, G. (1989) Nederland in Vorm: Aardkundige waarden van het Nederlandse landschap, achtergrondreeks Natuurbeleidsplan nr. 5, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
  • Gongrijp, G. (1996) Indelings- en waarderingsmethode voor aardkundige waarden, Instituut voor Bos-en Natuurbeheer, rapport 218, Wageningen.
  • Verbers, A. e.a. (2005) Eigenaardig Nederland; aardkundig erfgoed van Nederland, KNNV Uitgeverij, Stichting Aardkundige Waarden.
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 jun 2024 om 18:53.